Fontana del Tritone
Bernini maakte deze fontein in opdracht van paus Urbanus VIII, nadat hij het naastgelegen Palazzo Barberini had aangekocht.
De fontein bestaat uit een gespierde triton die op een enorme schelp zit. De triton blaast op een tritonshoorn (trompetschelp) waar een waterstraal uitkomt. Dit was de eerste fontein van Bernini waarbij de architectonische elementen werden weggelaten en vervangen door vier dolfijnen die de schelp waar de triton op zit omhooghouden.
Fontana dell' Acqua Felice.
De Mozesfontein werd gebouwd in opdracht van paus Sixtus V, Felice Peretti, en was onderdeel van het gerestaureerde aquaduct Aqua Alexandriana. Na de restauaratie kreeg het aquaduct zijn nieuwe naam: Aqua Felice, vernoemd naar paus Sixtus V. Omdat Aqua Felice een belangrijk aquaduct was, vond de paus het belangrijk dat er een mooi kunstwerk op het eindpunt zou komen. Dit werd de Fontana dell'Acqua Felice.
In 1585 gaf de paus zijn huisarchitect, Domenico Fontana, de opdracht. Fontana kwam met het ontwerp van een fontein met drie sierlijke bogen. Met verschillende kunstenaars werd de fontein gerealiseerd. De restauratie van het aquaduct werd in 1586 afgerond, de fontein werd een jaar later op 15 juni 1587 geopend.
Fontana di Trevi.
De fontein is circa 26 meter hoog en ongeveer 22 meter breed. Zij is gelegen aan een pleintje, het Piazza di Trevi. De fontein is gebouwd in opdracht van paus Clemens XII. Ze is getekend door Bernini en ruim 50 jaar later gebouwd door de architect Nicola Salvi, in de stijl van de late barok. De bouw duurde van 1732 tot 1762. De fontein is tegen de achtergevel van het Palazzo Poli gebouwd. In het keizerrijk was het de gewoonte om een monument op te richten op plaatsen waar water vanuit nieuwe bronnen Rome binnen kwam.
De naam Trevi komt van de woorden tre vie (drie wegen). Vroeger kwamen er namelijk drie wegen uit op het plein van de fontein.
Het thema van het bouwwerk is de oceaan met majestueuze zeegod Oceanus op een schelpvormige strijdwagen die door gevleugelde paarden en jonge zeegoden (tritons) naar de oceaan wordt getrokken. Het ene paard is rustig, het andere steigert. Dit symboliseert de twee gezichten van de zee. In twee nissen staan links en rechts de uitbeeldingen van Overvloed en Gezondheid. Rechts bovenaan ziet men een afbeelding van een maagd die een soldaat de plek van een bron aangewezen zou hebben.
De mythe
Wanneer men met de rug naar de fontein staat, de ogen sluit, aan Rome denkt en met de rechterhand over de linkerschouder een muntje in het water gooit, zal men ooit terugkeren naar Rome. Het werpen van twee muntjes zou de gooier in staat stellen zijn geliefde te ontmoeten in de 'Eeuwige stad'. Drie muntjes gooien zou leiden tot een huwelijk of scheiding. De vele munten die in de fontein terecht komen besteedt de gemeente Rome aan goede doelen. Zo werd in 2016 1,4 miljoen euro uit de fontein gevist.
San Carlo
Santa Maria del Popolo
Het is een augustijner kerk, gelegen aan de noordkant van het Piazza del Popolo. De kerk heeft een centraal middenschip met twee zijbeuken, die omringd worden door 12 zijkapellen. In de koepel van de kerk, symbool van de invloed van de renaissancestijl en behorend tot de Chigi-kapel, bevinden zich mozaïeken die werden ontworpen door Rafaël Santi; zij verbeelden “De Schepping van de wereld”.
.
Deze bevinden zich op het Piazza di Spagna. De term Spaanse Trappen wordt vaak gebruikt als populaire naam voor dit plein. Hier staat ook de Fontana della Barcaccia (letterlijk: Fontein van de boot), ontworpen door Pietro Bernini.
De Trappen behoren bij de kerk Trinitá dei Monti die in opdracht van Lodewijk XII is gebouwd. Al in de 17de eeuw wilden de Fransen deze kerk verbinden met het plein beneden waar de Spaanse ambassade was gevestigd (vandaar ook de naam Piazza di Spagna). Dit plan werd echter tegengehouden, omdat het ontwerp een prominente plaats voor een standbeeld van Lodewijk XIV behelsde. In 1723 benoemde Paus Innocentius XIII de Italiaanse architect Francisco de Sanctis die een ontwerp presenteerde dat voor zowel de Fransen als de Paus acceptabel was. Het beeld voor Lodewijk XIV kwam daar niet op voor.
In de lente zijn de Trappen voorzien van veel bloemen. Op 8 december - het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen - brengt de paus traditioneel een bloemenhulde aan het Mariabeeld aan de voet van de Spaanse Trappen.
Bovenaan de Trappen komt men op de Pincio. Vlakbij is de Villa Medici uit de 16e eeuw en het park Villa Borghese met het museum Galleria Borghese. Rechts van de Trappen, van onderen gezien, is het sterfhuis van de Engelse romantische dichter John Keats, die daar in 1821 overleed. Daarin is nu een museum gevestigd met Keats-memorabilia.
De Trappen zijn gebouwd tussen 1723 en 1725. De stijl van de Trappen wordt als een van de mooiste voorbeelden van de vroege Rococo in Rome gezien.
Teatro di Marcello
Gedurende de bloeitijd van de Romeinse Republiek bestond er veel verzet (met name door de censoren) tegen de bouw van permanente, vaste theaters in steen zoals die in Griekenland bestonden. De strengheid van de conservatieve Romeinse zeden zag in theatervoorstellingen immers een bedreiging voor het zedelijke gehalte van de burgers. Enkel de oprichting van provisorische theatergebouwen in hout werd toegelaten. Pas tegen het einde van de Republikeinse periode durfde de machtige generaal Pompeius het aan een eerste stenen theater te bouwen. Enkele tientallen jaren later verrezen ook het theater van Balbus en het theater van Marcellus, het enige dat in Rome nog te zien is, gelegen tussen het Capitool en de Tiber op de Campus Martius.
Bouw
De bouw van het Theater van Marcellus begon al onder Julius Caesar, die het bouwterrein liet ontruimen, maar het theater werd pas voltooid in 11 v.Chr. onder Augustus, die het in 12 v.Chr. toewijdde aan de gedachtenis van zijn neef en schoonzoon Marcellus. De keuze voor het bouwterrein werd ingegeven door de nabijheid van de tempel van Apollo, ter ere van wie reeds vroeg in de Republikeinse periode religieuze spelen werden gehouden.
Toen het halfronde theater in 11 v.Chr. klaar was, was het meer dan 30 meter hoog. De cavea had een diameter van 130 meter. Het theater bood plaats aan 14.000 toeschouwers, daarvan konden er 12.000 zitten. Het theater had 3 niveaus, en elk niveau had zijn eigen bouwstijl. Het eerste niveau was in de Dorische orde gebouwd, het 2e niveau in Ionische orde en de 3e in de Korinthische orde. Tegenwoordig zijn alleen restanten van de onderste twee verdiepingen te zien. Het theater was zeer luxueus ingericht. De gehele cavea was bekleed met marmer en het geheel was gebouwd uit cement, tufa en gewone stenen.
Verval
Na de vervalperiode van de Republikeinse instellingen begaf het Romeinse theaterpubliek zich nog maar zelden naar voorstellingen van enig niveau. De blijspelen van Plautus en Terentius raakten uit de mode, en de werken van Seneca konden enkel een select publiek van intellectuele lezers boeien. De theatervoorstellingen bleven beperkt tot pantomime en korte genrestukjes die een bonte afwisseling boden van tragedie en komedie, van poëzie en muziek. Ook al bereikten sommige van deze producties enig niveau, meestal bleef de inhoud beperkt tot allerlei avontuurtjes, om in de smaak van een gemakzuchtig publiek te blijven.
Het waren de Romeinen zelf die begonnen aan de aftakeling van het theater van Marcellus. In 370 na Chr. nam men enkele grote steenblokken weg om de schade aan de nabijgelegen Pons Cestius te herstellen. Sindsdien ging de gestadige afbraak verder tot in de 12e eeuw, toen adellijke Romeinse families zich in de ruïnes kwamen verschansen tijdens hun strijd tegen pausen en keizers. Na 1400 kwam het gebouw in handen van de familie Savelli, die er later in de 16e eeuw boven de tweede bogenrij een woonverdieping liet bouwen door de architect Baldassare Peruzzi.
Piazza del Popolo
De naam betekent in het Italiaans letterlijk "Plein van het volk", maar historisch gezien komt de naam van de populieren waar de kerk Santa Maria del Popolo aan het plein haar naam aan dankt.
Niet alles in Rome is even mooi, of wordt even goed onderhouden. Misschien omdat het uit de moderne tijd stamt. Waar de roltrappen heen leiden..? Misschien onder de drukke Viale del Muro Torto.
Muro Torto
Is een oude muur, die zijn naam dankt aan Viale del Muro Torto, achter de Pincio en de grens met de Villa Borghese.
Het is een overblijfsel dat dateert uit het einde van het Republikeinse tijdperk dat de helling ondersteunde aan de kant waar de nobele villa's zoals die van Anicii, Acilii en Pinci (die de naam aan de heuvel gaven) aandrongen. Tegenwoordig zijn op de site het Pincio-park en Villa Medici.
De muur werd vervolgens opgenomen inde Aureliaanse muren. In het pauselijke Rome werden zelfmoorden, dieven, landlopers en prostituees begraven op de Muro Torto.
Crypta Balbi
Het Theater van Balbus was een antiek theater op het Marsveld in het oude Rome uit de 1e eeuw v.Chr.
Het theater bood plaats aan 11.500 toeschouwers. Daarmee was het het kleinste van de drie theaters op het Marsveld. Het Theater van Pompeius had plaats voor ongeveer 28.000 bezoekers, het Theater van Marcellus voor ongeveer 15.000.
Het theater bestond uit drie lagen met open arcaden. De begane grond was gedecoreerd met zuilen in de Dorische orde, de eerste verdieping was in de Ionische orde en de tweede verdieping in de Korinthische orde. Het theater had een diameter van ongeveer 90 meter.
Het gebouw was rijkelijk gedecoreerd. Zo stonden er vier zuilen gemaakt van Egyptisch Onyx die alom bewonderd werden. Ook het marmer dat voor het podium was gebruikt was van de hoogste kwaliteit.
Achter het podium was de grote porticus gebouwd, genaamd Crypta Balbi. Dit was oorspronkelijk een rechthoekig door open zuilengalerijen omsloten plein. In het midden van dit plein was een tempel gebouwd.
Na de grote brand van het jaar 80 werd de porticus geheel herbouwd. In plaats van de zuilengalerijen werd een nieuw gebouw neergezet met meerdere verdiepingen. De buitenmuur werd dichtgemetseld, mogelijk om de hitte in de zomer buiten te houden. Op de begane grond waren open arcaden waarin winkeltjes gevestigd waren.
Gedurende de tijd van de Romeinse Republiek werden theatervoorstellingen populair bij alle lagen van de Romeinse bevolking. De voorstellingen varieerden van klassieke Griekse tragedies tot platvloerse komische stukken. Al deze voorstellingen werden gegeven in tijdelijke houten theaters, die na afloop werden afgebroken. De senaat had een vast stenen theatergebouw verboden, vanwege de mogelijk slechte invloed die de voorstellingen op de publieke zeden zou hebben.
Het was de machtige generaal en politicus Pompeius die dit taboe doorbrak, hij bouwde in 61 v.Chr. het eerste stenen theater op het Marsveld. Om dit te rechtvaardigen liet hij een kleine tempel boven de toeschouwerstribune oprichten en bracht het zo dat de rijen voor de toeschouwers eigenlijk de treden van de trap naar de tempel waren.
Enkele tientallen jaren later wilde keizer Augustus Rome op grootse wijze moderniseren en hij liet vele nieuwe tempels en publieke voorzieningen bouwen. Augustus spoorde zijn politieke vrienden en generaals aan om uit eigen middelen hetzelfde te doen. Lucius Cornelius Balbus was een van hen. Balbus was een belangrijke generaal die in 19 v.Chr. de Garamanten, een volk uit het huidige Libië, had verslagen. Vanwege deze overwinning kreeg hij de grote eer een triomftocht te mogen houden door Rome, waarbij hij de grote buit die hij in Afrika had veroverd aan de bevolking kon laten zien.
Om zijn overwinning te vieren liet hij een nieuw theater bouwen op het Marsveld, waar in deze periode vele nieuwe bouwwerken verrezen. Het theater van Balbus werd in 13 v.Chr. ingewijd, nadat Augustus in Rome was teruggekeerd van een grote campagne in Germania. Cassius Dio schrijft dat net tijdens het openingsfeest de Tiber was overstroomd en de bezoekers alleen per boot naar het theater toe konden komen.
Het theater was luxueus opgezet en was waarschijnlijk vooral bedoeld voor het rijkere publiek. Achter het theater werd een grote porticus gebouwd. Dit was een met zuilengangen omsloten plein, waar de bezoekers zich tijdens de pauzes in de soms wel een dag durende voorstellingen vermaakten.
Bij de grote brand van Rome in het jaar 80 werd het theater ernstig beschadigd, maar keizer Domitianus liet het herstellen. De porticus werd hierbij geheel herbouwd.
Verval
Met de enorme groei van het Romeinse Rijk groeide ook de hoofdstad Rome. De nieuwe inwoners kwamen uit andere delen van het rijk en waren vaak minder ontwikkeld. Zij hadden meer belangstelling voor de bloeddorstige gladiatorengevechten in het Colosseum en de spectaculaire wagenrennen in het Circus. Zo verflauwde langzaam de belangstelling voor de theaters.
Na de val van het Romeinse Rijk werden de oude Romeinse monumenten niet meer onderhouden. Natuurrampen als aardbevingen, branden en overstromingen deden hun werk en de gebouwen vervielen tot ruïnes. De Romeinse bevolking maakte hier dankbaar gebruik van en de gebouwen werden steengroeven waar eenvoudig bouwmateriaal te verkrijgen was. Het marmer waar de gebouwen mee bekleed waren, werd verbrand om kalk te verkrijgen. Zo ging het ook met het theater van Balbus. Het gebouw werd langzaam afgebroken. Rond het jaar 1000 werd de ruïne opgenomen in een fortificatie. De adellijke Romeinse familie bevochten elkaar en lieten hiervoor grote forten bouwen in de antieke ruïnes. De tempel in de porticus was omgebouwd tot kerk en in de halfronde aanbouw exedra werd glas gefabriceerd en marmer verbrand. Na de dertiende eeuw brak weer een periode van voorspoed aan voor Rome. De adellijke families lieten de oude fortificaties afbreken om representatieve paleizen te kunnen bouwen. In 1541 werd op de plaats van het theater het Palazzo Mattei de Paganica gebouwd.
Therme de Diocleziano
Tegenover Stazione Termini ligt het grootste Romeinse badencomplex. Keizer Diocletianus wijdde deze fitnesstempel met zijn 2400 waterbassins in 306 n.C. in. Tijdens de barok werden een door Michelangelo ontworpen kartuizerklooster en de kerk Santa Maria degli Angeli op de fundamenten gebouwd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb