Venetië ligt op een groep kleine eilanden midden in de Lagune van Venetië, die al in de tijd van het Romeinse Rijk Venetia werd genoemd. Er woonden al eeuwen mensen, maar de eerste grotere nederzettingen kwamen er pas als gevolg van de toestroom van bewoners uit de Romeinse steden in de omgeving van Venetië, zoals Padua, Treviso en Altino, die hun toevlucht zochten in de lagune na de invallen van Attila rond 452 en van de Longobarden in 568 ten tijde van het instorten van het West-Romeinse Rijk. Dit bleek een strategische plek te zijn: troepen van het land konden niet in groten getale naar de eilanden komen en schepen vanaf zee liepen makkelijk vast op de verraderlijke zandbanken in de lagune.
Deel van het Byzantijns Rijk
In het midden van de zevende eeuw was de strijd min of meer al beslist, maar het Byzantijnse Rijk behield in Italië onder meer de regio Veneto. De hoofdstad der Venetianen was tot circa 750 Eraclea; in het Latijn Heracliana of in Grieks-Byzantijns Heraclia. Van circa 750 tot 810 was de hoofdstad de bisschopsstad Malamocco, of in het Latijn Metamaucum.
Omdat in de achtste eeuw de dreiging door Longobarden en nadien door Franken bleef voortduren, kreeg het gebied een eigen, voor het leven gekozen leider. Dit was de zogeheten doge, naar dux (het Latijnse woord voor leider).
Waar de naam "Venetië" precies vandaan komt is onduidelijk, maar deze is in elk geval verbonden met het volk de Veneti. Een verband met het Latijnse werkwoord venire (komen) of (Slo)venië lijken onwaarschijnlijk. Mogelijk is er een verband met het Latijnse woord venetus, dat "zeeblauw" betekent. Bijnamen van Venetië zijn onder meer "stad van het water", "stad van de bruggen", La Dominante en La Serenissima.
In 810 verhuisde doge Angelo Partecipazio, eerste doge van het Huis Partecipazio, de hoofdstad van Malamocco naar Rialto. Rialto is de oude naam van de oudste wijken van Venetië: San Marco en San Polo. Hij installeerde er het dogepaleis. Ondanks de belegering door de Karolinger Pepijn van Italië kwam het toch tot een vergelijk tussen het Karolingische keizerrijk en het Byzantijnse keizerrijk in de Vrede van Aken (812). De stad Venetië kende een opmars. Het was de periode dat het Huis Partecipazio regeerde over Venetië. Later in de negende eeuw was er sprake van een stad als echte eenheid, door de gemeenschappelijke vijanden, door de bouw van bruggen tussen de eilandjes, en tevens doordat de stad een beschermheilige kreeg. In 828 werd de heilige Marcus van Alexandrië, die door de traditie wordt geïdentificeerd met de schrijver van het Evangelie volgens Marcus, begraven op de plek waar nu de Basiliek van San Marco staat. (zie onder)
De op zee sterke Venetianen, die de Adriatische Zee domineerden, moesten met hun vloot vaak Byzantijnse belangen verdedigen en kregen in ruil meer onafhankelijkheid en handelsprivileges.
Hoogtepunt van de Venetiaanse macht
In de 12e eeuw werd de Republiek Venetië een steeds grotere economische bedreiging voor de concurrerende steden Genua en Pisa, en tevens machtiger ten opzichte van Constantinopel, het vroegere Byzantium. Rond 1104 werd het Arsenaal gebouwd, dat gezien wordt als het eerste industriële complex ter wereld. Vanaf de 13e eeuw slaagden de Venetianen erin om steeds meer steden en eilanden langs het oosten van de Adriatische Zee te veroveren. Uiteindelijk zouden zelfs de Peloponnesos, Kreta en Cyprus in handen van de Republiek Venetië komen.
Toen de Vierde Kruistocht om financiële redenen vastliep grepen de Venetianen hun kans: ze betaalden kruisvaarders om met hun hulp de opstandige stad Zadar en in 1204 Constantinopel te veroveren. Daarna volgde er vanaf 1256 een meer dan honderd jaar durende strijd met concurrent Genua om de macht in de oostelijke Middellandse Zee (de zogeheten Venetiaans-Genuese oorlogen). Die duurden tot in 1380 Genua uiteindelijk verslagen werd. In de twaalfde, 13e en 14e eeuw was de stad dan ook op het hoogtepunt van haar macht.
Venetië werd geregeerd door een oligarchie, gevormd door de rijkste handelsfamilies van de stad. Zij kozen de doges en zetten deze ook weer af wanneer ze dit nodig vonden. Dit leidde uiteraard tot bloedige intriges en familievetes. Venetië kon zich dankzij zijn machtige positie onafhankelijk opstellen ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk en hanteerde een voor die tijd hoge mate van religieuze en intellectuele vrijheid. Hierdoor werd de stad een vrijhaven voor kunstenaars en schrijvers. Boeken die niet door de rooms-katholieke censuur kwamen, konden hier wel uitgegeven worden. Venetiaanse kooplieden waren invloedrijke financiers in Europa en de stad bloeide op het gebied van kunst en architectuur. Van 1271 tot 1295 legde de Venetiaanse koopman Marco Polo zijn reis naar en van China af.
Verval van macht
In 1453 echter namen de Turken Constantinopel in, waarmee het tij voor Venetië definitief keerde. De republiek verloor veel havens en eilanden en het werd voor de Venetianen steeds moeilijker om aansluiting te houden met de Zijderoute. De stad raakte daardoor in financiële moeilijkheden. In het begin van de 16e eeuw sloeg Venetië nog een aanval af van de Liga van Kamerijk, gevormd door de paus, Frankrijk, Spanje en Duitsland, maar op de lange duur bleek de republiek te klein ten opzichte van de Europese grootmachten. Ook van belang was de ontdekking van Amerika in 1492. In de exploitatie van dat continent speelde Venetië namelijk geen rol.
De 18e eeuw was de laatste eeuw waarin de stad onafhankelijk was, maar deze periode wordt wel gezien als de meest fascinerende van haar bestaan. Gedurende dit Settecento werd de stad misschien wel de meest elegante en verfijnde stad van Europa en had Venetië grote invloed op kunst, architectuur en literatuur met kunstenaars zoals Canaletto, Antonio Vivaldi en Benedetto Marcello. Veel jongeren uit rijke families deden de stad aan als onderdeel van hun grand tour.
Einde van onafhankelijkheid
Op 12 mei 1797 veroverde Napoleon Bonaparte de stad, waardoor Venetië na meer dan duizend jaar haar onafhankelijkheid verloor, en op 12 oktober van hetzelfde jaar tekende Napoleon het Verdrag van Campo Formio, waarmee de stad onderdeel werd van het door de Oostenrijkers gecontroleerde koninkrijk Lombardije-Venetië. Op 18 januari 1798 nam dit de stad over. Tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) werd deze beslissing bekrachtigd.
19e eeuw
Het elan van de Risorgimento leidde in het Revolutiejaar 1848 tot het verdrijven van de Oostenrijkers en het oprichten van de Republica di San Marco, opgevat als een stap op weg naar een Italiaanse republiek.[3] De revolutieleider Daniele Manin werd op 7 maart 1849 tot president verkozen, maar na een wekenlange beschieting van de stad en de lagune door de troepen van Josef Radetzky, capituleerde Venetië op 22 augustus. De toestand van vóór de oorlog werd grotendeels hersteld. In 1851 herkreeg Venetië de status van vrijhaven en in 1854 werd de staat van beleg opgeheven.
De Tweede Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog leidde tot de afscheuring van Lombardije uit het koninkrijk Lombardije-Venetië en tot de stichting van het Koninkrijk Italië in 1861. Venetië bleef onder Oostenrijkse controle en werd de nieuwe hoofdstad. Pas vijf jaar later bracht de Oostenrijkse nederlaag tegen de Pruisen in de Slag bij Königgrätz daar beweging in. Keizer Frans Jozef had reeds de afstand van Venetië toegezegd aan Napoleon III in ruil voor diens non-interventie in de oorlog, maar de Derde Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog liet Venetië in Italiaanse handen. Dit werd in 1866 geformaliseerd door de Vrede van Praag. Napoleon III stond Venetië op 19 oktober af aan Italië en enkele dagen later bevestigde de bevolking deze keuze in een plebisciet.
De Rialtobrug is een brug over het Canal Grande, de levensader van Venetië. Het is de oudste en bekendste van de vier bruggen over het Canal Grande.
Voor de huidige brug, voltooid in 1591, waren er meerdere bruggen die op deze plaats het Canal Grande overspanden. De eerste brug, een vlotbrug, werd gebouwd in 1181 door Niccolò Barattieri.
Deze vlotbrug werd rond 1250 vervangen door een houten brug op dezelfde plaats. Deze bestond uit twee omhooglopende hellingen met in het midden een ophaalbrug zodat ook de grotere schepen eronderdoor konden. De houten brug stortte meerdere keren in, bijvoorbeeld in 1444 onder het gewicht van de mensenmassa die was komen kijken naar een optocht van boten.
Hierdoor werd in 1503 voor de eerste keer besloten om de mogelijkheid van een stenen brug te onderzoeken. In de daaropvolgende decennia werden er meerdere voorstellen gedaan, tot in 1551 het stadsbestuur om een ontwerp voor de vernieuwing van de brug vroeg. Meerdere beroemde architecten, waaronder Andrea Palladio, dienden ontwerpen in. De meeste van deze ontwerpen waren op klassieke leest geschoeid en gingen uit van een overspanning door meerdere bogen. Deze aanpak werd echter niet geschikt gevonden voor de situatie ter plaatse, omdat meerdere bogen het verkeer in het drukbevaren kanaal zouden hinderen.
De huidige brug, ontworpen door Antonio da Ponte, overspant het Canal Grande in één boog. Het ontwerp lijkt veel op de oude houten brug, met twee hellingen verbonden door een centrale overspanning. Links en rechts van de open oversteek bevinden zich stalletjes. Het is ook mogelijk om achter de winkeltjes langs te lopen en naar het water te kijken, wat op het middenpad niet mogelijk is.
De Torre dell'Orologio is een toren op het San Marcoplein.
De toren is ontworpen door Mauro Codussi en is gebouwd tussen 1496 en 1499. Bovenop staat een slagklok met daarnaast staan twee bronzen beelden, de "Mori", en eronder een beeld van een leeuw (het symbool van Venetië).
De "Mori", de twee mechanische bronzen klokkenluiders, slaan al vijfhonderd jaar de uren. In de week van de Hemelvaart komt er op elk heel uur een engel met een bazuin uit een deurtje een groet brengen aan het beeld van Maria op de klokkentoren, en op Hemelvaartsdag verschijnen de drie koningen.
Het uurwerk heeft een blauwe wijzerplaat met Romeinse cijfers met eromheen de tekens van de dierenriem en de fasen van de maan.
Maak jouw eigen website met JouwWeb