Dag 6, 10 september 2022, Palermo
Kijk: hier onder een mooie start van de dag.
En dan word je verrast meet de komst van een cruiseschip. Kun jij tellen hoeveel verdiepingen. Het was elke dag een komen en gaan van schepen, leuk op je eigen terrasje met een glaasje wijn (in de avond hoor).
Voor we Palermo onveilig gaan maken eerst een stevig ontbijt. Zo te zien gaat dat wel lukken. Binnen of buiten? Nou...
... nou doe maar buiten.
Meteen wat fotootjes van de tuin rond het hotel maken.
Dan Palermo in.
In de 7e of 8e eeuw v.Chr. stichtten de Feniciërs op de plaats van de stad een kolonie. De stad werd destijds Ziz (bloem) genoemd. De naam verwees naar het vruchtbare land errond. De Grieken, die in Zuid-Italië belangrijke koloniën in bezit hadden, noemden de stad later Panormos, wat Grieks is voor volledige haven, en wat vervolgens onder de Romeinen de Latijnse naam Panormus werd.
In 408, 406 en 391 v.Chr. deden Syracuse en vloten van andere Griekse koloniën pogingen om de stad op de Carthagers te veroveren. Palermo werd in tegenstelling tot veel andere Siciliaanse steden nooit een Griekse stad, maar het lag wel in de buurt van de grens met het Griekstalige oosten. In 275 v.Chr. lukte het Pyrrhus van Epirus toch om de stad een tijdlang te bezetten.
De Romeinen veroverden Palermo tijdens de Eerste Punische Oorlog. Onder keizer Augustus werd Palermo een belangrijke havenstad en vestigden voormalige Romeinse legionairs zich er.
Nadat de Vandalen hun rijk hadden gevestigd in het huidige Tunesië in 429, vielen ze meermalen Sicilië binnen en veroverden ook Palermo. De stad verloor haar belangrijke positie en viel in 535 toe aan het Byzantijnse Rijk.
In 831 veroverden de Arabische Aghlabiden Palermo en werd het een van de belangrijkste steden van het Middellandse Zeegebied. Palermo werd weer een belangrijke haven en een cultureel centrum. De stad werd uitgebreid met nieuwe wijken en vele bouwwerken. Rond 1050 had de stad ongeveer 350.000 inwoners. In het Europa van die tijd hadden alleen Constantinopel en Córdoba meer inwoners.
In 1072 veroverden Normandiërs onder leiding van Rogier I de stad en het Emiraat Sicilië. Aan het begin van de 12e eeuw werd de stad de hoofdstad van het Graafschap Sicilië en vanaf 1130 van het Koninkrijk Sicilië. Ten tijde van de Normandische heerschappij ontstonden vele kerken en paleizen in de Arabisch-Normandische stijl, zoals het kasteel La Zisa, dat lijkt op een Arabisch woestijnkasteel en de kerk San Giovanni degli Eremiti. De culturele bloeitijd onder de Normandiërs zette zich voort na 1194, toen de Hohenstaufen de macht overnamen. Frederik II gaf de stad een nieuwe glans met talrijke paleizen en de stichting van een Siciliaanse dichterschool.
Nadat de laatste Hohenstaufse koning gedood werd, nam de Franse Karel van Anjou de stad en het eiland over. Karel verplaatste de hoofdstad van zijn rijk naar Napels. Palermo verloor aan betekenis en de armoede van de bevolking leidde in 1282 tot volksopstand die de Siciliaanse Vespers wordt genoemd. Door deze opstand eindigde het bewind van Karel van Anjou in Sicilië. De woede van de bevolking richtte zich op de Fransen, van wie er alleen al in Palermo 2000 werden gedood.
Na de opstand werd Peter III van Aragón koning van Sicilië. In de daaropvolgende eeuwen zouden verscheidene buitenlandse dynastieën heersen over Sicilië, maar Palermo werd nooit meer hun zetel en zodoende raakte de stad in verval. In 1860 veroverde Giuseppe Garibaldi Palermo op het Koninkrijk der Beide Siciliën en een jaar later ging Sicilië deel uitmaken van het Koninkrijk Italië.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Palermo zwaar beschadigd. Veel inwoners uit het oude centrum verhuisden naar nieuwbouwwijken aan de stadsrand. Na de oorlog nam de toestroom van mensen van het Siciliaanse platteland enorm toe. Er werden in hoog tempo nieuwbouwwijken gebouwd, die een zeer chaotisch karakter hebben. In de jaren na de oorlog tot aan het einde van de twintigste eeuw werd de stad beheerst door de Cosa Nostra, de Siciliaanse maffia. De stad werd in die tijd opgeschrikt door vele moorden, waaronder die op de rechters Falcone en Borsellino. De antimaffia burgemeester Leoluca Orlando (ambtstijd 1985-2000) zorgde voor een ommekeer door de maffia en de allesoverheersende corruptie te bestrijden. Onder Orlando ontstond een culturele opbloei die wordt gesymboliseerd door de heropening van het Teatro Massimo in 1997.
Vele facetten van de rijke geschiedenis zijn in de stad nog te herkennen aan onder meer de bouwstijl van gebouwen, zoals invloed van Arabieren, Normandiërs,
La Martorana (Santa Maria dell’Ammiraglio) – een kerk vol oogverblindende mozaïeken
La Martorana is een van de mooiste kerken van Palermo, al kun je aan de buitenkant nog niet zien wat er binnen allemaal wacht aan pracht en praal. Mozaïekleggers hebben zich hier namelijk helemaal uitgeleefd, net als in de Cappella Palatina en in de kathedraal van Monreale. De kerk werd in de twaalfde eeuw gebouwd, tijdens de heerschappij van koning Rogier II. Officieel heette de kerk eerst Santa Maria dell’Ammiraglio, maar in de volksmond noemde men de kerk al snel La Martorana, naar het naastgelegen klooster.
De nonnen van dit klooster waren degenen die ter ere van een bezoek van de bisschop fruit van marsepein maakten, bij gebrek aan echte sinaasappels aan de bomen. Na de eerste sinaasappels werd de traditie van het marsepeinen fruit al snel over het hele eiland verspreid – en nog altijd kom je in alle pasticcerie appeltjes, bananen, perziken en vijgen van marsepein tegen.
Maar terug naar de kerk. Eenmaal binnen wacht je namelijk een heus mozaïekspektakel. Laat je ogen langzaam over het plafond en de gewelven dwalen en probeer alle afbeeldingen in je op te nemen, van Maria bij de kribbe tot niemand minder dan Rogier II zelf, die wordt gekroond door Christus. Het is het enige portret dat van deze Siciliaanse koning bekend is, een unieke kans dus om de aanstichter van al dit moois te bekijken.
‘Het mooiste monument ter wereld,’ zo oordeelde de Arabische reiziger Ibn Jubayr, die zelf uit Andalusië kwam en dus wel aan mooie heiligdommen gewend was, over La Martorana. ‘Het is onmogelijk het met woorden te omschrijven,’ zo vervolgde hij. ‘Binnen zijn alle muren van goud en bekleed met mozaïek, hetgeen je nergens anders ter wereld ziet.’
Cattedrale della Santa Vergine Maria Assunta
De Cattedrale della Santa Vergine Maria Assunta (Kathedraal van de Maria-Tenhemelopneming) is de belangrijkste kerk van Palermo. De kathedraal wordt gekenmerkt door de vele bouwstijlen ten gevolge van een lange geschiedenis van uitbreidingen, wijzigingen en restauraties, waarvan de laatste in de negentiende eeuw plaatsvonden. De kathedraal staat aan een plein aan de Corso Vittorio Emanuele.
Op de plaats van het huidige gebouw werd reeds in de zesde eeuw, ten tijde van paus Gregorius I, een kathedraal opgericht. De Arabieren maakten, na hun verovering van Sicilië, van de kathedraal een moskee. Tot deze Grote Moskee behoorde niet alleen het gebedshuis voor het vrijdaggebed, maar ook de madrassa, een bibliotheek en een badhuis. Nadat Roger I Palermo had veroverd op de Arabieren, werd de moskee wederom de zetel van het aartsbisdom Palermo.
Toen de oude kathedraal in 1169 door een aardbeving zwaar beschadigd raakte, besloot aartsbisschop Walter de kathedraal volledig af te breken en een nieuwe te bouwen. De nieuwbouw werd in de jaren 1179-1185 gebouwd en was een typerend voorbeeld van de Arabisch-Normandische architectuur. Niet alleen de oorspronkelijke kathedraal werd gesloopt, maar ook de bijgebouwen van de Grote Moskee.
Van de veertiende tot de zestiende eeuw werd het gebouw meermalen uitgebreid. Het hoofdportaal werd van de westzijde naar de zuidzijde verplaatst en daarvoor werd een groot plein aangelegd. Het zuidelijke portaal werd rond 1465 gedecoreerd in de Catalonische laatgotische stijl.
In de jaren 1781-1801 werd het aanzien van de kathedraal aanzienlijk veranderd door de architect Ferdinando Fuga door een grootschalige renovaties van het exterieur en interieur. Fuga bouwde een neoclassicistische koepel boven de kruising en verving de daken van de zijbeuken door een reeks van kleine koepels. Het interieur kreeg een classicistisch uiterlijk doordat Fuga de kolommen tussen het schip en de zijbeuken, met hun gotische spitsbogen, verving door een massieve pilaren en bogen.
De laatste veranderingen aan de kathedraal vonden plaats in de negentiende eeuw toen de grote westelijke klokkentoren een neogotisch uiterlijk kreeg.
De westgevel, aan de Via Bonello, dateert uit de 14e en 15e eeuw en wordt geflankeerd door twee gotische torens en heeft een gotisch portaal, met daarboven in een nis een kostbaar 15e-eeuws beeld van Madonna. Twee spitsboogvormige arcades overspannen de straat en verbinden de kathedraal met de klokkentoren, die grenst aan het aartsbisschoppelijk paleis.
Het portiek in gotisch-Catalaanse stijl, met drie bogen, opgericht rond 1465 aan de zuidgevel vormt tegenwoordig de hoofdingang van de kathedraal. De eerste kolom, aan de linkerkant, behoorde tot de oorspronkelijke kathedraal en de moskee, zoals blijkt uit een Arabische inscriptie, met een vers uit de Koran, in de zuil. De beelden van het portaal werden tussen 1426 en 1430 gemaakt door Antonio Gambara, terwijl de houten bladeren uit 1432 door Francesco Miranda gemaakt zijn. Het mozaïek dat Madonna uitbeeldt stamt uit de dertiende eeuw. Op de muren zijn twee monumenten aangebracht die herinneren aan de kroning van Karel III en Victor Amadeus II, de laatste koning die hier werd gekroond in december 1713.
Het interieur is gevormd door de verbouwingen aan het einde van de 18de eeuw door Ferdinando Fuga. De kathedraal is gebouwd als een klassieke basilica in de vorm van een Latijns kruis. De pijlers verbergen de kolommen die oorspronkelijk de bogen ondersteunden tussen het middenschip en de zijbeuken.
In het interieur staan enkele waardevolle standbeelden, zoals de marmeren Madonna met Kind door Francesco Laurana in 1469 en de Madonna della Scala door Antonello Gagini uit 1503 op het altaar in de nieuwe sacristie.
Rechts van het priesterkoor is de kapel van de heilige Rosalia. In een zilveren urn uit 1632 worden de relikwieën van de patroonheilige van Palermo bewaard. Andere zilveren urnen bewaren de relikwieën van de heilige Cristina en de heilige Ninfa.
In de crypte bevinden zich de sarcofagen van de aartsbisschoppen van Palermo, waarvan enkel hergebruikte Romeinse sarcofagen zijn.
De Fontana Pretoria. De fontein werd in de zestiende eeuw geplaatst op het Piazza Pretoria, dat speciaal voor de fontein is aangelegd.
De fontein werden oorspronkelijk in opdracht van de Spaanse onderkoning van Napels Pedro Álvarez de Toledo gemaakt voor zijn Florentijnse villa door een aantal beeldhouwers uit Florence. Don Pedro overleed echter voor de voltooiing van het werk in 1554, en zijn zoon verkocht de fontein in 1573 aan de stad Palermo. Nog in hetzelfde jaar werd er een plein aangelegd voor het Palazzo Pretorio, tegenwoordig het stadhuis, en de Dominicaanse kerk Santa Caterina en werden de 644 onderdelen van de fontein aldaar in elkaar gezet.
De fontein heeft een omtrek van 133 meter en is 12 meter hoog. Op de fontein staan vele beelden van riviergodinnen en nimfen. Aangezien het merendeel van de beelden naakt is, wordt de fontein ook wel de fontein van de schande genoemd. De fontein is aan het einde van de twintigste eeuw volledig gerestaureerd.
Jammer is alleen dat er zoveel panden rondom staan die (hoe is het mogelijk) nog net niet ingestort zijn. Het plein zou zoveel mooier kunnen zijn, maar dat zie je helaas op heel veel plaatsen in Palermo terug, de enorme verpaupering.
Tijd om te gaan eten. "Ik wil groentesoep," zei Henk. 'Dat kennen ze hier niet hoor." "Vast wel!" Nou de ober keek ons verbaasd aan. Het kostte wat moeite het goed uit te leggen, maar toen ging er een lichtje bij hem branden. Even later kwam hij aan met een bord vol groente, en dan ook alleen maar groente (geen vlees) in een soort bouillon. Tadaa. Nou ik hou het maar bij lasagne.
Giovanni Falcone (Palermo, 18 mei 1939 - aldaar, 23 mei 1992) was een Italiaans onderzoeksrechter. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Palermo en studeerde af in 1961. Falcone is vooral bekend als verwoed strijder tegen de Siciliaanse maffia.
Falcone bracht het "maxi-proces" in Palermo op gang tegen leden van de Siciliaanse maffia dat van start ging in 1984. Na afloop van dat proces, drie jaar later, sprak het hof meer dan 25 eeuwen gevangenisstraf uit tegen 342 maffiosi, onder wie 'de baas der bazen', Salvatore Riina. Falcone moest deze krachttoer echter met zijn leven bekopen; op 23 mei 1992 werd door de Cosa nostra springstof aangebracht in de afwateringsbuizen onder de snelweg naar het vliegveld. Op het moment dat Falcone daar enkele uren later over reed, werd de lading op afstand tot ontploffing gebracht. Falcone, zijn echtgenote en drie lijfwachten werden gedood.
Een golf van verbijstering overspoelde Italië, want nooit eerder had de maffia zo openlijk een aanval gedaan op de staat. Op de begrafenis van Falcone sprak Rosaria Schifani (de weduwe van een van de lijfwachten) een volgepakte kathedraal toe en beroerde 25 miljoen Italianen met een bijzonder emotionele speech. Achteraf bleek deze speech voor vele pentiti (spijtoptanten, ex-maffiosi) dé reden waarom ze zich hebben overgegeven aan het gerecht.
Twee maanden later werd ook de wagen van Falcone's collega Paolo Borsellino opgeblazen. Deze moorden gaven veel kracht aan Operatie Schone Handen, Mani Pulite, van een onderzoeksrechter in het noorden van Italië, Antonio di Pietro.
Voor de aanslag op de rechters Falcone en Borsellini en vele andere misdrijven werd de huurmoordenaar Bruno Brusca in 1996 gearresteerd. Tijdens zijn rechtszaak in 2001 besloot hij opening van zaken te geven, en daardoor werd Marcello Dell'utri, de rechterhand van Sylvio Berlusconi, ontmaskerd als contactpersoon van de Cosa Nostra. Vanwege zijn onthullingen werd Brusca tot slechts 25 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Eind mei 2021, een week na de jaarlijkse herdenking van de aanslag op Falcone, kwam hij op vrije voeten.
Maak jouw eigen website met JouwWeb