En dan... eindelijk! Venetië.
Aan het San Marco plein Henk geïnstalleerd. Die zat daar heerlijk, tot dat we gingen afrekenen. 2X tosti, 2 cappuccino, 2 cola en twee ijscoupe € 115, - alstublieft!
De Campanile van Venetië is een 98,5 meter hoge campanile op het San Marcoplein in Venetië.
De toren bestaat uit een stevige kolom van baksteen, een klokkenkamer met vijf klokken, een observatorium en een piramidevormige spits waarop zich een vergulde windvaan met een uitbeelding van de aartsengel Gabriël bevindt. Voor de toren bevindt zich de marmeren hal: Loggetta del Sansovino. Er staan bronzen beelden van Minerva, Apollo, Mercurius en Pax en er is een bronzen deur.
De eerste toren werd gereedgesteld in 1173 en deed dienst als vuurtoren voor de schippers van de lagunestad. Met de bouw ervan was men in de negende eeuw begonnen. In de zestiende eeuw heeft de toren zijn huidige hoogte gekregen. De Campanile heeft een spiraalvormige opwaartse gang, die tot de top leidt. Zo konden hoogwaardigheidsbekleders te paard tot helemaal boven in de toren rijden.
In 1902 stortte de klokkentoren in toen men geprobeerd had een moderne lift in het gebouw aan te brengen en de stabiliserende hulpconstructie verwijderde. Ook de Loggetta, het gebouw aan de voet van de toren, werd daarbij verwoest. Er waren geen menselijke slachtoffers. De toren werd daarna in de oorspronkelijke stijl herbouwd, met een verborgen betonskelet van Hennebique. Hij werd gereedgesteld in 1912. Ook de Loggetta werd herbouwd.
Het is mogelijk de toren te beklimmen en zo over Venetië uit te kijken. Vanaf de klokkentoren heeft men een zicht op de vijf koepels van de basiliek van San Marco, het eiland San Giorgio Maggiore en de rest van de stad.
Het Dogepaleis was het paleis van de doge, de leider van de republiek Venetië. Het is een van de belangrijkste niet-religieuze bouwwerken in de gotische stijl.
Het huidige paleis is gebouwd tussen 1309 en 1424, maar de fundamenten dateren uit de 9e eeuw. De architect was waarschijnlijk Filippo Calendario. De broers Giovanni en Bartolomeo Buon ontwierpen de zogenaamde Porta della Carta, de grote laatgotische toegangspoort die uitkijkt op het plein.
Het paleis was de residentie van de doge en huisvestte dan ook de kantoren van enkele politieke instituten van de republiek Venetië die nu niet meer in gebruik zijn. Gelijkvloers zijn de kantoren van de juristen, het kantoor van de kanselier, de censuur en die van de vlootambtenaren.
Op de eerste verdieping bevinden zich:
- een vergaderzaal;
- de ballotagekamer;
- de vertrekken van de doge zelf;
- de Porta della Carta, een 15de-eeuwse gotische poort, de hoofdingang.
Op de tweede verdieping liggen:
- de Sala del Maggior Consiglio (Zaal van de Grote Raad) met op een muur Het Paradijs van Tintoretto, waar de buitenlandse ambassadeurs werden ontvangen, en de kantoren van enkele staatsinstituties (zoals de Raad van de Tien);
- de Sala della Bussola (Bussolakamer), waar de burgers van Venetië schriftelijke klachten konden indienen;
- de Sala dei Tre Capi of Kamer van de drie hoofden van de Raad van Tien;
- Ondervraagkamer van de Staat zijn in het Palazzo Ducale ondergebracht;
- de Sala della Bussola (Kompaskamer);
- Martelkamer, de Camera del Tormento, voor de opgepakte misdadigers. De Signori di notte vonnisten met lijfstraffen of legden straffen op zoals gevangenisstraf en slavenwerk op de galeien.
- de Sala dello Scudo, met muren met landkaarten en twee wereldbollen;
- de Scala dei Giganti, een trap van Antonio Rizzo uit 1567 vernoemd naar de beelden van Mars en Neptunus;
- de Scala d'Oro, een trap ontworpen door Andrea Sansovino met werk van Alessandro Vittoria op het plafond;
- de "piombi", cellen uit de 16de eeuw voor zware criminelen.
Op de derde verdieping:
- Collegiale vertrekken, met in de Anticollegio een werk van Tintoretto: Bacchus en Ariadne gekroond door Venus;
- de Sala del Consiglio del Dieci, met plafondschilderingen van Veronese.
Aan de achterkant van het paleis verbindt de Brug der Zuchten het paleis met de gevangenis.
De tussen 1600 en begin 1603 gebouwde brug is een verbinding tussen het Dogepaleis en de toen nieuwe gevangenis (Prigioni Nuove). Een dergelijke verbinding tussen gevangenis en paleis is uniek in de wereld. Vroeger moesten de veroordeelden over deze brug heen lopen alvorens ze in de kille en vochtige kerkers (pozzi) werden opgesloten. Bij aqua alta liepen die cellen over. De bovenste cellen heetten de ´piombi´ verwijzende naar het loden dak. De ´orbe´ tot slot waren de geblindeerde cellen. Via de raampjes van de brug zagen de gevangenen dan voor de laatste keer het daglicht. De naam Brug der zuchten (Ponte dei Sospiri) refereert aan hun zucht op weg naar hun bestemming.
In de gevangenis waren ooit Casanova en Galileo Galilei opgesloten.
De Zaal van de Raad van Tien in het Dogenpaleis in Venetië was bedoeld om onderdak te bieden aan geheime bijeenkomsten over gevoelige kwesties zoals nationale rust en welvaart, openbare orde en moraal, de bestraffing van misdaden begaan door politieke gevangenen en edelen, en de zeden en manieren van burgers.
Deze ruimte werd gebruikt voor geheime bijeenkomsten over gevoelige kwesties zoals nationale rust en welvaart, openbare orde en moraal, de bestraffing van misdaden begaan door politieke gevangenen en edelen, en de zeden en manieren van burgers.
Het wordt zo genoemd omdat de commissie bestond uit een commissie van tien personen een kleine raad en een commissie van ten minste één avogador del comun. Om zijn doelen te bereiken zou de raad ook zijn toevlucht kunnen nemen tot marteling.
Wie was de Raad van Tien in Venetië?
De Raad van Tien was een speciale Venetiaanse magistratuur van tien leden. Het werd opgericht in 1310 en had als taak het vervolgen en bestraffen van de daders en medeplichtigen van De samenzwering van Baiamonte Tiepolo.
De raad werd aanvankelijk opgericht met een voorlopig karakter, maar werd verlengd tot 1335toen het permanent werd.
Aan het hoofd van de raad stonden de drie stamhoofden die een maand in functie was en tot taak had de beschuldigden van de misdaden te horen, de waarheid van de feiten te onderzoeken, de processen voor te leggen aan de vergadering en de decemvirs en de Signoria te informeren over de meest dringende maatregelen.
De Piombi is de naam van de kerkers onder het dak van het Dogepaleis. De naam is afgeleid van "piombo", Italiaans voor lood, een verwijzing naar de zware loden platen op het dak. In de zomer was de gevangenis onleefbaar heet, in de winter was het er steenkoud.
De Piombi zijn beroemd en berucht geworden als staatsgevangenis van de Serenissima Republiek Venetië. De gevangenen kregen niet te horen waarom ze waren gearresteerd, of ze al waren veroordeeld en hoelang hun straf zou duren. De logica was dat "een onschuldig man extra werd gestraft door de wetenschap onschuldig te zijn veroordeeld en een schuldig man zelf wel kon bepalen welke straf hij verdiende". Behalve zeven cellen, de camerotti, waren er in de piombi ook verhoorkamers, martelkamers en executiekamers met garotte en strop. De gevangenen, meestal intellectuelen en aanzienlijke burgers, konden maaltijden van buiten laten komen of de cipiers voor zich laten koken.
De Piombi werden voor die tijd goed schoon gehouden en er was geneeskundige verzorging beschikbaar. De gevangenen in de Piombi ontvingen hiervoor een kleine toelage. Een lid van de Raad van Tien, het orgaan dat streng en meedogenloos over de politieke en maatschappelijke rust in Venetië waakte stuurde eens in de maand een van de leden naar de Piombi om de cellen te inspecteren. In heel Europa golden de Venetiaanse justitie, de Inquisitie van de Venetiaanse Republiek, de Piombi en de Pozzi desondanks als een voorbeeld van staatsterreur en onrecht. Napoleon maakte met het opheffen van de Republiek ook een einde aan het ook door hem verfoeide justitiële systeem van Venetië.
Slechts twee gevangenen wisten in de loop der eeuwen uit de Piombi te ontsnappen: Giacomo Casanova en de door hem meegetroonde ontaarde priester Marino Balbi. Dat gebeurde op 31 oktober 1756. Casanova werd wereldberoemd met zijn voordrachten over de ontsnapping en zijn later gepubliceerde relaas, de Histoire de ma fuite des prisons de la République de Venise qu’on appelle les Plombs. Andere gevangenen waren Giordano Bruno, Silvio Pellico, Daniele Manin en Niccolò Tommaseo.
Behalve de in 1610 ingerichte piombi onder het dak waren er naast het Dogepaleis ook vochtige cellen in de kelders. Deze "pozzi" of putten werden over de "Brug der Zuchten" bereikt. Men overleefde een verblijf in deze cellen niet lang. Het verblijf in deze vochtige cellen was voorbehouden aan "gewone" misdadigers en gold als een verkapt doodvonnis. De Piombi werden gebruikt voor de meer prominente gevangenen. Ook waar het de gevangenissen aanging was Europa in de 17e en 18e eeuw een maatschappij waar rang en stand zwaar telden. De Piombi zijn wat dat betreft vergelijkbaar met de gevangenissen in de Bastille, de Tower van Londen en het Kasteel van Vincennes waarin de koningen hun bevoorrechte gevangenen opsloten.
Tegenwoordig kunnen de Piombi door kleine groepen in de "Itenari Segretti", de "geheime" bezichtiging worden bezocht. Aan deze bezichtigingen wordt weinig ruchtbaarheid gegeven. Men moet van tevoren reserveren.
De huidige basiliek is de derde kerk op deze plaats. Zij dateert van rond 1060. De basiliek is gebouwd om de overblijfselen van de Heilige Marcus, die in 828 door Venetië geroofd waren uit Alexandrië, een laatste rustplaats te bieden.
De gevel van de basiliek is versierd met onder andere een vierspan en de Venetiaanse leeuw, symbool van Marcus de evangelist. Het bronzen vierspan op de gevel is een replica van de originele paardengroep, die waarschijnlijk uit de 2e eeuw stamt. Deze paarden zijn uniek omdat andere groepen van triomfkarpaarden uit de oudheid niet bewaard zijn gebleven. Ze zijn als buit van de Vierde Kruistocht uit Constantinopel naar Venetië gebracht. Napoleon heeft de paarden enige tijd op de Arc de Triomphe du Carrousel in Parijs laten plaatsen. De kerven in de paardengroep zijn met opzet aangebracht om schittering te voorkomen.
De basiliek heeft vijf koepels en is rijkelijk versierd en voorzien van bogen en vele torentjes. De hoofdingang heeft beeldhouwwerken uit de 13e eeuw die de maanden van het jaar uitbeelden. Boven de hoofdingang staan beelden uit de 15e eeuw van San Marco en diverse engelen. Naast de basiliek staat de Campanile.
Het interieur is beroemd om zijn mozaïeken in de koepels en om de golvende vloeren van marmer en mozaïek. Het heeft de vorm van een Grieks kruis, en op alle uiteinden én op het kruispunt zijn koepels aangebracht. De bekendste zijn de Hemelvaartkoepel uit de 13e eeuw en de Pinksterkoepel uit de 12e eeuw. In het Atrium (vestibule) zijn ook mozaïeken uit 13e eeuw in de koepel. Het zijn twaalf episoden uit het Oude Testament in de Genesiskoepel tot afbeeldingen over Jozef en Mozes.
De sarcofaag van Sint-Marcus staat achter het altaar.
Achter de kapel van de Heilige Clemens is het beroemde van edelstenen voorziene altaarstuk, de Pala d'Oro te zien. Hoewel Napoleon verschillende edelstenen uit het altaarstuk geroofd heeft, is het nog redelijk intact. Het heeft 250 brandschilderwerken op goudfolie in een gouden lijst. Het is in 976 in Byzantium gemaakt en is ook roofbuit van de Vierde Kruistocht.
Het doksaal (een scherm tussen het schip en het priesterkoor) is versierd met marmeren beelden van Maria en de apostelen. Het is gemaakt door de broers Dalle Masegne in 1394. Er is een baldakijn boven het hoofdaltaar.
Er zijn diverse kapellen, zoals de doopkapel (Chiesa des putti, wat "kerk van de baby's" betekent), de Zenkapel, waar kardinaal Zen begraven ligt, de kapel van de Heilige Isidorus, alleen toegankelijk voor gebed, en de Mascolikapel, genoemd naar het broederschap Mascoli en versierd met afbeeldingen van Maria. Verder is er nog de San Pietrokapel.
Bij de hoofdingang bevindt zich ook de trap naar de eerste verdieping, de Loggia dei Cavalli. Dit is het Museum Marciano. Hier zijn onder andere de originele vergulde bronzen paarden (de Quadriga) te zien. Bovendien zijn de mozaïeken hier van dichterbij te bekijken. Ook zijn er verschillende schaalmodellen te zien. Hier is ook nog de Pala feriale van Paolo Veneziano uit de 14e eeuw te zien.
In de rechterzijbeuk is de Schatkamer (Tresoro) van de San Marco. Hierin zijn andere schatten te zien die meegenomen werden als buit van de Vierde Kruistocht, met nog een verzameling Byzantijns zilver, goud en glaswerk. Er zijn bokalen, reliekhouders, kelken en twee iconen van de aartsengel Michael. Ook is er nog een reliekhouder uit de 11e eeuw in de vorm van een basiliek met vijf koepels.
Ook zijn hier verschillende relieken te zien met botten van onder andere Sint-Marcus en Jakobus de Mindere.
Maak jouw eigen website met JouwWeb