Dag 10, 6 september 2021
Het beklimmen van de koepel was de uitdaging van deze dag. En dat het niet zomaar een uitdaging is lees je verder op.
Gedurende de middeleeuwen was Florence een van de belangrijkste steden van het Italiaanse schiereiland geworden. Bij een stad met die positie hoorde een grote kathedraal en eind 13e eeuw besloot het stadsbestuur dan ook dat de oude kathedraal van Santa Reparata moest worden vervangen door een kerkgebouw dat de macht van Florence uitstraalde. De nieuwe kathedraal werd aan Maria gewijd, maar de naam Santa Maria del Fiore verwees ook naar destijds gebruikelijke naam van de stad, Fiorenza. Het ontwerp van de nieuwbouw was afkomstig van Arnolfo di Cambio die een bouwwerk tekende dat de kathedralen van de concurrerende steden Siena en Pisa ruimschoots in grootte zou overtreffen. De bouw van dit ambitieuze project begon in 1296, maar kwam rond 1310 alweer stil te liggen in verband met de dood van Arnolfo di Cambio.
Met de vondst van de relieken van de heilige Zenobius van Florence in 1330 nam het enthousiasme voor de bouw weer toe en in 1334 werd Giotto di Bondone tot bouwmeester van de kathedraal benoemd. Zijn belangrijkste bijdrage is de campanile, nu ook wel de toren van Giotto genoemd. Na Giotto's dood in 1337 nam Andrea Pisano diens taken over, maar vanwege de desastreuze pestepidemie van 1348 kwam de bouw opnieuw stil te liggen.
De bouw werd in 1349 hervat en opeenvolgende architecten, onder wie Andrea Orcagna, zorgden ervoor dat het ontwerp meermalen werd aangepast en uitgebreid. De schepen werden uiteindelijk in 1380 voltooid en in 1420 begon Filippo Brunelleschi met de bouw van de koepel. Aan de werkzaamheden kwam in 1472 een einde met de voltooiing van de lantaarn boven op de koepel.
Voorgevel Duomo
De naar he Duomt ontwerp van Arnolfo di Cambio gebouwde voorgevel werd al in 1588 afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe voorgevel in de stijl van de renaissance. Een gebrek aan financiële middelen leidde ertoe dat deze nooit werd gebouwd en dat de kathedraal eeuwenlang een eenvoudige bakstenen westgevel had (vergelijkbaar met de voorgevel van de Sint-Laurensbasiliek).
In 1864 schreef men uiteindelijk een wedstrijd uit voor het ontwerpen van een waardige voorgevel van de kathedraal. Pas in 1871 werd het neogotische ontwerp van Emilio de Fabris gekozen dat tussen 1876 en 1887 werd uitgevoerd. De uitbundigheid van het ontwerp werd fel bekritiseerd omdat zij niet zou passen bij de oudere delen van de kathedraal, het baptisterium en de campanile. In de façade bevinden zich één grote en twee kleinere roosvensters. Ook is er een rij met dertien heiligenbeelden. De drie bronzen portalen zijn gemaakt tussen 1899 en 1903. Boven deze portalen bevinden zich mozaïeken van Niccolò Barabino.
Campanile
Naast de dom staat de campanile. Hij is vervaardigd van 1334 tot 1359 en is 85 meter hoog en daarmee 6 meter lager dan de dom, die 91 meter hoog is. De campanile is te beklimmen via een 414 treden tellende trap. De bekleding van de toren bestaat uit diverse soorten marmer. Daardoor was het mogelijk om de diverse kleurnuances te verkrijgen. De campanile werd ontworpen door Giotto di Bondone. En Andrea Pisano en Francesco Talenti hebbe het ontwerp in enigszins gewijzigde vorm voortgezet, aangezien zij een plat dak bouwden in plaats van de torenspits die Giotto had getekend. Daarmee zou de campanile 122 meter hoog zijn geweest.
Baptisterium
Het Baptisterium San Giovanni (Italiaans: Battistero San Giovanni) is de vrijstaande doopkapel aan de westkant van de Dom van Florence. Het baptisterium is gebouwd tussen 1059 en 1128. Binnen en buitenkant zijn bekleed met dunne platen marmer die een typische Florentijnse reactie vormen op de ornamenten van de klassieke Romeinse en Byzantijnse architectuur. Ze staan in scherp contrast met de massieve, sculpturale vormen van de noordelijke romaanse architectuur van dezelfde tijd. Het Baptisterium behoort tot een stijl die met een moderne term de Toscaanse 'protorenaissance' wordt genoemd. Een voorloper op de Italiaanse Renaissance die in de 15de eeuw gestalte krijgt door Florentijnse architecten zoals Brunelleschi en Alberti.
Het oudste gebouw op het plein is gebouwd op de resten van een Romeins paleiscomplex. Paus Nicolaas II wijdde op 6 november 1059 de eerste steen. In 1150 werd de lantaarn geplaatst en in 1228 was het kerkgebouw voltooid. De bouwmeesters zijn niet bekend maar hun meetkundige oefening stond model voor de gevels van alle grote Florentijnse kerken. De façade, met haar klassiek patroon van bogen en rechthoeken, is geïnspireerd op de Klassieke Oudheid. In 1339 voorzag Arnolfo di Cambio de pilaren van groen- en witmarmeren stroken, aansluitend op de bekleding van de dom.
Ieder jaar op 21 maart, Nieuwjaar volgens de oude Florentijnse kalender, werden alle kinderen die gedurende de vorige 12 maanden waren geboren, voor een gemeenschappelijk doopsel bijeengebracht. Het Baptisterium was hierdoor niet enkel een religieus monument maar ook een burgerlijk symbool, in feite het oudste symbool van de Florentijnse Republiek.
De bronzen deuren
Tussen de veertiende en de zestiende eeuw werden de drie bronzen portalen toegevoegd. Dit geeft aan dat de doopkapel een status had die, in die tijd, vrijwel gelijk was met die van een kathedraal.
Zuidelijke deuren
De zuidelijke deuren zijn de oudste. Deze bronzen deuren zijn tussen 1330 en 1336, in opdracht van het koopliedengilde, ontworpen en uitgevoerd door Andrea Pisano. Op de bovenste twintig reliëfs staan episodes uit het leven van de stadspatroon Johannes de Doper. De acht andere reliëfs beelden deugden uit zoals rechtvaardigheid, geloof, hoop en liefde, opgenomen in een gotische vierpas.
Noordelijke deuren
Voor de noordelijke deuren werd in 1401 een wedstrijd uitgeschreven. Lorenzo Ghiberti won het uiteindelijk van onder andere Filippo Brunelleschi en Jacopo della Quercia. De 28 panelen omvatten 20 gebeurtenissen uit het leven van Jezus Christus, gevolgd door afbeeldingen van 4 evangelisten en 4 kerkvaders. De lijsten rondom bevatten naturalistische afbeeldingen van dieren en tussen de reliëfs plaatste hij hoofden, waaronder een zelfportret. De deuren werden in 1424 in gebruik genomen.
Oostelijke deuren
In de huidige oostelijke portaal zitten de bekendste deuren. Lorenzo Ghiberti heeft hieraan gewerkt van 1425 tot 1452. De 11 cm dikke deuren uit brons en goud wegen 8 ton. Het oorspronkelijke werk, waarvoor het Calimala Gilde opdracht had gegeven, bestond uit 24 panelen die gebaseerd waren op een iconenpatroon, ontwikkeld door de humanist Leonardo Bruni. Ghiberti wilde zich echter bewijzen als zelfstandig kunstenaar en bracht de compositie terug tot tien grote panelen met gebeurtenissen uit het Oude Testament die niet waren vastgelegd in een Gotisch kader. Hij werd bijgestaan door zijn leerlingen, waaronder Benozzo Gozzoli, en door Donatello, waarvan hij de nieuwe techniek voor het weergeven van perspectief (perspectief in verkorting) gebruikte. De tien Bijbelse taferelen bekijkt men van links naar rechts en van boven naar onder. De rand van beide kaders is versierd met elk 24 nissen die kleine afbeeldingen bevatten van profeten, profetessen en andere Bijbelse figuren. Hiertussen bevinden zich 24 'ogen' met hoofden. Deze hoofden zijn afbeeldingen van andere kunstenaars uit die tijd en helpers van Ghiberti.
Het oostportaal bevat tien panelen. Van boven naar beneden en van links naar rechts:
1 De zondeval
2 Kaïn doodt zijn broer Abel
3 Noachs dronkenschap
4 Abraham en het offer van Isaäk
5 Esau en Jacob
6 Jozef verkocht als slaaf
7 Mozes ontvangt de stenen tafelen
8 De val van Jericho
9 Strijd tegen de Filistijnen
10 Salomo en de koningin van Scheba.
Michelangelo vond de deuren zo indrukwekkend dat hij ze uitriep tot de Porta del Paradiso (Paradijsdeuren).
Boven de deuren staan twee marmeren beelden van Jezus en van Johannes de Doper, gemaakt door Andrea Sansovino in 1502. De twee hoofdfiguren werden voltooid door Vincenzo Danti en aangebracht in 1569. De Engel werd voltooid door Innocenzo Spinazzi in 1792.
In 1943 tijdens WOII werden de deuren uit veiligheidsoverwegingen verwijderd. Vanwege de langdurige blootstelling aan weer en wind en de verwoesting door de watervloed in 1966 van de Arno, die zes panelen van de deur afrukte, werden deze originele panelen verwijderd en gerepareerd en later weer op hun plaats geschroefd. In 1990 werden beide monumentale vleugeldeuren, met de steunen nog steeds in hun oorspronkelijke frame, naar het Museo dell'Opera del Duomo gebracht en vervangen door replica's.
De beeldengroep boven de deuren werd gerestaureerd in 1991 en vervangen door afgietsels. Het geheel werd in 2012, na 21 jaar restauratie ondergebracht op de overdekte binnenplaats van het Museo dell'Opera del Duomo.
Interieur
Het interieur roept vergelijkingen op met dat van het Pantheon in Rome. De vroegste mozaïeken bevinden zich boven het altaar en in het gewelf. Ze dateren uit de eerste decennia van de 13e eeuw en zijn van de hand van Iacopa, een monnik.
Op het plafond van de achthoekige koepel schitteren mozaïeken uit de 13e en 14e eeuw met duidelijk Byzantijnse invloed. Mogelijk heeft ook Cimabue hieraan meegewerkt. De versiering is opgedeeld in concentrische stroken: boven de apsis, die door een 8,5 m hoge Christusfiguur wordt beheerst, bevindt zich een afbeelding van Het Laatste Oordeel , de overige banden stellen De Hemelse Hiërarchie, de Genesis, Het Leven van Jozef, Het Leven van Christus en Het Leven van Johannes de Doper voor.
De ingelegde marmeren vloer is met tekens uit de dierenriem versierd; de blanke achthoekige ruimte in het midden werd vroeger door een immens doopvont ingenomen. De wit en groene binnenmuren, meer nog dan de buitengevel, combineerden invloeden uit de oudheid met moderne stromingen en vormden aldus iets nieuws dat voor de architecten uit de Middeleeuwen en de Renaissance zowel een inspiratiebron als een na te streven doel was. De mooiste tekeningen bevinden zich in de bovengalerijen.
De Duomo zelf van binnen bekeken. De verrassing was compleet toen we het nietszeggende interieur zagen. Alles wit, geen versieringen en de eerste de beste andere kerk ziet er van binnen mooier uit dan deze Duomo. Dan maar eens letten op e symboliek en de architectuur.
Interieur Duomo
De kathedraal heeft de vorm van een Latijns kruis en heeft een lengte van 153 meter. De gotische spitsbogen die het middenschip van de zijbeuken scheiden hebben een hoogte van 23 meter. Door de enorme afmetingen en omdat veel kunstwerken verloren zijn gegaan of zijn verplaatst naar het Museo dell'Opera del Duomo maakt het interieur een sobere indruk. Het opmerkelijkste kunstwerk in de kathedraal is het enorme fresco van het Laatste Oordeel aan de binnenzijde van de koepel. Het is gemaakt door Giorgio Vasari en voltooid door Federico Zuccari in 1579. Andere opvallende delen van het interieur zijn de vierentwintiguursklok van Paolo Uccello uit 1443 boven het hoofdportaal en het fresco Dante en de goddelijke komedie van Domenico di Michelino uit 1465.
Koepel Duomo
Aan het begin van de 15e eeuw naderde de bouw zijn voltooiing, maar de kathedraal had nog altijd geen koepel. De architecten kwamen er maar niet uit hoe ze de koepel tijdens de bouw moesten ondersteunen en zo ontstond het bizarre idee om het gebouw vol te storten met zand met daarin munten verstopt. De armen zouden dan na de voltooiing van de koepel het zand wel weghalen omdat ze de gevonden munten mochten houden.
Ten einde raad schreef de bouwcommissie van de dom in 1418 een wedstrijd uit voor de bouw van een koepel. De wedstrijd werd na lang wikken en wegen gewonnen door Filippo Brunelleschi die op 16 april 1420 met de uitvoering van zijn gewaagde koepelconstructie kon beginnen. Brunelleschi ontwierp twee koepelschalen met daartussen horizontale en verticale steunbalken die de constructie overeind hielden. Acht van deze steunbalken zijn ook aan de buitenzijde van de koepel te zien en bekleed met marmer. In 1436 was de koepel voltooid en 140 jaar na het begin van de bouwwerkzaamheden kon de Santa Maria del Fiore worden ingewijd door paus Eugenius IV.
Begin 16e eeuw besloot men om de achthoekige tamboer, waarop de koepel rust, te decoreren met een sierlijke arcade. Het ontwerp was afkomstig van Baccio D'Agnolo, die tussen 1508 en 1512 alleen de zuidoost zijde kon voltooien omdat de bouw vervolgens werd stilgelegd na kritiek van niemand minder dan Michelangelo, die de arcade omschreef als een 'traliekooi'.
De koepel heeft een diameter van 45,50 meter en is 91 meter hoog. Boven op de koepel staat de in 1472 voltooide lantaarn die wordt bekroond door een koperen bol en een kruis, waarmee de totale hoogte op 114,5 meter komt. Het uitkijkplatform aan de voet van de lantaarn is bereikbaar via een trap, die met zijn 463 treden tussen de beide schalen van de koepel naar boven voert.
Buitengewoon staaltje architectuur
De buitenkoepel stelde Brunelleschi voor een ander probleem. Bij een wand die aan de basis nauwelijks meer dan zestig centimeter dik was, en bovenin zelfs niet veel meer dan dertig centimeter, was het onmogelijk een cirkelvormig skelet in de wand zelf aan te brengen. Hoe kon van deze buitenwand een zelfdragende constructie worden gemaakt zoals dat bij de binnenwand gebeurd was?
In de wijzigingsvoorstellen van de bouwtekeningen uit 1426 is een aanwijzing te vinden voor de methode die werd toegepast voor de bouw van het bovenste gedeelte van de buitenwand. Er is hier niet alleen sprake van een visgraatstructuur, maar ook van een andere gemetselde constructie, namelijk een horizontale boog die aangebracht zou worden aan de binnenkant van de buitenste koepelwand: ‘Zorg dat bakstenen worden gebouwd in de vorm van een boog ter vervolmaking van de cirkel die de buitenwand omgordt, opdat deze geprojecteerde boog één ongebroken geheel zal vormen’.
Deze boog is volgens dit document bedoeld om ‘de koepel met grotere veiligheid te voltooien’. Dat het idee van Brunelleschi aan dit doel voldeed, bleek al snel na de voltooiing van deze horizontale boog. Uiteindelijk hebben de metselaars daarom nog acht van deze ononderbroken cirkels aangebracht, die deel uitmaken van de achthoekige structuur van de buitenwand.
Alle ringen zijn ongeveer negentig centimeter breed en zestig centimeter hoog en ze omarmen de koepel met tussenruimten van tweeënhalve meter, te beginnen vanaf iets boven de tweede zandstenen ketting.
Met 33 graden Celsius en nog een verstikkend mondkapje op valt het niet mee, deze beklimming. Ik heb me dan ook een paar keer afgevraagd waar ik mee bezig was. Maar ja, wat Wilma in de d'r kop heeft... Ik wilde perse van het uitzicht boven genieten. Ook al zijn de foto's niet heel erg goed (nog knap dat ik er aandacht ze te maken) krijg je toch een indruk van hoe steil de treden zijn.
Ze zijn op sommige plaatsen zichtbaar in de gangen tussen de beide wanden, maar van buiten is dit niet te zien: van buitenaf ziet de koepel er volmaakt achthoekig uit. Deze negen ringen speelden bij de bouw van de koepel een rol van het allergrootste belang. Ze beginnen op de hoogte – ongeveer zesendertig armlengtes boven de trommel – waarop de wand voor het eerst de kritische hoek van dertig graden overschrijdt.
Dit verklaart waarom deze boogringen op deze hoogte begonnen en niet al lager werden toegepast, waar de zijwaartse druk veel groter is. Ze liggen rond de omtrek van de wand om deze juist op de hoeken dikker te maken. Het metselwerk van de buitenwand werd op deze manier zelfdragend en kon niet meer naar binnen toe instorten.
De laatste steen
Nadat er zestien jaar aan de koepel was gebouwd, werd in 1436 de laatste steen op zijn plek gemetseld. De koepel, met een spanwijdte van ruim veertig meter aan de binnenzijde en vijftig meter aan de buitenzijde, en met een vermoedelijk gewicht van 26.000 ton was klaar – Brunelleschi’s plan was geslaagd!
Zeg nou zelf... dit is een uitzicht dat ze absoluut niet mag missen als je in Florence bent (en goed ter been). Het was de 463 treden meer dan waard. Ik geef toe dat ik, toen ik eenmaal boven was duizelig was, van de vermoeide, de hitte maar ook van de hoogte, Ik bleef de eerste minuten graag wat van de reling verwijderd.
Ook de terrassen boven het schip zijn te bezoeken, natuurlijk is dit minder spectaculair dan de rest en besef wel dat de voor zowel de terrassen, dan koepel en de campanile aparte tickets moeten kopen. Alleen de Duomo zelf is gratis, maar daarvoor moet je weer wel lang in de rij staan.
zie ook: Toscane
Maak jouw eigen website met JouwWeb