De kaaien zijn in te delen in twee grote delen: een strook die voor verschillende doelen wordt gebruikt en een straat met rijbaan, fietspad en voetpad. De strook voor verschillende doelen wordt in het zuiden net voorbij de stad gebruikt voor het laden en lossen van containerschepen. In het zuiden van de stad als parkeerplaats. En noordelijker als parkeerplaats en wandelweg. En verder om verschillende evenementen op te organiseren. In augustus 2017 werden ter hoogte van de Suikerrui twee regeboogzebrapaden aangelegd.
Waterkering
De waterkering is een muur die gebouwd werd in 1978 langs de Scheldekaaien om te voorkomen dat de laan langs de Schelde bij springtij onder water zou komen te staan. Wat voor dat de muur werd gebouwd geregeld gebeurde. Her en der zijn er poorten die enkel bij springtij worden gesloten om de parkings te kunnen bereiken. Naast elke poort staat een matrixbord of krijtbord waarop enkele dagen voor springtij wordt aangegeven wanneer men zijn wagen ten laatste moet weggehaald hebben. Voor het geval dat er chauffeurs zijn die hun wagen toch vergeten weg te halen is er een nooduitrit aan Petroleum-Zuid. Deze blijft open totdat het water de poort bijna heeft bereikt.
Toekomstplannen
Vanaf 2012 worden de Scheldekaaien heraangelegd. Over hoe de Scheldekaaien er na deze heraanleg zullen uitzien hebben de Antwerpenaren mee mogen beslissen. Bij de heraanleg zullen de oude hangars en havenkranen gerestaureerd worden. Er zullen ook parken en gebouwen worden gebouwd. Bij de heraanleg zal ook de waterkeringsmuur worden verhoogd. Dit is nodig vanwege de stijging van de zeespiegel ten gevolge van de opwarming van de aarde en de Deltawerken waardoor er minder overstromingsgebieden zijn wat ervoor zorgt dat het water hoger komt te staan bij springtij. Langs de stad gebeurt dit door de waterkeringsmuur te verhogen. Ten zuiden en naar de haven toe gebeurt dit door de aanleg van wandeldijken. Verder zullen de kaaien autoluw worden gemaakt. En zal er terug een kaaientram kom
In 1998 besliste het schepencollege van Antwerpen dat er op de Hanzestedenplaats een nieuw museum voor stad, haven en scheepvaart zou komen. Daarin zouden de collecties worden ondergebracht van het Volkskundemuseum, het Nationaal Scheepvaartmuseum, waarvan het binnengedeelte tot 28 december 2008 gevestigd was in Het Steen, en deels van het Vleeshuis. De naam MAS (Museum aan de Stroom) kwam voor het eerst ter sprake.
In 1999 werd een internationale architectuurwedstrijd uitgeschreven. Uit de vijfenvijftig inzendingen kwamen vijf laureaten. Het Stapelhuis van Neutelings Riedijk Architecten was het winnende concept. Aan de hand van een reizende containertentoonstelling en een begeleidende informatiekrant maakte het Antwerpse publiek in 2000 kennis met het ontwerp. AG Vespa kreeg in 2003 de opdracht om de taak van gedelegeerd bouwheerschap op zich te nemen. In 2004 werd er een directeur aangesteld voor het MAS, samen met een veiligheidscoördinator en een technisch controlebureau. De afmetingen van het gebouw werden vastgelegd. In september 2006 werd de eerste steen gelegd.
In februari 2007 werd gestart met de ruwbouw. In mei 2007 werd beslist door het College van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om een verruimd MAS te ambiëren, met de integratie van de collectie van het Etnografisch Museum Antwerpen en de Collectie Paul en Dora Janssen-Arts van kunst uit precolumbiaans Amerika. Ook werd beslist om de Erfgoedcel Antwerpen te integreren in het MAS. Het buitengedeelte van het Nationaal Scheepvaartmuseum met de echte schepen en het havengebonden erfgoed in het maritiem park kwam onder beheer van het MAS, maar verhuisde niet mee naar de MAS site.
Op 2 oktober 2008 werd het hoogste punt van de bouw bereikt. In mei 2010, drie jaar en acht maanden na de officiële eerstesteenlegging, volgt de oplevering van het gebouw. Het museumplein, naar een concept van Luc Tuymans en ontwerp van Jan Van Haute, werd geopend. Vanaf dan kon de inrichting van het museum en de verhuizing van de circa 460.000 collectiestukken beginnen. In een gestructureerde verhuisoperatie werden alle stuks zorgvuldig verpakt en geregistreerd. Een jaar later, op 14 mei 2011, opende het "MAS" - of voluit het "Museum aan de Stroom"- zijn deuren
Het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen, werd gebouwd tussen 1200 en 1225 als poortgebouw van de Antwerpse burcht. Binnen de Burcht bevonden zich belangrijke instellingen zoals de Vierschaar (de voormalige rechtbank op de hoek van de Mattenstraat), de Sint-Walburgiskerk (ook bekend als burchtkerk), het Bezaanhuis, het Reuzenhuis (met daarnaast de refuge van de abdij van Affligem die ook als pastorij van de burchtkerk fungeerde eveneens in de Mattenstraat), het Steen, de Werf en de Vismarkt. Rond 1520, ten tijde van Karel V, werd het poortgebouw van de burcht grondig verbouwd en noemde men het voortaan 's-Heeren Steen. In 1549 schonk Karel V het gebouw aan de stad, die het tot 1828 in eigendom had.
Van 1303 tot 1823 werd het gebouw als gevangenis gebruikt, daarna diende het als tehuis voor invalide soldaten. Nadat de overheid het gebouw in 1827 had opgeëist, werd het een jaar later aan een houtzager verkocht. In 1842 kocht de stad het gebouw echter weer terug. Een groot deel van de burcht werd in de jaren 1880 afgebroken toen men de kades recht trok en de Schelde verbreedde. Het overgebleven gebouw werd hierna simpelweg "Het Steen" genoemd. Toch werd meteen ook in 1889-1890 een nieuwe vleugel gebouwd en ook andere delen van het gebouw verbouwd.
In 1862 opperde Pieter Genard - als lid van het Antwerpse Comité der briefwisselende leden der Koninklijke Commessie van Monumenten - om in elke provincie een oudheidkundig museum op te richten. Volgens hem was Het Steen de geschikte plaats in Antwerpen hiervoor. De stad steunde het voorstel, zodat door architect Kennes begonnen werd met een restauratie. Op 14 augustus 1864 kon zo het museum opengaan. Dit museum werd in 1952 vervangen door het Nationaal Scheepvaart Museum, dat echter al meteen van 1953 tot 1958 ontoegankelijk was door verbouwingswerken. Het binnengedeelte van dit museum sloot uiteindelijk de deuren op 28 december 2008. De collectie van het Scheepvaartmuseum werd vanaf 2010 overgeplaatst naar het nieuwgebouwde Museum aan de Stroom.
Het Steen werd in 2012 herbestemd tot HETSTEEN der wijzen, 'een actief vragenhuis voor denkers, dromers en doeners'. Dit was geen succes en in 2018 zijn bouwwerken gestart om het gebouw tegen 2021 om te vormen naar een toeristisch onthaalcentrum.
De Red Star Line of Société Anonyme de Navigation Belge-Américaine (SANBA) was een Belgische rederij die een geregelde dienst onderhield tussen Antwerpen en New York en soms tussen Antwerpen en Philadelphia. Het is de Belgische versie van de Holland-Amerika Lijn die in Nederland de dienst onderhield tussen Rotterdam en New York.
De maatschappij behoorde tot de International Navigation Company (later International Mercantile Marine Company), werd gesticht in 1872 en in 1873 voer het eerste schip de oceaan over. In 1935 ging de maatschappij failliet ten gevolge van de beurscrash van 1929.
De Red Star Line heette officieel Societe Anonyme de Navigation Belge-Americaine of kortweg SANBA. De Amerikaanse oprichters onder leiding van Clement Griscom hadden handelsbanden in Antwerpen, met onder andere Jules Bernard von der Becke en William Edward Marsily. Deze twee Antwerpenaren waren minderheidsaandeelhouders (80% van het kapitaal was Amerikaans) maar zetelden beiden in de raad van bestuur, von der Becke zelfs als voorzitter. In 1872 startten ze SANBA om olie van de Verenigde Staten naar Europa te transporteren en op de terugweg passagiers mee te voeren. De Amerikaanse overheid verbood het olievervoer op passagiersschepen, waardoor de Red Star Line zich ging concentreren op personentransport.
SANBA vestigde zich op de Jordaenskaai en later op de Rijnkaai. De schepen meerden altijd aan de Rijnkaai aan. Hier verzamelden de passagiers zich om aan boord te gaan van een van de 23 Red-Star-Lineschepen (of een van de meer dan 150 schepen die de rederij charterde). Reizigers van de derde klasse moesten eerst hun bagage laten desinfecteren en naar de dokter voor een controle. Die controle gebeurde in het begin in openlucht; pas na vele klachten bouwde de Red Star Line een extra gebouw. In 1913 bevond de rederij zich op haar hoogtepunt: dat jaar vervoerde zij 70.075 reizigers in de derde klasse alleen. In totaal reisden er zo’n twee miljoen landverhuizers met de Red Star Line naar Amerika tussen 1873 en 1934. Ongeveer een kwart van dat aantal was Joods.
Maar aan de kaaien is soms ook wel meer te doen. Feest met kerst en oud en nieuw, en in de zomer... nou dan waan je je (bij mooi weer) zowat op Aruba of zo. Heerlijk strandzand, fijne sfeer, fijne muziek en heerlijke coctails.
De Sint-Anna tunnel, met deze tunnel kom je als fietser of voetganger in Antwerpen L.O.) Ik vind het geweldig om er door heen te fietsen en Antwerpen eens van een heel andere kant te bekijken. Er is een ook een leuke fietsroute (30KM). Nog nooit zelf gefietst, want ik ga meestal op de fiets naar Antwerpen en dan heb ik er al zo'n veertig KM opzitten.
De wijk Linkeroever ontstond op de plaats van het oude Sint-Annadorp en het fort Vlaams Hoofd (beide gelegen nabij de Schelde en het latere gebouw van de voetgangerstunnel). Het fort en het dorp waren rechtstreeks verbonden door middel van een dijk over de Borgerweertpolder met het Vlaamse achterland, de latere Blancefloerlaan. De Borgerweertpolder kon indien nodig onder water worden gezet om het fort te beschermen. Op 3 november 1844 werd het spoorwegstation Vlaams Hoofd geopend. Vanaf dit station vertrok de geïsoleerde spoorlijn naar ´Gent van de Chemin de fer d'Anvers à Gand´ maatschappij.
In het begin van de twintigste eeuw was Sint-Annadorp een populair oord van vertier (mosselrestaurants, casino's). De Sint-Annekeveerboot zorgde voor een regelmatige verbinding. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden veel vernielingen aangericht en daarna moest de Linkeroever opnieuw opgebouwd worden. De opdracht van het Linkeroever gebied naar de Antwerpse in 1923 gaf een nieuw impuls aan Linkeroever daar de stad Antwerpen grote plannen had voor de nieuwe stadswijk.
In de jaren 30 ontstond aan het noordelijk gelegen Scheldestrand ten westen van de Palingplaat een drukke recreatie en werden vele vakantiehuisjes gebouwd. Er kwamen cafés en restaurants, een zwembad en er werd een molen uit Limburg overgebracht. De recreatie bleef maar de vakantiehuisjes werden vanaf het einde van de jaren 60 onteigend en afgebroken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Linkeroever spergebied en stopte de ontwikkeling van Linkeroever.
Van rond 1930 tot 1959 reed tussen dit strand en het veer aan het dorp van Sint-Anneke een tramverbinding, de zogenaamde Sint-Anna-Expres. Vanaf het veer reed de tram ook langs het voormalige treinstation Antwerpen-West en zo verder naar Hamme in Oost-Vlaanderen. Deze tramlijn H bleef in gebruik tot september 1959.
In 1929 werd de Intercommunale Maatschappij van de Linker-Scheldeoever opgericht. Deze begon met de systematische ophoging van het hele gebied en de afbraak van de bestaande bebouwing. Er kwamen nieuwe straten en verbindingswegen, waarbij men zich onder andere liet inspireren door de architect Le Corbusier die een urbanisatieplan had ingediend. Men bouwde villa's en in het begin van de jaren 50 ontstonden de eerste wijken met sociale woningbouw. De laatste huizen van het oude Sint-Anneke kwamen door de voortdurende grondophoging op een lager niveau ('Sint-Anneke Put') en verdwenen rond 1955. Enkel de Sint-Annakerk bleef bewaard tot ook zij op haar beurt in augustus 1968 gesloopt werd en plaatsmaakte voor een moderne kerk, de Sint-Anna-ten-Drieënkerk.
Het kerkje Onze-Lieve-Vrouw-ter-Schelde dat aan de noordelijk gelegen 'plage' (Sint-Annastrand) gelegen was, werd op 9 maart 2000 door een brand getroffen en afgebroken. Enkel het voorportaal bleef behouden en wordt als Mariakapel gebruikt.
Maak jouw eigen website met JouwWeb