Dag 9, 5 september 2021
Giardino di Boboli
De Boboli-tuinen liggen achter het Palazzo Pitti. Ze werden in de 16e eeuw aangelegd voor Eleonora van Toledo, de echtgenote van Cosimo I de' Medici. Het ontwerp is van Niccolo Percoli (bijgenaamd Tribolo), die in 1550 overleed. Bartolomeo Ammanati werkte het ontwerp verder af en vanaf 1583 leverde Buontalenti een belangrijke bijdrage. Boboli is de koningin van alle Toscaanse tuinen, de meest uitgewerkte en theatrale, een soort maniëristische coproductie van Natuur en Kunst. De formele delen bestaan uit in patronen gesnoeide buxushagen die naar bosjes van eiken en cipressen leiden. Het park wordt 'bewaakt' door een peloton standbeelden. Vele ervan stammen uit de Romeinse periode, andere zijn dan weer absurde maniëristische werken zoals de hofnar van Cosimo I die als Bacchus, zittend op een schildpad, door Cioli werd vereeuwigd.
Kaartjes gehaald en dan in de rij om naar binnen te mogen. Duurt gelukkig niet zo lang omdat je van te voren een tijd moet reserveren (Corona) zodat er nooit te veel mensen binnen zijn. We werden wel drie keer gecontroleerd: QR code, temperatuur, en dan nog je tas door een scanner. Maar dan ben je binnen.
De tuinen zijn bekend geworden om de kunstwerken, die er te vinden zijn. De bekendste is de Grotta Grande, een grot met stalactieten en beeldhouwwerken. Achterin de grot ligt de geheime Vasari-gang die is verbonden met Palazzo Vecchio. Daarnaast vindt u in de Boboli tuinen een amfitheater, een Egyptische obelisk, de Neptunusfontein en meerdere vijvers met watervallen. Verder een theehuis, en bovenin de tuinen het zomerhuis waar tegenwoordig een porceleinmuseum in gevestigd is. Ook vindt u bij de achteruitgang van de tuinen het Fort Belvedere.
Ik ga nu een wat kritische noot kraken, en ik besef dat ik erg verwend ben (veel parken en tuinen gezien), ik besef nog meer dat het afgelopen jaar erg zwaar waren voor elk museum (daar beperk ik me nu even toe), gesloten, dus geen inkomsten. Maar het park (want het is te groot om het alleen maar een tuin te noemen) is toch aan verval onderhevig. Zo kan het niet in de schaduw staan van Schonbrunn in Wenen vooral qua onderhoud van tuinen en panden. Het onderhoud aan het groen is wellicht inderdaad te wijten aan Corona, maar de panden vragen alleen veel langer om een likje verf. Toch is het zeker de moeite waard het te bezoeken, al was het maar om de uitgestrektheid ervan.
La Grotta Grande
Ook de moeite waard is La Grotta Grande, de grote grot van Buontalenti (hetgeen letterlijk goed talent betekent, een geschikte naam voor een kunstenaar). De grot is gedecoreerd met fresco’s, schelpen en beelden. De deur links van de grot is de uitgang van de Corridoio Vasariano, die over de Ponte Vecchio loopt. Hier stonden eerst de vier slavenbeelden van Michelangelo, maar die staan nu in de Galleria dell’Accademia – hier staan kopieën. Naast de vier slaven vind je er ook de Badende Venus van de Vlaamse beeldhouwer Giambologna, in een fontein. Francesco de’ Medici vond haar zo mooi, dat hij deze Venus lange tijd in zijn privévertrekken bewaarde voor ze in de grot werd geplaatst.
De Boboli-tuinen zijn echter ook heel geschikt voor iedereen die nog lang niet genoeg heeft van kunst en cultuur, want naast schaduwrijke plekken om te lezen en te mijmeren biedt de tuin genoeg beelden, vijvers, fonteinen en ander moois. Het park is in feite het grootste openlucht-museum van Florence. In de enorme tuin heb je dan wel een wegwijzer nodig – anders kun je zomaar een van de mooie kunstwerken missen.
Bacchus fontein
Direct aan het begin, links naast de ingang, tegen de achterzijde van het Palazzo Pitti, vind je de Fontana del Bacchino (de fontein van de kleine Bacchus). Bacchus, god van de wijn, zit pontificaal op de rug van een schildpad. Dit werk van Valerio Cioli wordt wel gezien als een grappige tegenbeweging van de serieuze beelden van de zeegoden Neptunus en Oceanus, vervaardigd door Ammanati en Giambologna, die elders in het park staan. De op een schildpad gezeten dikke man is namelijk niet Bacchus maar Braccio di Bartolo, de favoriete hofdwerg van Cosimo I. Hij was een soort hofnar en trad op tijdens diners, banketten en andere belangrijke bijeenkomsten aan het hof van de Medici.
Maak jouw eigen website met JouwWeb