Piramide di Cestio
De piramide is gebouwd als grafmonument voor Gaius Cestius Epulo(nius) die in 12 v.Chr. overleed. Cestius was tijdens zijn leven praetor en volkstribuun geweest. Hij was ook lid van de Septemviri Epulones, een priestercollege van 7 personen dat verantwoordelijk was voor de organisatie van heilige banketten. Cestius was gefascineerd door Egypte en zijn piramides. Hierom liet hij in zijn testament opnemen dat van zijn nagelaten geld een piramide als graftombe voor hem gebouwd moest worden.
De piramide
De piramide is gebouwd uit baksteen op een stevige basis van travertijn. De buitenkant is bekleed met marmeren platen. Het grondoppervlak van de piramide is 29,50 meter breed en de hoogte is 36,50 meter. In de westzijde bevindt zich een deur die toegang geeft tot de grafkamer met een oppervlakte van 6 bij 4 meter en 5 meter hoog. In de grafkamer is nu nog een klein gedeelte van de oude fresco's zichtbaar. Deze fresco's stammen waarschijnlijk niet uit de tijd van Cestius maar uit de 2e of 3e eeuw, een indicatie dat in die tijd de piramide al een andere bestemming heeft gekregen. Aan de voorzijde van de piramide langs de Via Ostiensis stonden twee bronzen beelden van Gaius Cestius.
Santa Maria in Trastevere.
Volgens de overleveringen van de vierde eeuw ontsprong op de plaats, waar tegenwoordig het altaar van de kerk staat, in het jaar 30 na Christus een olieachtige bron. Iets wat mogelijkerwijze als vulkanische activiteit verklaard kon worden, werd door de joodse inwoners van de wijk als een aankondiging van de Messias (=de Gezalfde) gezien. Reeds in de derde eeuw zou er een vroegchristelijke huiskerk gestaan hebben. Op dezelfde plaats liet paus Julius I in het midden van de vierde eeuw een grote basiliek bouwen, die in de twaalfde eeuw door paus Innocentius II door een nieuwbouw met campanile vervangen werd.
De mozaïeken in de apsis stammen nog uit de twaalfde eeuw. De mozaïeken op de triomfboog en in het onderste gedeelte van de apsis werden een eeuw later door Pietro Cavallini gemaakt. Deze tonen beelden uit het leven van Maria: Maria geboorte, Maria boodschap, de Geboorte van Jezus, de Aanbidding der Wijzen, de Opdracht van Jezus in de Tempel en de Dood van Maria. Ze werden door kardinaal Pietro Stefaneschi gesticht, die zelf in de kerk een gotisch praalgraf heeft. Deze liet een beschrijving van het eerste heilige jaar 1300 na.
Ondanks barokke verbouwingen en vervangingen heeft de kerk toch haar middeleeuwse karakter behouden. De zuilen komen uit een gebouw uit de oudheid, mogelijk uit de Thermen van Caracalla.
In het heilig jaar 1525 diende de kerk als vervanging voor de door de Tiber overstroomde kerk van Sint-Paulus buiten de Muren. Het hoofdportaal diende als Heilige Deur.
In het voorportaal van de kerk staan sinds 1308 op een hoge pilaster de resten van een asurn van paus Innocentius II. De mozaïeken uit het voorportaal stammen uit de dertiende en veertiende eeuw en stellen Maria met Jezus en de parabel van de dwaze en verstandige maagden voor.
Titelkardinaal van deze basiliek is sinds 19 november 2016 Carlos Osoro Sierra.
Tevere (Tiber)
De Tiber (Latijn: Tiberis, Italiaans: Tevere) is met 404 kilometer lengte de op twee na langste rivier in Italië, na de Po en de Adige. Hij stroomt vanaf de berg Fumaiolo (nabij Verghereto, op de grens tussen Emilia-Romagna en Toscane) door Toscane, Umbrië, Lazio en Rome naar de Tyrreense Zee, waarin hij in twee takken uitmondt. Hij stroomt in het zuiden door de buitenwijken van Ostia-Isola Sacra en in het noorden door die van Fiumicino. De rivier heeft een stroomgebied van circa 11.014 km².
Waarschijnlijk is de naam 'Tiber' van vóór-Latijnse oorsprong, zoals de Romeinse naam 'Tibur', het moderne Tivoli. De mythische koning Tiberinus, de negende in de legendarische lijst koningen van Alba Longa, zou volgens de verhalen zijn verdronken in de rivier de Albula, die daarop de naam 'Tiber' kreeg. De mythe verklaarde de herinnering aan een eerdere, waarschijnlijk pre-Indo-Europese naam van de rivier, die 'de witte' (van sediment) betekent. Volgens de legende werden de stichters van Rome, de tweelingbroers Romulus en Remus, aan hun lot overgelaten op de golven van de Tiber, waar zij gered werden door een wolvin, de Lupa Capitolina, die hen zoogde.
Sinds de dagen van de Punische oorlogen is de Tiber een belangrijke rivier geweest voor de handel, toen de haven van Ostia een belangrijke marinebasis werd. Aan het einde van de 1e eeuw n.Chr. verzandde de haven van Ostia, en werd een nieuwe weg, de Via Portuensis, aangelegd om Rome met de nieuwe keizerlijke haven Portus te verbinden vanaf de Porta Portuensis, de "havenpoort".
Een andere belangrijke stroom in Rome mondt in de Tiber uit: de Anio. In het centrum van Rome ligt het eiland Isola Tiberina in de rivier, tussen Trastevere en het oude centrum. De overgangsplaats bij het eiland is waarschijnlijk de oudste vestiging van de stad.
In de volksmond wordt de Tiber wel de Flava, de "blonde rivier" genoemd. De Tiber wordt zwaar belast door sediment maar vormt verhoudingsgewijs geen grote delta, vanwege een sterke zeestroom dicht bij de kust, die naar het noorden gaat, en verder vanwege de steile kustlijn en een geleidelijke tektonische overgang. De kustlijn is sinds de Romeinse tijd bij beide monden van de rivier met ongeveer 3 kilometer voortgeschreden waardoor de overblijfselen van het oude Ostia steeds meer landinwaarts geraakten. Een eeuw geleden werd deze voortschrijding bij Fiumicino geschat op 4 meter per jaar.
De tak die de zee bij Fiumicino bereikt, is een kanaal, dat is gegraven tijdens het bewind van keizer Claudius en verbeterd onder Trajanus. Het kanaal raakte tijdens de Middeleeuwen zodanig verzand, dat het onbruikbaar werd voor grote schepen, maar in 1612 werd het opnieuw voor de scheepvaart toegankelijk gemaakt door paus Paulus V.
In het oude Rome werd de rivier met een afwatering verbonden, de Cloaca Maxima, en met een ondergronds net van tunnels en andere kanalen, teneinde het water tot aan het centrum van de stad te brengen. De aanleg van moderne stenen banken begon in 1876.
Volgens een legende is het Tibereiland ontstaan nadat de laatste koning van Rome, Tarquinius Superbus in 510 v.Chr., werd verdreven. De boze Romeinen verzamelden het graan van de velden van de Etruskische koning, de Campus Martius, en gooiden dit in de Tiber. Dit spoelde niet weg maar bleef liggen en vormde zo de fundering van het eiland. Een andere versie van het verhaal vertelt dat het lichaam van de koning zelf in de rivier werd gegooid. Aan zijn lijk zette zich slib en klei vast, waardoor het eiland ontstaan is.
Wegens deze duistere achtergrond werd het eiland beschouwd als een slechte plaats. Tot de bouw van de Tempel van Asclepius kwam er bijna niemand en alleen de grootste criminelen werden erheen verbannen.
De Tempel van Aesculapius
Rond 293 v.Chr. heerste de pest in Rome. De senaat liet de Sibyllijnse boeken raadplegen en kreeg daaruit het advies om een tempel voor Asclepius, de Griekse god van de geneeskunde, te bouwen. Een gezantschap werd er met een schip op uitgestuurd om een beeld van de god te bemachtigen. Toen het gezantschap terugkeerde uit het Griekse Epidauros en de Tiber opvoer, zag men een slang (het symbool van Asclepius) uit het schip ontsnappen en naar het Tibereiland zwemmen. Dit werd gezien als een keuze van Asclepius zelf voor de locatie van de tempel, en daar werd dan ook de Tempel van Aesculapius gebouwd.
In werkelijkheid werd het eiland waarschijnlijk gekozen om zijn geïsoleerde ligging, waardoor de pest en andere ziektes de tempel niet konden bereiken.
Verdere geschiedenis
Ter herinnering aan de legende werd het eiland zo gemodelleerd dat het op een schip leek. De noordwestelijke en zuidoostelijke oevers werden bekleed met travertijn en kregen het uiterlijk van een boeg en achtersteven. Langs het water werden muren gebouwd en een obelisk in het midden van het eiland symboliseerde de scheepsmast.
Monte Testaccio.
De Monte Testaccio of schervenberg is niet één van de zeven heuvels waarop Rome volgens het verhaal werd gebouwd, maar een antieke afvalberg, een vuilnisbelt uit de oudheid zeg maar, gevormd door miljoenen potscherven, testae. De scherven zijn afkomstig van grote amforen waarin voornamelijk olijfolie werd aangevoerd en die op de oever van de Tiber door binnenschepen werden gelost.
Trastevere
In Trasteverre lijk het of de tijd heeft stil gestaan. Het is een wijk met een middeleeuws uiterlijk, door zijn kronkelige smalle straten en middeleeuwse huizen. Ook al is Trasteverre een wijk in een wereldstad, hij heeft iets weg van een dorp met de was die boven de straten hangt om te drogen. Dit is een uniek stukje Rome. Trastevere is gelegen aan de westkant van de Tiber. Ten zuiden van Vaticaanstad.
Overdag, zeker in de ochtend kan het nog vrij rustig zijn in deze wijk. Maar zo aan het einde van de middag als de avond op komst is begint het drukker te worden. Mensen gaan graag naar één van de gezellige restaurants of trattoria’s. De wijk komt s’nachts, met zijn bruisende nachtleven, tot leven.
Het is dan ook met recht dat Trastevere zich één van de leukste, gezelligste en populairste wijken van Rome mag noemen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb