Het antieke Rome

Gepubliceerd op 4 juli 2015 om 08:11

Colosseo

Het Colosseum werd gebouwd door de zogenaamde Flavische keizers. De bouw werd begonnen onder de heerschappij van Vespasianus in 72 en gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in 70. Na de voltooiing in 80 werd het ingewijd door Titus. De spelen bij de opening duurden 100 dagen. De dichter Martialis wijdde er een bundeltje van 33 epigrammen aan. Titus' opvolger Domitianus voegde nog een verdieping toe, benevens een aantal gangen en vertrekken onder de arena, die nu zichtbaar zijn.

Het werd gebouwd op de plaats waar het stagnum, een kunstmatig meer, lag van Nero's Domus Aurea. De Flavische keizers probeerden de herinnering aan de gehate Nero uit te wissen en de gunst van het volk terug te winnen. De bouw van het Colosseum juist op de plek van het meertje, dat men had weten droog te leggen, paste in dat streven. Bovendien spaarde de keuze voor deze locatie veel grondverzet, aangezien het immense bouwwerk enorme fundamenten vereiste. Het meer besloeg vijf voetbalvelden en werd drooggelegd aan de hand van kanalen die naar de rivier de Tiber liepen (net onder Rome).

Vespasianus' amfitheater was het beroemdste in de Romeinse wereld. Het werd bekend als Amphitheatrum Flavium - afgeleid van Flavius, de familienaam van Vespasianus, Titus en Domitianus. Tegenwoordig is het theater beter bekend als Colosseum. Waarschijnlijk ontleende het zijn huidige naam aan het ruim 35 meter hoge beeld, de Colossus van Nero, dat naast het amfitheater stond en niet op de afmetingen van het gebouw, wat men ook vaak beweert.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Het Colosseum was geheel bedoeld voor de spelen die werden georganiseerd en gefinancierd door de heersende keizer. Bij de opening organiseerde Titus spelen die 100 dagen duurden. Volgens de overlevering waren er naast vele gladiatorengevechten de meest verbazingwekkende schouwspelen te zien. Zo was er een gevecht tussen kraanvogels en een gevecht tussen vier olifanten. Negenduizend tamme en wilde dieren werden afgeslacht. Ook vrouwen traden op als wilde-dierenvechters.

Bij normale spelen in het Colosseum werden ’s morgens wilde-dierengevechten gehouden waarbij bestiarii (wilde-dierenvechters) vochten met allerlei wilde dieren in venationes (jachtpartijen). De arena werd op passende wijze ingericht met rotspartijen, struiken, e.d. Tussen de middag was er voor geïnteresseerden een pauzeprogramma waarin veroordeelde gevangenen voor de wilde dieren werden gegooid (damnatio ad bestias). Het middagprogramma met de gladiatorenshows (munera) vormde het hoogtepunt.

Kort na de opening werden volgens de overlevering ook naumachiae (zeeslagen) gehouden. Nadat men de arena met miljoenen liters water had laten vollopen, werden beroemde zeeslagen uit de geschiedenis geënsceneerd. Hoe dit precies in zijn werk ging is niet duidelijk, omdat de arena van het Colosseum eigenlijk te klein is voor oorlogsschepen. Men stopte hier in ieder geval mee na de verbouwing door Domitianus, toen twee verdiepingen onder de arena werden aangelegd. Andere bronnen melden dat de zeeslagen waarschijnlijk een vergissing zijn van de historicus Dio Cassius. Hij schreef in de 4e eeuw hoe 150 jaar eerder zeeslagen werden nagespeeld in een onder water gelopen arena. De zeeslagen vonden vermoedelijk plaats in Naumachie van Augustus, een met water gevulde arena aan de overkant in Trastevere.

Met de opkomst van het Christendom ontstond er steeds meer verzet tegen de spelen. Een enkele keizer, zoals Marcus Aurelius, was al tegen de gladiatorengevechten, maar hij kon ze door de grote populariteit onder het gewone volk niet zonder meer afschaffen. De gladiatorengevechten werden afgeschaft nadat het Christendom tot staatsgodsdienst werd verheven. De christelijke keizer Honorius verbood de spelen in 404, nadat een monnik die bij een strijd tussen gladiatoren tussenbeide wilde komen, door het publiek werd gelyncht. Het Colosseum bleef hierna nog wel in gebruik voor andere voorstellingen, voornamelijk venationes, waarbij gejaagd werd op wilde dieren. De laatst bekende voorstelling werd gehouden in 523.

Historici schatten dat in de loop der eeuwen tussen de 300.000 en 500.000 mensen in het Colosseum zijn gestorven.

Wilma de Krom in Rome

Het elliptische grondvlak meet (over de assen gemeten) 188 bij 156 meter, heeft een omtrek van 527 m. De hoogte van de gevel is 48,50 meter. De buitenmuur heeft drie rijen van 80 bogen, die telkens gescheiden worden door halfzuilen, beneden met Dorische, in het midden met Ionische en boven met Korinthische kapitelen. Ook de bovenverdieping (die merendeels gesloten is) heeft Korinthische pilasters. Er waren 76 ingangen die genummerd waren met Romeinse cijfers (boven de ingangen XXIII-LIV zijn de nummers nog zichtbaar).

Het Colosseum is gebouwd uit beton, tuf- en baksteen, maar voor de façade en zuilen is gebruikgemaakt van grote hoeveelheden travertijn, dat via een speciaal aangelegde weg werd aangevoerd uit de heuvels bij Tivoli. IJzer werd gebruikt om de stenen aan elkaar te bevestigen. Een groot aantal zitplaatsen, muurbekledingen en ornamenten was van marmer. De 1e rij bogen is voornamelijk opgebouwd uit kalksteen. Voor de 2e en 3e rij bogen zijn rode bakstenen (ook wel terracotta) en beton (ook wel opus signinum) gebruikt. Dit was lichter en hierdoor was de kans op instorten kleiner. Het voordeel van het gebruik van bogen is dat de kracht naar de pilaren wordt gedrukt. En doordat de boog open is, hoeft er minder steen te worden gebruikt, wat weer scheelt in gewicht. Een ander voordeel van de bogen is dat ze allemaal hetzelfde zijn. Hierdoor kon gebruikgemaakt worden van ongeschoolde arbeiders.

De cavea bood plaats aan meer dan 50.000 toeschouwers. Deze was ingedeeld in vier galerijen. Voor de keizer was er een aparte loge aan een van de lange kanten van de arena met een eigen ingang. Aan de overzijde was de loge voor de keizerin, de Vestaalse maagden en de magistraten. De senatoren hadden marmeren zitplaatsen direct aan de arena. Andere mannen zaten naargelang hun sociale positie dicht bij de arena of er verder vandaan. Op de vierde galerij zaten de vrouwen van senatoren en ridders. De arena, die door een muur van 4 meter hoog van het toeschouwersgedeelte gescheiden was, meet 76 bij 44 meter, en was gevuld met geel zand. Aan de uiteinden van de lengteas waren twee artiesteningangen.

Het Colosseum kon worden afgedekt met een canvas zonnescherm: het Velarium. Dit scherm werd opgetrokken met kabels die aangetrokken werden van buiten het Colosseum over 240 masten. Deze masten staken via gaten in de kroonlijst in een uitstekende stenen bak. Voor het optrekken van het velarium was een regiment matrozen in Rome aanwezig. Naar schatting waren er wel duizend man nodig om het scherm op te trekken. Op het plein buiten het Colosseum staan nog enkele stenen met gaten waaraan de kabels bevestigd werden, hoewel ook gedacht wordt dat deze stenen dienden voor dranghekken.

Naderhand is er nog een hypogeum bijgebouwd: het ondergrondse labyrint, vermoedelijk onder het bewind van keizer Domitianus . Hier waren 60 valluiken en 30 liften. Door de luiken en liften konden bijvoorbeeld tijgers naar de arena geleid worden.

In de nabijheid van het Colosseum waren vier gladiatorenscholen. Voor de bestiarii was er de Ludus Matutinus, zo genoemd omdat de wilde-dierengevechten in de ochtend plaatsvonden, en voor de 'echte' gladiatoren waren er de Ludus Gallicus, de Ludus Dacicus en de Ludus Magnus. De laatste was de grootste, lag het dichtst bij het Colosseum en was er door een ondergrondse gang mee verbonden. Een deel ervan is door opgravingen ten oosten van het Colosseum blootgelegd.

 

Wilma de Krom in Rome

Het Colosseum heeft te lijden gehad onder verschillende natuurrampen. Een blikseminslag in 217 beschadigde het Colosseum dusdanig dat er gedurende vijf jaar geen spelen georganiseerd konden worden. Diverse aardbevingen brachten grote schade toe aan het gebouw, maar zolang het gebouw in gebruik was werd dit telkens gerepareerd door de Romeinen en later door de Ostrogoten. Tijdens de middeleeuwen volgden twee grote aardbevingen in 847 en 1349, die het Colosseum verder verwoestten. In de 12e eeuw werd de ruïne van het amfitheater omgebouwd tot fort van de familie Frangipani. De belangrijke Romeinse families, waar vaak ook de paus uit voortkwam, beschouwden het Colosseum als een groeve waar eenvoudig bouwmateriaal gehaald kon worden voor hun nieuw te bouwen kerken en paleizen. Zo werd al het marmer verwijderd en hergebruikt in nieuwe gebouwen of simpelweg verbrand om kalk te verkrijgen. Ook het ijzer waarmee de blokken steen en marmer werden vastgezet was gewild. Aan deze plundering kwam pas een einde in 1749 toen Paus Benedictus XIV de historische waarde van het Colosseum inzag en het verdere gebruik als steengroeve verbood. Hij wijdde het Colosseum als kerk ter nagedachtenis aan de lijdensweg van Christus en bouwde binnenin een kruisweg. De grond van het amfitheater werd als heilig beschouwd vanwege het bloed van de christelijke martelaren dat hier vergoten werd. Dit ondanks het feit dat de meeste Christenen waarschijnlijk gedood werden in het Circus Maximus. Latere pausen lieten het Colosseum nog verder restaureren en archeologisch onderzoeken.

Hoewel het Colosseum niet meer de oorspronkelijke afmetingen heeft, is het nog steeds een imposant geheel en trekt het dagelijks duizenden toeristen. In de moderne tijd is een gedeelte van de houten arenavloer weer aangebracht.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Arco di Costantino

De boog is een triomfboog in Rome, opgericht ter herinnering aan de overwinning van Constantijn de Grote op de usurpator Maxentius tijdens de slag bij de Milvische brug in 312 na Christus. Het 21 meter hoge monument is gemaakt van marmer en baksteen, en werd voltooid in 315. Keizer Constantijn vierde hiermee zijn eerste decennium als heerser.

De boog met drie doorgangen die grotendeels door Maxentius voltooid werd, is gebouwd naar het voorbeeld van de honderd jaar oudere Boog van Septimius Severus op het Forum Romanum. De Boog van Constantijn is gebouwd over de Via Triumphalis, de weg waarover de keizers vroeger tijdens hun triomftocht naar de Capitolijn trokken. Vanuit het zuiden naderend, rijst rechts achter de boog het Colosseum en links de door Maxentius herstelde Tempel van Venus en Roma op.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Voor de boog zijn delen van oudere monumenten uit Rome gebruikt. Zo komen de reliëfs en beelden uit tempels van Trajanus, Hadrianus en Marcus Aurelius. Doordat de boog grotendeels afgewerkt was door Constantijns voorganger, werd de keuze van decoratieve elementen ook door Maxentius reeds gemaakt.
De toevoegingen van Constantijn komen neer op de reliëfs van Trajanus op de zijkanten en de wanden van de middelste doorgang. Daarbij verving hij de koppen van de afgebeelde keizers door die van hemzelf en zijn vader Constantius. Verder bracht hij een zestal smalle friezen aan, voorstellende de roemrijke overwinning op Maxentius in verschillende taferelen: het vertrek van Constantijns leger uit Milaan, het beleg van Verona, de slag bij de Milvische Brug, de triomfantelijke intocht in Rome, de toespraak op het Forum en de uitdeling aan het volk in het Circus Maximus. De paar reliëfs die in Constantijns tijd gemaakt zijn, zijn niet van hoge kwaliteit. Dit duidt erop dat na vele jaren van oorlog en politieke instabiliteit de kunstenaars hun vak enigszins waren verleerd, dan wel dat Constantijn zich graag op één lijn liet stellen met zijn illustere voorgangers. De stijl van deze friezen is niet naturalistisch maar idealiserend of klassiek weergeven, m.a.w. in een gedrongen frontale opstelling voorzien van harde contrasterende kleuren.

De boog was bekroond met een nu verloren gegaan bronzen vierspan met Constantijn in de wagen als evenbeeld van de Zonnegod. De inscriptie aan beide zijden boven de hoogste doorgang was uiteraard nieuw.
Tijdens de middeleeuwen werd de triomfboog opgenomen in een fort, waardoor deze bewaard bleef. De boog werd in de 18e eeuw voor het eerst weer in haar oude staat hersteld.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Bocca della Verita

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

De Basilica di Santa Maria in Cosmedin is een basiliek in Rome.

De driebeukige basiliek is in de 6e eeuw gebouwd op resten van een antiek gebouw, vermoedelijk de Ara Maxima Herculis. In de 8e eeuw werd de kerk door Paus Adrianus I aan Oost-Romeinse Grieken geschonken die gevlucht waren voor het iconoclasme. In deze periode is de basiliek uitgebreid met per schip een apsis. Uit deze tijd komt ook de met leeuwen versierde bisschopstroon.

Onder Paus Calixtus II (12e eeuw) werd de kerk verder verbouwd en werden de voorhal, campanile toegevoegd evenals cosmatenkunst in het interieur.

In de barokperiode werd het interieur van de kerk wederom aangepast, maar de toevoegingen uit deze periode zijn eind 19e eeuw weer verwijderd waardoor de kerk nu een gaaf 12e-eeuwse indruk maakt.

In het voorportaal hangt de beroemde Bocca della Verità. Dit is een antieke marmeren schijf, met de afbeelding van een riviergod. Volgens een oude legende bijt de afgebeelde god de hand af van eenieder die zijn hand in de mond van de god doet en een leugen uitspreekt. Duizenden toeristen per jaar bezoeken de kerk om de legende op waarheid te testen.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Foro Romano

Van oorsprong was het Forum Romanum een open vlakte tussen de heuvels Capitool, Palatijn, Velia en Esquilijn. Er ontsprong een natuurlijke bron en er liep een beek doorheen, de Velabrum, die uitmondde in een moerasachtig gebied bij de Tiber. De beek stroomde uit de dalen van de verderop gelegen heuvels Quirinaal, Viminaal, Oppius en Cispius, en kruiste het forum van het noorden naar het zuiden. De Velabrum werd op bij het forum verder gevoed door diverse bronnen en stroompjes, waarvan de belangrijkste op de Velia lag. De lager gelegen delen van het dal waren drassig en overstroomden regelmatig.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Archaïsche tijd (10e eeuw - 8e eeuw v.Chr.)

In de 10e eeuw v.Chr. vormden zich de eerste nederzettingen op de Palatijn en andere heuvels. De Vicus Iugarius werd aangelegd door het dal van het forum en de inwoners van de dorpjes hielden waarschijnlijk een eenvoudige markt op de hoger gelegen delen van de vlakte. Ze verkochten er zout en andere waren, die via de nabijgelegen Tiber konden worden aangevoerd. De kopers waren boeren uit de omgeving. Daarnaast werd het forum gebruikt als begraafplaats. Er zijn diverse graven uit deze tijd teruggevonden.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Koningstijd (8e eeuw - 6e eeuw v.Chr.)

Vanaf de 8e eeuw v.Chr. verenigden de nederzettingen van de omliggende heuvels zich en ontstond de stad Rome, die in deze tijd geregeerd werd door koningen. Volgens de overlevering liet de tweede koning Numa Pompilius op het forum de Regia bouwen, dat hij als woning of hoofdkwartier gebruikte. Hij bouwde ook een van de eerste heiligdommen op het forum, de Tempel van Vesta. Bij de tempel hoorde het Huis van de Vestaalse Maagden en de Domus Publica, waar de pontifex maximus woonde. De vijfde koning Tarquinius Priscus zou de Velabrum hebben gekanaliseerd, zodat de waterstroom gecontroleerd door de vallei richting Tiber kon lopen en overstromingen niet meer voorkwamen. Op de drooggevallen delen van het dal kon daarna gebouwd worden. Het nieuwe kanaal werd ook gebruikt als riool en kreeg de naam Cloaca Maxima, Latijn voor Grootste riool. Volgens de Romeinse historicus Livius verdeelde Tarquinius Priscus daarna het nieuw verkregen land onder de burgers en bouwde er zelf een aantal overdekte winkelstraten. Vanaf de 6e eeuw v.Chr. werd ook de Via Sacra, de belangrijkste weg op het forum, in oost-westelijke richting aangelegd. Het forum werd het politieke centrum van de stad toen op het nieuw verkregen land het comitium en de curia werden gebouwd. Het comitium was de plaats waar volksvergaderingen werden gehouden en in de curia zetelde de senaat. Bij het commitium hoorde de rostra, een podium vanwaar de magistraten het volk konden toespreken. In de buurt van het comitium werden altaars voor Saturnus en Vulcanus opgericht.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Republikeinse tijd (509 - 54 v.Chr.)

In de vroege jaren van de Romeinse Republiek verschenen een aantal monumentale bouwwerken op het forum. In 497 v.Chr. werd de Tempel van Saturnus gebouwd, in 484 v.Chr. gevolgd door de Tempel van Castor en Pollux, die bij de Bron van Juturna werd gebouwd waar de mythologische tweeling zou zijn verschenen. Tussen en tegenover de tempels van Castor en Pollux en van Saturnus verschenen de tabernae, rijen winkels waar in het begin vooral ambachtelijke bedrijfjes als slagers waren gevestigd. Vanaf de 4e eeuw v.Chr. verplaatsten deze bedrijfjes zich echter naar andere markten buiten het Forum Romanum. Hun plaats werd voornamelijk ingenomen door bankiers. De legendarische generaal en politicus Marcus Furius Camillus zou in 367 v.Chr. de eerste Tempel van Concordia hebben gebouwd, maar hiervoor is geen archeologisch bewijs gevonden.

Het forum werd zo het politieke, religieuze en commerciële centrum van Rome. Het werd gebruikt voor spelen en ceremonies. Een van de spectaculairste hiervan was de triomftocht, waarbij de zegevierende republikeinse generaals in een imponerende stoet over de Via Sacra naar de Tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolijn trokken. Op het forum konden de burgers hun generaal bejubelen en de langsrijdende wagens met geroofde rijkdommen bekijken. De open ruimte leende zich ook prima voor gladiatorengevechten en toneelvoorstellingen, waarvoor tijdelijke houten theaters werden gebouwd.

Rond 200 v.Chr. werden de eerste monumentale basilica's op het forum gebouwd. Binnen enkele decennia verschenen de Basilica Porcia (184 v.Chr.), de Basilica Aemilia (179 v.Chr.) en de Basilica Sempronia (170 v.Chr.) In deze jaren veroverden de Romeinen grote delen van de mediterrane wereld en de steeds rijker wordende Romeinen lieten kostbare bouwwerken oprichten om hun status te kunnen tonen. De tabernae verdwenen langzaam van het forum en de handel verplaatste naar de basilica's, waar ook recht werd gesproken. In 121 v.Chr. sloeg consul Lucius Opimius een grote volksopstand neer en herbouwde de Tempel van Concordia op het terrein aan de voet van de Capitolijn, met daarnaast de kleine Basilica Opimia. Quintus Fabius Maximus was zijn medeconsul van dat jaar en liet na een overwinning op de Gallische stam der Allobrogen de eerste triomfboog op het forum bouwen, de Boog van Fabius.
In de eerste helft van de laatste eeuw v.Chr. veranderde er niet veel op het forum. Het grote plein werd opnieuw geplaveid en de dictator Sulla liet op de helling van de Capitolijn het Tabularium bouwen. De Cloaca Maxima stroomde nog steeds als een open kanaal door het forum en verdeelde het in tweeën. Tijdens de onrustige laatste jaren van de republiek ontstonden regelmatig grote rellen op het forum. Politici hitsten het volk op en brachten knokploegen mee om door intimidatie een zaak in hun voordeel te kunnen beslissen.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Caesar en Augustus (54 v.Chr. - 14 n.Chr.)

Tussen 58 en 50 v.Chr. was Julius Caesar proconsul van Gallië. Door de buit van zijn vele overwinningen daar werd hij een van de rijkste mannen van de stad en wilde dit in navolging van Pompeius, die een enorm groot theater had gebouwd, ook laten zien. In 54 v.Chr. was hij nog buiten de stad maar gaf opdracht om de Basilica Julia te bouwen op de plaats van de door brand verwoeste Basilica Sempronia. Caesar had grote plannen voor een herinrichting van het forum. Door de enorme groei van de stad was het Forum Romanum te klein geworden en hij bouwde daarom een nieuw forum, direct aan de noordelijke zijde. Onderdeel van deze plannen was de Curia Julia, een nieuw senaatsgebouw ter vervanging van de oude curia, die bij rellen in 52 v.Chr. was afgebrand. De nieuwe curia kreeg een andere oriëntatie om in een lijn te komen met het nieuwe forum dat er direct achter werd gebouwd. Caesar werd vermoord voordat al zijn bouwwerken klaar waren, maar zijn erfgenaam Octavianus nam deze taak op zich en voltooide de basilica, de curia en het nieuwe forum.

Na de moord werd Caesar op het forum gecremeerd. Octavianus liet zijn adoptiefvader vergoddelijken en bouwde in 29 v.Chr. op de crematieplaats de Tempel van Caesar. In 33 v.Chr. liet Marcus Vipsanius Agrippa de Cloaca Maxima overdekken, waardoor het forum in een grote openbare ruimte veranderde. In 14 en 9 v.Chr. gingen bij branden op het forum de net gebouwde Basilica Julia, de Basilica Aemilia en de Tempel van Castor verloren. Octavianus, die in 27 v.Chr. als Augustus de eerste Romeinse keizer was geworden, liet ze echter weer herbouwen. Aan de Basilica Aemilia liet hij de Porticus van Gaius en Lucius bouwen, een twee verdiepingen hoog winkelcomplex dat de basilica aan het oog onttrok. De Boog van Augustus gaf toegang tot het vernieuwde forum en verbond de Tempel van Caesar met de Tempel van Castor en Pollux. Aan de andere zijde van het plein, in een rechte lijn met de Tempel van Caesar, herbouwde Tiberius in 12 n.Chr. de Tempel van Concordia op grootse wijze en plaatste er veel belangrijke kunstwerken in.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Keizertijd (14 - 476 n.Chr.)

Na Augustus behield het forum zijn toenmalige vorm. Er werden nog wel enkele tempels bijgebouwd, maar verder werden er voornamelijk kleinere monumenten ter ere van de keizers opgericht. Augustus, Domitianus, Vespasianus en Trajanus bouwden elk nog een nieuwe forum dicht tegen het Forum Romanum aan. Samen met het Forum van Caesar waren dit de keizerlijke fora.

In 16 liet Tiberius een triomfboog oprichten tussen de Tempel van Saturnus en de Basilica Julia. De boog was gebouwd ter ere van een overwinning van Germanicus, maar omdat die onder auspiciën van Tiberius was behaald, kreeg de boog de naam van de keizer. Tiberius bouwde ook een tempel voor de vergoddelijkte Augustus, die op een nog onbekende plaats achter de Basilica Julia moet hebben gestaan. Tussen de Tempel van Concordia en de Tempel van Saturnus bouwde Titus in 80 de Tempel van Vespasianus voor zijn overleden vader, maar hij stierf zelf voordat dit heiligdom klaar was. Zijn broer Domitianus voltooide de tempel en wijdde het daarna ook aan Titus. Achter de Tempel van Castor bouwde Domitianus een enorm groot atrium voor zijn paleis op de Palatijn. Men kon hier vanaf het forum via een groot trappenhuis de top van de heuvel bereiken, al is niet duidelijk of het gebouw ooit is voltooid. De imponerende restanten zijn nog duidelijk zichtbaar. Ter ere van een overwinning van de keizer op de Germaanse stam der Chatten werd het grote Ruiterstandbeeld van Domitianus op het forum opgericht. Nadat Domitianus werd vermoord sprak de senaat echter de damnatio memoriae uit over zijn nagedachtenis en werd het beeld weer afgebroken. De Porticus van de twaalf goden, waarvan de weer opgerichte zuilen direct naast de Tempel van Vespasianus staan, wordt toegeschreven aan Hadrianus, die tussen 117 en 138 regeerde. Dit bouwwerk diende onder meer om deze hoek van het forum op fraaie wijze af te sluiten. Antoninus Pius bouwde in 150 de laatste tempel aan het forum, ter ere van zijn overleden vrouw Faustina. Na zijn eigen dood werd de tempel ook aan Antoninus zelf gewijd. De Boog van Septimius Severus was in 204 het laatste grote bouwwerk dat aan het forum werd toegevoegd. Ter ere van deze keizer werd er ook een groot ruiterstandbeeld opgericht.

Na de regering van de Severische keizers brak de Romeinse crisis van de 3e eeuw uit, die grote invloed had op de verdere geschiedenis van het rijk en de stad. Gedurende vijftig jaar werd er vrijwel niets meer gebouwd. Pas nadat Diocletianus rond 284 de orde had hersteld, kwamen er weer nieuwe bouwactiviteiten. Dit was ook nodig, want in 283 woedde een grote brand op het Forum die veel gebouwen beschadigde en de Basilica Julia en Curia Julia verwoestte. Diocletianus liet beide gebouwen in hun oude luister herbouwen. Hij bouwde een nieuwe rostra tegenover de Tempel van Caesar en liet op de oude rostra bij de curia vijf erezuilen oprichten. Langs de zuidelijke rand van het plein werden vervolgens nog zeven zuilen gebouwd. In de late oudheid werd op het forum nog regelmatig een eremonument toegevoegd, maar niet meer grote schaal. De antieke bouwwerken werden als symbool van de grootsheid van het rijk met respect behandeld en regelmatig onderhouden en gerepareerd. In de jaren 360 vond er nog een opmerkelijke restauratie op het forum plaats; de stadsprefect Vettius Agorius Praetextatus ging in tegen de tijdgeest van het opkomende christendom en was nog een vereerder van de oude Romeinse godsdienst. Na een grote brand liet hij de Porticus van de twaalf goden nog eenmaal herbouwen. Aan het begin van de vijfde eeuw woedde er weer een grote brand op het forum, mogelijk tijdens de inval van de Gothen onder Alarik I in 410. De Basilica Aemilia werd hierbij verwoest, maar werd in de jaren daarna nog gedeeltelijk herbouwd.

Wilma de Krom in Rome

Middeleeuwen en renaissance

Na de val van het West-Romeinse Rijk veranderde er de eerste eeuwen niet veel op het forum, dat nog steeds door de inwoners van Rome werd gebruikt. In de tweede helft van de 6e eeuw werd de kerk van S. Maria Antiqua op het terrein naast de Tempel van Castor gebouwd. In 608 werd op het plein van het forum het laatste nieuwe monument ingewijd, de Zuil van Phocas, hoewel deze zuil waarschijnlijk al enkele eeuwen eerder door Diocletianus was opgericht.

Gedurende de middeleeuwen had de sterk uitgedunde bevolking van Rome niet meer de middelen om de antieke gebouwen op het forum te onderhouden en de meeste bouwwerken vervielen tot ruïnes. De Tempel van Antoninus Pius en de Curia Julia werden omgebouwd tot een kerk en bleven zo van dit lot bespaard. De Boog van Septimius Severus diende als voorportaal van een andere kerk en bleef daardoor ook behouden. Een aantal aardbevingen, met name die van 847, brachten grote schade toe aan de verlaten gebouwen en het kostbare marmer en ijzer werd uit de ruïnes verwijderd om in nieuwe gebouwen hergebruikt te kunnen worden. Vooral in de renaissance was dit een normale zaak en in dit tijdperk verdwenen de meeste antieke gebouwen. Hooguit hun fundering of een paar losstaande zuilen bleven bewaard. Gedurende de eeuwen vormde zich een grote laag puin en aarde over de restanten, die daarna vrijwel geheel onder de grond verdwenen. Het forum veranderde langzaam in een weiland waarop boeren hun koeien tussen de laatste antieke resten lieten grazen. Het kreeg destijds de bijnaam Campo Vaccino, het koeienveld.

Moderne tijd, opgravingen

Al tijdens de renaissance kreeg men weer interesse in het oude Rome en de antieke gebouwen van het forum, maar dit uitte zich voornamelijk in ongeregeld schatgraven op diverse plaatsen verspreid over het terrein. Vanaf 1800 ging men structureler te werk. De Boog van Septimius Severus was voor bijna de helft begraven en werd in 1803 weer helemaal blootgelegd. De Fransen waren destijds aan de macht en hadden bijzondere interesse in de oudheden. Franse onderzoekers brachten in de eerste helft van de 19e eeuw de restanten van de tempels van Castor en Pollux, Concordia, Saturnus en Vespasianus weer bovengronds. Na 1870 volgde een algehele opgraving van het forum tot aan het grondniveau van de 4e en 5e eeuw. Vanaf 1898 ging de Italiaanse archeoloog Giacomo Boni nog een stap verder en groef de bodem af tot het grondniveau uit de tijd van Augustus. Hierbij werden veel belangrijke vondsten gedaan en het forum in zijn huidige staat dankt zijn uiterlijk aan deze opgravingen. Op specifieke plaatsen deed men later opgravingen die nog dieper gingen. Hierbij werden onder andere de restanten van het oude comitium aangetroffen en een begraafplaats uit de archaïsche tijd.

Tegenwoordig vormen de restanten van het Forum Romanum een archeologisch park dat tegen betaling toegankelijk is. Het forum is een van de grootste toeristische attracties van de stad.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Boog van Titus (Forum Romanum)

Wilma de Krom in Rome

De Boog van Titus is gebouwd op het hoogste punt van de Via Sacra, op de heuvel Velia. Dit is de toegang tot het Forum Romanum vanaf het dal van het Colosseum. De enkele boog is vermoedelijk in 81 na Chr. door keizer Domitianus gebouwd, ter ere van zijn vergoddelijkte broer en voorganger Titus. Het monument is dus postuum gebouwd, en heeft niets van doen met Titus' triomftocht in 71, die er echter wel op is afgebeeld.

De ereboog is gebouwd uit marmer en is 13,5 meter breed, 15,5 hoog en 4,75 diep. De doorgang is 8,3 meter hoog en 5,36 breed. Boven op de boog stond vroeger waarschijnlijk een standbeeld van Titus in een wagen voortgetrokken door olifanten. De boog is de oudste, nog staande ereboog in Rome.

De Joodse opstand

De reliëfs in de boog herinneren aan het neerslaan van de joodse opstand in Palestina en aan de verwoesting van Jeruzalem door Titus en zijn vader Vespasianus in 70 na Chr. Naar deze gebeurtenis verwijst ook de versiering van de façade: op de fries aan de buitenkant is de triomftocht van beide heersers afgebeeld – nu is alleen nog het reliëf aan de oostzijde bewaard gebleven – en in de boogzwikken zijn overwinningsgodinnen afgebeeld die de veldtekenen dragen.

Twee gebeurtenissen uit de triomftocht zijn op de grote reliëfvlakken in de doorgang van de boog afgebeeld. De zuidzijde toont het begin van de triomftocht. Hier voeren Romeinse legioensoldaten de kostbaarste stukken van de buit met zich mee, waaronder de Tafel met de Toonbroden, de menora en de zilveren hazozra's uit de Tempel van Jeruzalem, die worden weggedragen door de triomfboog. Op de andere zijde staat het hoogtepunt van de triomftocht: Titus, begeleid door zijn bewakers, de lictoren, staat midden in de door de stadsgodin Roma aangevoerde quadriga, een tweewielige wagen met een vierspan ervoor, en wordt door de overwinningsgodin Victoria gelauwerd. Representaties van Senaat en Volk van Rome completeren het geheel.

De gouden kandelaar, afgebeeld op de triomfboog, diende als model voor de menora op het embleem van de staat Israel.

De inscripties

Op de oostelijke attiek van de boog staat een grote inscriptie gegraveerd. Oorspronkelijk waren er bronzen letters in de inscriptie, maar deze zijn verdwenen. De gaten waarin de letters waren vastgemaakt zijn nog te zien.
De Latijnse tekst luidt:

SENATVS
POPVLVSQVE·ROMANVS
DIVO·TITO·DIVI·VESPASIANI·F(ilio)
VESPASIANO·AVGVSTO

De vertaling luidt:

"De Senaat
en het Volk van Rome
(dragen dit op aan) de vergoddelijkte Titus, zoon van de vergoddelijkte Vespasianus,
Vespasianus Augustus."

Op de westelijke zijde staat een andere inscriptie. Dit is niet meer de oorspronkelijke Romeinse want die was verloren gegaan. Deze inscriptie vermeldt dat Paus Pius VII de boog aan het begin van de 19e eeuw heeft laten restaureren.

Deze inscriptie luidt als volgt:

 

INSIGNE · RELIGIONIS · ATQVE · ARTIS · MONVMENTVM

VETVSTATE · FATISCENS
PIVS · SEPTIMVS · PONTIFEX · MAX(IMVS)
NOVIS · OPERIBVS · PRISCVM · EXEMPLAR · IMITANTIBVS
FVLCIRI · SERVARIQVE · IVSSIT

ANNO · SACRI · PRINCIPATVS · EIVS · XXIIII

Monument van opvallend religie en ook kunst
door verval uiteengevallen:
Pius de Zevende, pontifex max(imus),
door nieuwe werken het oude exemplaar vervangend
heeft opgedragen dit te versterken en te bewaren.

 

Restauratie

De Boog van Titus is bewaard gebleven omdat hij in de verdedigingswerken van het bastion van de familie Frangipani was geïntegreerd. In de middeleeuwen was er geen duidelijke orde in de stad en bevochten de rijke families elkaar om de macht. De families bouwden de nog bestaande antieke Romeinse monumenten om tot forten. Dit was makkelijker dan een volledig nieuw gebouw neer te zetten. De Frangipani's zaten in de zuidwestelijke hoek van het Forum Romanum en op de Palatijn, zij gebruikten de Boog van Titus als poort voor hun fort. De triomfboog raakte in de loop der eeuwen wel ernstig beschadigd. Aan het eind van de middeleeuwen stond alleen het middendeel nog overeind, ingebouwd in een muur.

Later zou paus Paulus IV de joden, die hij in een Romeinse getto had gedwongen, een eed van trouw laten afleggen aan de boog van Titus.

Paus Pius VII liet in 1821 de boog weer in oorspronkelijke staat herstellen. De restauratie werd uitgevoerd door Raffaele Stern en (later) Giuseppe Valadier. De boog was in dermate slechte staat dat de boog eerst geheel moest worden afgebroken. Bij het herbouwen werd ontbrekend materiaal door de kalksteensoort  vervangen. De zijbeuken van de poort zijn destijds herbouwd.

Wilma de Krom in Rome

Circo Massimo

Het Circus Maximus was gebouwd in de vallei tussen de Palatijn en Aventijn. Volgens de overlevering hield Romulus op deze plaats het Consualia-festival, waarbij de Sabijnse maagdenroof plaatsvond. Tijdens dit festival organiseerde Romulus paardenrennen, die zo boeiend waren dat niemand nog zijn ogen ervan af kon houden. Zo konden de Romeinen de aanwezige Sabijnen verrassen en hun dochters ontvoeren.

In de 6e eeuw v.Chr. liet de vijfde koning van Rome, Tarquinius Priscus, op dezelfde plaats de eerste aanzet tot het Circus Maximus bouwen. De beek die door de vallei stroomde, werd gekanaliseerd en overbrugd. De Romeinen zaten op de glooiende hellingen van de heuvels om naar de races te kijken die werden georganiseerd vanwege het feest van het Oktoberpaard.

Wilma de Krom in Rome

Hoewel er ook gladiatorengevechten, atletiekwedstrijden en ander publiek vermaak werden gehouden, was het Circus hoofdzakelijk bedoeld voor wagenrennen. Op de aangewezen feestdagen werden vanaf de tijd van keizer Nero 24 races per dag gehouden. In uitzonderlijke gevallen kon dit zelfs oplopen tot zelfs 100 races per dag. De wedstrijden bestonden uit vier teams, die ieder een politieke stroming vertegenwoordigden; de Roden (Russata), de Groenen (Prasina), de Witten (Albata) en de Blauwen (Veneta). Meestal werd er met een vierspan gereden, maar soms reden ze ook met acht paarden. De wagens startten vanuit de carceres waar twaalf startkooien naast elkaar stonden. De magistraat belast met de organisatie van de spelen gaf het startsein waarna de hekken van de kooien opengingen.

In een vijf kilometer lange race moesten de wagens zeven keer om de spina heen rijden. Bij de metae, de keerpalen op de hoeken van de spina, was het de bedoeling om de bocht zo kort mogelijk te nemen om zo de tegenstanders te hinderen. Veel wagens sloegen hier om, waarbij het regelmatig voorkwam dat de menners uit de wagens vielen, werden meegesleurd door de paarden en zo de dood vonden. Dit tot groot vermaak van het Romeinse publiek. Op de spina stonden aan beide uiteinden zeven eieren en zeven, met water gevulde, bronzen dolfijnen opgesteld, waarmee de verreden rondes werden afgeteld. Bij iedere doorkomst werd een ei verwijderd en een dolfijn omgekiept zodat het water in een marmeren bak terechtkwam.

De menners waren veelal slaven of vrijgelatenen met een lage sociale status. Zij konden door de grote populariteit van de wagenrennen echter veel roem vergaren. Vrouwen werden verliefd op hen en dichters droegen hun werk aan ze op. De grootste menner aller tijden was Diocles. Hij behaalde 1462 overwinningen in 4257 races.

Wilma de Krom in Rome

San Clemente

De basiliek van San Clemente is een rooms-katholieke kerk, gewijd aan Paus Clemens I. Ze is gesticht in de vierde eeuw en behoort daarmee tot de oudste christelijke kerken van Rome. Ze maakt deel uit van een van de meest intrigerende gebouwencomplexen van de stad, omdat er doorheen de eeuwen vier opeenvolgende bouwlagen over elkaar heen zijn aangelegd, waarvan de bovenste drie kunnen worden bezocht. Bovendien hebben talrijke kunstenaars uit verschillende eeuwen bijgedragen tot de verfraaiing van de San Clemente, die aldus kunstwerken bevat gaande van de vroegste middeleeuwen tot in de 18e eeuw.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

San Giovanni in Laterano

De Pauselijke Aartsbasiliek van Sint-Jan van Lateranen (Italiaans: San Giovanni in Laterano) of voluit de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser is een basiliek aan de Piazza del Laterano, dicht bij het Lateraanse paleis in de Italiaanse hoofdstad Rome. De basiliek is een van de zeven pelgrimskerken van Rome en de oudste en in kerkelijke rang voornaamste van de vier pauselijke basilieken in Rome.

Keizer Constantijn de Grote stichtte de basiliek ter ere van het Edict van Milaan in 313. Hiermee is het het oudste kerkgebouw van Rome. Met een lengte van 100 meter en een breedte van 65 meter was deze kerk ook voor Romeinse begrippen een grote basiliek. De inwijding had plaats in 324. In 869 werd dit gebouw door een aardbeving vernietigd. Van de oorspronkelijke basiliek is weinig overgebleven.

Het huidige gebouw dateert van 1650. In dit jaar werd door paus Innocentius X aan de architect Francesco Borromini ter ere van het Heilig Jaar de opdracht gegeven de vervallen en talloze malen herbouwde oude middeleeuwse kerk een moderne kerk te maken. Borromini liet de plattegrond en structuur van de oorspronkelijke kerk intact en ontwierp hierop gebaseerd de huidige barokke kerkruimte. Het houten plafond uit de oude basiliek, dat van de paus bewaard moest blijven zorgt hierdoor voor een contrast. Het gotische baldakijn boven het hoogaltaar uit de 14e eeuw bleef eveneens bewaard. In 1733-1736 werd de huidige kenmerkende voorgevel toegevoegd door Alessandro Galilei.

Vroeger zetelde de paus in deze basiliek maar deze functie is in de middeleeuwen overgenomen door de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Sinds 1929 is de Sint-Jan met het bijbehorende Lateraanse paleis, de voormalige residentie van de paus, in het bezit van de Heilige Stoel.

Wilma de Krom in Rome

Voor Rooms-katholieken heeft de Sint-Jan van Lateranen een bijzondere betekenis. Als bisschopskerk (kathedraal) van het bisdom Rome, waar de huidige paus Franciscus bisschop van is, is zij formeel de hoofdkerk van de wereldkerk (en als zodanig in rang belangrijker dan de Sint-Pietersbasiliek). Deze betekenis staat te lezen op de gevel van de kerk. Daarop staat "Sacrosancta lateranensis ecclesia omnium urbis et orbis ecclesiarum mater et caput" (Allerheiligste kerk van Lateranen, moeder en hoofd van alle kerken van de stad en van de wereld). Het feest van de wijding van de basiliek op 9 november wordt dan ook in de gehele Latijnse kerk gevierd. Als dit feest op een zondag valt heeft dit voorrang op de gewone zondagsliturgie.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

De kerk heeft de titel van basilica maior. Daarmee is de Sint-Jan van Lateranen een van de vier pauselijke basilieken van Rome. De andere zijn de Santa Maria Maggiore, de Sint-Paulus buiten de Muren en de Sint-Pieter.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

Heilige Trap

De Heilige Trap is een rooms-katholiek heiligdom en bedevaartsoord in Rome. Hij bevindt zich in het complex van het oude Lateraanse paleis tegenover de basiliek van Sint-Jan van Lateranen.

Wilma de Krom in Rome

Volgens de traditie maakte de trap deel uit van het pretorium van Pontius Pilatus in Jeruzalem. Jezus zou er dus bij zijn passie overheen gelopen hebben. Volgens middeleeuwse legenden zou de trap rond 326 door Sint-Helena, de moeder van Constantijn de Grote van Jeruzalem naar Rome zijn gebracht. In die tijd stond hij bekend onder de naam Scala Pilati (Trap van Pilatus).

Uit oude plattegronden blijkt dat de trap zich vroeger bevond in de buurt van een kapel die toegewijd was aan Sint-Silvester. Bij de herbouw van het Lateraanse paleis door paus Sixtus V in 1589 werd de trap overgeplaatst naar de huidige plek.

Het gebouw waarin zich de Heilige Trap bevindt wordt tegenwoordig van het Lateraanse paleis gescheiden door een zeer drukke verkeersader. Het gebouw werd in 1589 door Domenico Fontana gebouwd.

Het Heilige der Heiligen

De trap leidt naar het Sancta Sanctorum (Heilige der Heiligen). Dit was in de middeleeuwen de persoonlijke bidkapel van de pausen. Het dateert oorspronkelijk uit de tijd van Constantijn, maar werd in zijn huidige vorm in 1278 ingericht door paus Nicolaas III. In het Heilige der Heiligen worden veel relieken bewaard, waaronder de beroemde Christusicoon Santissimi Salvatore Acheiropoieton ("niet door menselijke handen gemaakt"). Deze wordt bij speciale gelegenheden in processie door Rome gedragen.

De heilige schatten waren sinds paus Leo X (1513-1521) niet meer gezien, maar zijn recent door wetenschappers onderzocht. Een deel van de relieken uit het Heilige der Heiligen is ook overgebracht naar het Vaticaan.

Wilma de Krom in Rome

Santa Maria Maggiore

De basiliek van Santa Maria Maggiore (Basilica di Santa Maria Maggiore, Maria de Meerdere) is een belangrijke rooms-katholieke kerk met de rang van basilica maior. Ze is gelegen op de Esquilijnheuvel in Rome, en behoort tot het grondgebied van de Heilige Stoel. De basiliek is een van de zeven pelgrimskerken van Rome, en is de enige van de vier pauselijke basilieken in Rome waarvan het antieke bouwwerk intact bewaard is gebleven. Ze is vooral beroemd om de mozaïeken uit de 5e en de 13e eeuw.

Wilma de Krom in Rome
Wilma de Krom in Rome

De stichting volgens de legende

In de de nacht van 4 op 5 augustus van het jaar 352 had de Romeinse christen Johannes een ongewone droom. Hij droomde namelijk dat Maria hem de opdracht gaf om een kerk te stichten op een van de zeven heuvels van Rome, en wel op de plaats waar het 's anderendaags - begin augustus! - zou sneeuwen.

Wanneer Johannes daags nadien zijn opmerkelijke droom voorlegde aan paus Liberius, antwoordde deze exact hetzelfde gedroomd te hebben. En die dag, 5 augustus, zagen paus Liberius en Johannes inderdaad sneeuw neerdwarrelen op de Cispius, een van de hoogste punten van de Esquilijnheuvel. Daar bakende paus Liberius de omtreklijnen af van de kerk waarvan de bouw dan werd gefinancierd door Johannes. Naar dit wonder verwijst de toevoeging "ad Nives" bij de Latijnse naam van de kerk (Basilica Sanctae Mariae Maioris ad Nives, Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw). Naar de paus die, althans volgens deze legende, de kerk heeft gesticht wordt ze in het Italiaans vaak omschreven als de "Basilica Liberiana".

De stichtingslegende is uitgebeeld op de 13e-eeuwse mozaïek op de gevel van de kerk (zie kopje Exterieur). Elk jaar wordt ze op 5 augustus in deze basiliek herdacht tijdens de hoogmis in de voormiddag en tijdens de vespers.

Van deze basiliek, gebouwd onder paus Liberius resten geen archeologische bewijzen, maar enkel twee vermeldingen in de Liber Pontificalis Bij opgravingen onder de huidige basiliek werden er geen sporen van een eerder kerkgebouw aangetroffen,  mogelijk stond die Basilica Liberiana iets verderop op de Esquilijn.