Via Appia

Gepubliceerd op 3 juli 2015 om 20:57

De Via Appia (De weg van Appius) is, samen met de Via Latina (de weg naar Latium), Via Flaminia (de weg van Flaminius) en de Via Salaria (de zoutweg), een van de belangrijkste oude Romeinse wegen. De weg liep van de hoofdstad Rome, dicht bij de westkust van het Apennijns Schiereiland, tot aan Brundisium (het huidige Brindisi in Puglia)) aan de zuidoostkust hiervan. Het oorspronkelijke traject is op een goede Italiaanse wegenkaart nog redelijk te volgen.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Aan de bouw van de Via Appia werd in 312 v.Chr. begonnen op initiatief van Appius Claudius Caecus, naar wie de weg ook werd genoemd. De weg werd aangelegd tijdens de Tweede Samnitische Oorlog om een snelle troepenverplaatsing mogelijk te maken, maar hij kreeg ook een enorm economisch belang, voor vervoer van goederen en personen tussen Rome en Campanië en verder. De weg liep aanvankelijk tot Capua, later is hij doorgetrokken naar Brundisium.

Vanwege het belang van de weg kreeg hij de bijnaam regina viarum (koningin der wegen). De landschappelijke schoonheid van het traject kan hierbij echter eveneens een rol hebben gespeeld. Zeker is dat de weg zeer druk begaan werd door zwaar beladen karren, want de sporen vindt men over de gehele route in het wegdek terug.

 

Wilma de Krom in Rome

De Tombe van Caecilia Metella is een groot grafmonument uit de eerste eeuw v.Chr. aan de Via Appia ten zuiden van Rome. De tombe ligt bij de derde mijlpaal, ongeveer 5 km buiten Rome. Het monumentale praalgraf (mausoleum) staat op een verhoging in het landschap en vormde een opvallend herkenningspunt voor de reiziger die vanuit het zuiden naar Rome kwam.

De tombe werd opgericht voor Caecilia Metella, de dochter van Quintus Caecilius Metellus Creticus (consul in 69 v.Chr.) en vrouw van Marcus Licinius Crassus, de zoon van de bekende Crassus die deel uitmaakte van het Eerste triumviraat.

 

Op de tombe staat de volgende inscriptie:

CAECILIAE / Q(uinti) CRETICI F(iliae) / METELLAE CRASSI

                                                                           Aan Caecilia Metella, dochter van Quintus Creticus, (de echtgenote) van Crassus.

 

De graftombe staat op een vierkant podium en heeft een cilindrische vorm. De doorsnee is 29,5 m en hij is ca. 11 m hoog. Binnenin bevindt zich de overkoepelde grafkamer. De tombe is bekleed met travertijn en heeft rondom een fries met stierenkoppen (bucrania) en festoenen; vandaar dat de omgeving Capo di Bove (ossekop) wordt genoemd. Ook de Romeinse Villa Capo di Bove die in de 2e eeuw eigendom was van Herodes Atticus ligt vlak in de buurt.

De sarcofaag van Caecilia Metella staat tegenwoordig in het Palazzo Farnese.

De ronde vorm van de tombe is (net als bijvoorbeeld het Mausoleum van Augustus) geïnspireerd door de Etruskische tumulusgraven, zoals die in de necropolis van Cerveteri.

In de middeleeuwen vormde de tombe de belangrijkste toren van een vesting die de zuidelijke toegangsweg tot Rome beheerste. De aanleg werd al begonnen in de 11e eeuw, maar in 1302, toen de vesting toebehoorde aan kardinaal Francesco Caetani, werd de tombe van kantelen voorzien en uitgebreid met de Castrum Caetani.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

De Via Appia Antica, zoals de oude Romeinse weg nu genoemd wordt, loopt door het Parco Appia Antica. Vanuit de stad begint de weg bij de Porta San Sebastiano, vroeger Porta Appia genaamd.

Rechts, half in een muur gemetseld, vindt men de eerste mijlpaal buiten Rome, gewijd door Nerva en Vespasianus. Even verderop, aan de rechterhand, staan de grafmonumenten van Orazius en Geta, en aan de linkerhand een Romeinse mansio (pleisterplaats), de eerste buiten de stadsmuren. Ook de restanten van de Villa Capo di Bove, de woonplaats van Herodes Atticus in Rome, zijn hier te bezichtigen.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome