Dag 12, 16 september 2022, Taormina
Met de auto naar Taormina gaan is geen pretje. Steile straatjes en weinig parkeerplaatsen. Maar vanuit de Castelmola gaat er wel elke uur een hop-on hop-off bus. Dan is de keuze snel gemaakt en met de eerste bus vertrokken naar beneden.
Kijk, daar beneden, daar moeten we naar toe.
Taormina (in het Siciliaans Taurmina) is een stad met zo’n 10.000 inwoners en ligt aan de Ionische Zee. Het stadje is misschien wel de bekendste en meest bezochte badplaats van Sicilië in het hoogseizoen. Toerisme is dan ook de grootste inkomstenbron van de stad. Verdwalen in Taormina doe je niet snel aangezien het maar één hoofdstraat heeft, de Corso Umberto. De stad is gelegen tegen een berghelling. Dat merk je wel wanneer je je auto ergens kwijt wilt. Smalle straatjes die kaarsrecht omhoog gaan.
Het is gelegen tegen een berghelling. Taormina heeft één hoofdstraat, de Corso Umberto met veel restaurants en winkels. Het stadspark Giardino Pubblico biedt uitzicht over de zee. De vulkaan Etna is vanuit de stad zichtbaar en soms hoorbaar. Bij de stad ligt Giardini-Naxos, de oudste Griekse vestiging buiten Griekenland en nu een bij Italianen populaire badplaats. Boven Taormina op de Monte Tauro ligt het dorpje Castelmola met de ruïnes van een kasteel. Voor de kust ligt het rotseilandje Isola Bella. Het strand van Mazzaro is vanuit de stad per kabelbaan bereikbaar.
Teatro Greco
Het hoogtepunt van Taormina is toch wel het Teatro Greco, een Grieks-Romeins theater uit de zevende eeuw v.Chr. met podium en coulissen. Goethe vond dit het mooiste openluchttheater ter wereld. En dat snappen we, want met de Etna op de achtergrond én uitzicht over de hele stad is dat duidelijk.
Het internationaal filmfestival van Taormina wordt hier iedere zomer gehouden. Ook zijn er gedurende het festival concerten. Dus mocht je in de zomermaanden naar Taormina gaan dan is het festival zeker een aanrader.
De eerste theaters in Rome
Het Romeinse theater is geëvolueerd uit het Griekse theater. De Romeinen veroverden in de laatste 2 eeuwen v.Chr. de Griekse landen en namen vervolgens veel van hun cultuur over. Zo ook het theater, waarvoor de Grieken al sinds de 5e eeuw v.Chr. stenen gebouwen oprichten.
De eerste openbare voorstellingen die echter in Rome werden gehouden waren waarschijnlijk van Etruskische dansers. Hiervoor werd een klein tijdelijk podium opgebouwd en het publiek stond daar direct voor. Vanaf de 4e eeuw raakten de Atellaanse komedies uit Campania ingeburgerd en in de 3e eeuw volgde de opkomende populariteit van de Griekse cultuur en werden ook Griekse drama's opgevoerd. Omdat iedere voorstelling gehouden werd bij een religieuze eredienst, werd aanvankelijk slechts een podium opgericht voor de trap van een tempel en kon het publiek op de treden plaatsnemen. De enorme groei die Rome in de laatste 2 eeuwen v.Chr. doormaakte zorgde ervoor dat er steeds meer voorstellingen werden gehouden. Men ging er toe over om voor iedere voorstelling een compleet theater op te bouwen dat prachtig werd versierd, maar na afloop weer werd afgebroken. Dit had meerdere redenen. De voorstellingen (ludi scaenici) werden altijd gehouden ter ere van een bepaalde god, in het kader van een religieus festival of vanwege de begrafenis van een belangrijke persoon. De theaters werden dan ook direct in de nabijheid van de tempel van de bewuste godheid gehouden, of in het geval van een begrafenisrite op een forum. De sterke band tussen de reden en de locatie voor het organiseren van een theatervoorstelling ontnam de noodzaak van een permanente locatie. Een tweede belangrijke reden was dat de Romeinse senatoren een permanent theater als slecht voor de Romeinse zeden en een ongewenst element van de Griekse invloed beschouwden. Hierbij moet wel worden vermeld dat in de voormalige Griekse koloniën en in Campania in het zuiden van het Italische schiereiland wel al stenen theaters gebruikt werden.
Het theater van Messalla en Longinus
In 154 v.Chr. leek er een verandering te komen, toen de censors van dat jaar, Marcus Valerius Messalla en Gaius Cassius Longinus, begonnen met de bouw van een eerste stenen theater in Rome. Enkele senatoren onder leiding van Publius Cornelius Scipio Nasica kwamen hiertegen in opstand en er werd een wet aangenomen die de bouw van het stenen theater verbood. Daarnaast moesten de toeschouwers de voorstellingen voortaan staand bijwonen, omdat daarmee de "Griekse verwijfdheid" werd tegengegaan. Deze laatste regel hield niet lang stand. De tijdelijke theaters werden steeds uitbundiger. Rond 100 v.Chr. liet de aedile Lucius Licinius Crassus hymettische marmeren zuilen overbrengen om zijn theater te sieren. 40 jaar later waren de theaters zo luxueus dat men ze niet meer afbrak na iedere voorstelling, maar de tijdelijke constructies gewoon een aantal jaren liet staan. Het hoogtepunt van deze periode werd bereikt met het theater van Marcus Aemilius Scaurus. Scaurus bouwde een tijdelijk theater met een podiummuur van 3 verdiepingen hoog. De onderste verdieping was bekleed met marmer, de middelste met mozaïeken en de bovenste met verguld hout. 360 zuilen flankeerden het podium, met in de ruimten daartussen 3000 bronzen beelden. Een permanent stenen theater was echter nog steeds ongewenst. De Romeinse theaters hadden altijd een D-vorm die was afgeleid van de Griekse theaters.
Het theater van Pompeius
Dit taboe werd pas in 55 v.Chr. verbroken toen de machtige generaal Pompeius ter meerdere eer en glorie van zichzelf een groot theater liet bouwen op het Marsveld in Rome. Omdat dit in principe nog verboden was, liet hij boven aan de cavea een tempel wijden aan Venus Victrix. Hij bracht het zo dat het hele theater een tempel was en de rijen met zitplaatsen voor de toeschouwers de treden naar het heiligdom. Een tempel was namelijk een heiligdom en de senaat kon zo'n gebouw niet af laten breken. Het Theater van Pompeius werd met grootse spelen in 55 v.Chr. ingewijd. Dit theater diende vervolgens als model voor alle Romeinse theaters die daarna gebouwd werden.
Julius Caesar kon niet bij zijn rivaal achterblijven en begon met de bouw van een eigen theater. Hij werd echter vermoord voor dit klaar was en het theater werd pas onder zijn opvolger Augustus voltooid, die het in 12 v.Chr. als het Theater van Marcellus inwijdde. In dezelfde tijd bouwde Augustus' vriend Balbus nog een derde theater in de stad. Vanaf de regering van Augustus werden overal in het Romeinse Rijk theaters gebouwd als symbool van de Romeinse cultuur.
Einde van de theaters
In de eerste eeuwen n.Chr. veranderde de smaak van het publiek in Rome. Grote groepen ongeschoolde immigranten kwamen uit alle delen van het rijk naar de stad. Zij hadden weinig affiniteit met de oude cultuur en keken liever naar het spektakel van de bloedige gladiatorengevechten en de wagenrennen. De voorstellingen die nog in de theaters werden gehouden waren voornamelijk platvloerse komedies en simpele tragedies, maar de gebouwen werden steeds minder gebruikt. Toen in 370 de Pons Cestius moest worden herbouwd, gebruikte men daarvoor stenen van de afgebroken porticus van het nabijgelegen Theater van Marcellus. Dit gebouw had blijkbaar geen belangrijke functie meer.
De opkomst van het christendom en de teloorgang van het Romeinse Rijk betekenden vanaf de 4e eeuw het einde van de theaters. De christelijke geestelijken vonden de theatervoorstellingen onzedelijk en verboden ze. De theaters werden gesloten en vervielen tot ruïnes, die vervolgens werden ontdaan van hun kostbare zuilen, marmer en stenen die werden hergebruikt bij de bouw van nieuwe gebouwen.
Deze foto is gemaakt speciaal voor Vlinder, omdat ik 's morgens vroeg door mijn broer werd gebeld dat ze ziek was en of het goed was dat hij met d'r naar de dierenarts ging. Natuurlijk. Ze knapte gelukkig wel op in de dagen die volgde. Maar toch, ik was wel ongerust die dag.
Hoe zo druk?
Maak jouw eigen website met JouwWeb