Zuid

Gepubliceerd op 10 december 2020 om 18:23

Plantin Moretus

De drukkerij van Plantijn (Officina Plantiniana werd in 155 in Antwerpen gesticht door Christoffel Plantijn, die uit Frankrijk afkomstig was en zich in 1548 of 1549 in de Scheldestad vestigde. Het bedrijf werd een van de grootste boekdrukkerijen van Europa.

Plantijn was een handig zakenman en drukte boeken voor humanisten, katholieken en protestanten. Hij werkte niet alleen voor koning Filips II van Spanje  maar ook voor Justus Lipsius , de belangrijkste humanist na Erasmus. De drukkerij Plantijn verwierf het monopolie voor de druk en uitgave van missalen en brevieren voor alle landen onder de kroon van Filips II. Andere belangrijke werken waren het Dictionarium Tetraglotton (1562) een woordenboek met Latijnse, Griekse, Nederlandse en Franse woorden. In 1568-1572 werd door het huis Plantijn de Bibla Regia in vijf talen en in acht delen gedrukt. In 1573 verscheen Thesaurus Theutonicae linguae. Schat der Neder-dutscher spraken, het eerste Nederlandstalige woordenboek. Een van de auteurs was Cornelius Kiliaan, die in de drukkerij werkzaam was als proeflezer en corrector. Van 1576 tot 1585 was Plantijn werkzaam als drukker van de Universiteit Leiden.

Na de dood van Plantijn in 1589 werd de boekdrukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. Vanaf deze tijd werden er voornamelijk nog boeken gedrukt voor de katholieke Contrareformatie. In 1866 werd de drukkerij gesloten en in 1876 werd het een museum, het Plantin-Moretusmuseum,

Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen

Maagdenhuis

Na de oprichting van de Kamer van de Huisarmen in 1458 namen de aalmoezeniers (de bestuurders van de Kamer) de opvang en begeleiding van de oudere arme wezen, vondelingen en verlaten kinderen op zich. In feite bleef de volgende decennia enkel de eerste verzorging van jongere kinderen behoren tot de taak van de Tafels van de Heilige Geest, waarna de Kamer de opvoeding overnam. Om aan deze oudere kinderen opleiding en onderdak te verschaffen sloten de aalmoezeniers contracten met de ambachtsmeesters.

Nadat in 1532 reeds een vondelingenhuis in gebruik was genomen in de Sint-Rochusstraat (gesticht in 1531), richtte men in 1552 een scole voor schamele meyskens op, wat uitgroeide tot het Maagdenhuis. Aanleiding was het toegenomen aantal kinderen voor wie men moest zorgen. De stichting was mogelijk dankzij een rente van de rijke koopman Jan van Meeren. Het gebouw werd opgericht vlak bij het reeds bestaande Vrouwkenshuis in de Lange Gasthuisstraat, dat later zelf verhuisde naar de overkant van de straat wegens de uitbreiding van het Maagdenhuis. Enkele jaren later werd ook een werckhuys voor jongens opgericht, het Knechtjeshuis, dankzij de financiële steun van Johanna van Schoonbeke.

De uitbreiding en grote verbouwingen die ook thans nog het uiterlijk van het Maagdenhuis bepalen vonden plaats in 1634 en 1635, dankzij schenkingen van de erfgenamen van Gilbert van Schoonbeke. De voorgevel werd opgetrokken in witte natuursteen uit de streek van Balegem en Gobertange.

Na de Franse Revolutie werd het bestuur van de instellingen voor armenzorg opgenomen door het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen. Omdat de infrastructuur van de bestaande tehuizen verouderd was, werden in 1881-1882 twee nieuwe gebouwen ingehuldigd : het Meisjes- en het Jongenshuis. Bedoeling was om in deze grote weeshuizen zo veel mogelijk kinderen te kunnen opvangen, zodat de uitbestedingen op het platteland konden beperkt worden. Het nieuwe Antwerpse meisjesweeshuis werd gebouwd aan de Albert Grisarstraat in Antwerpen.

Wilma de krom in Antwerpen

Museum Mayer van den Bergh

Het Museum Fritz Mayer van den Bergh is een verzameling oude meesters en sculpturen bijeengebracht door de gefortuneerde verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) en zijn moeder Henriette Mayer van de Bergh. De collectie is te zien in het naar hem genoemde museum aan de Antwerpse Lange Gasthuisstraat.

Deze verzameling is beroemd om haar Vlaamse oude meesters uit de Antwerpse School. In de collectie zijn verschillende belangrijke stijlen en thema's vertegenwoordigd. Van den Berghs interesse ging vooral uit naar de oude kunst der Nederlanden van de 14e tot de 17e eeuw met werk van de Vlaamse Primitieven, retabels en monumentaal Beeldhouwwerk. Van den Bergh was een verwoed verzamelaar en was uitstekend geschoold in de kunstgeschiedenis, hij was een expert met een zeer kritisch oog. De ontdekking van Bruegels Dulle Griet behoort Van den Bergh toe. Zijn verzameling groeide zeer snel en Van den Bergh gaf er veel geld aan uit, waardoor hij verschillende unieke stukken wist te bemachtigen. In zijn korte leven bracht hij een grote en kwalitatief indrukwekkende collectie bij elkaar, dankzij het kapitaal van zijn vader Emil Mayer, een van de rijkste zakenlieden van Antwerpen. In 1887 werd Fritz Mayer van den Bergh in de adelstand verheven met de titel van ridder, hetgeen hem meer status gaf. Hij was een van de belangrijkste spelers van zijn tijd op de internationale kunstmarkt.

Toen de kunstverzamelaar in 1901 op slechts 43-jarige leeftijd overleed, besloot zijn moeder Henriëtte de verzameling van haar zoon open te stellen voor een breed publiek. Zijn verzameling is te zien in een bijpassend huis, dat geheel in 16de-eeuwse stijl is opgetrokken. De laat-gotische en de renaissanceversieringen van de gevels herinneren niet alleen aan de Antwerpse Gouden Eeuw, maar weerspiegelen ook de kunstsmaak en de voorkeur van de verzamelaar zelf. De kunstverzameling is nog steeds in de vorm zoals Mayer van den Bergh ze destijds samenbracht.

Vermeldenswaardig is de geschiedenis van het museum zelf. Weduwe Mayer vervulde de droom van haar oudste zoon en besloot zelf een museum in te richten, privaat beheerd en op verzoek te bezichtigen. Fritz had echter aan alles gedacht en verzamelde ook de schouwgarnituren en ornamenten die het de sfeer geven van een oud herenhuis. Het museum werd ingericht met de meest moderne technieken en had al snel faam in Antwerpen en ver daarbuiten. Dankzij Henriëtte Mayer, die zich liet omringen door specialisten, werd de verzameling van haar zoon op een ongewone, vooruitstrevende manier tentoongesteld. Tot op hoge leeftijd was ze betrokken bij het beheer van het museum. Dankzij de toekomstvisie van moeder en zoon is niet alleen de collectie beschermd maar ook het museum als gebouw.

Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen

KMSKA

Wilma de krom in Antwerpen

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) is een kunsthistorisch museum in Antwerpen. Het is het grootste en belangrijkste museum onder de voogdij van de Vlaamse Gemeenschap. Het is gevestigd in een statig gebouw uit de jaren 1884-1890 aan de Leopold De Waelplaats van de architecten Jean-Jacques Winders en Frans Van Dijk.

Bootje

Aan het begin van de 20e eeuw was de Belgische stad Antwerpen in de ban van de art nouveau-manie. De nieuwste mode in kunst, architectuur en design die Europa veroverde, werd gekenmerkt door zijn flamboyantie en extravagantie. Een Antwerpse opdrachtgever was echter om de art nouveau tot nog gekkere uitersten te brengen, een scheepsbouwer genaamd P. Roeis.

In 1901 onthulde Roeis "The Five Continents" aan een nietsvermoedend Antwerpen. Hij had deze vier met elkaar verbonden gebouwen in opdracht van de architect Frans Smet-Verhas besteld en elk ervan was onbeschaamd Art Nouveau in zijn ontwerp, met liberaal kleurgebruik, zweepslagen en organische vormen. Tegenwoordig staat het bouwwerk nog steeds (hoewel een van de vier in de jaren zeventig werd afgebroken) op de hoek van de Schildersstraat en de Plaatssnijderstraat, in een gebied dat bekend staat om zijn overvloed aan Art Nouveau-decoratie.

Het is echter de extreme fantasie van Roeis die zijn gebouw doet opvallen tussen de anderen. Hij had Verhas gevraagd zijn oorspronkelijke plannen aan te passen en een boot op te nemen die op de hoekverhoging in de straat zou uitsteken. Dit moest een niet al te subtiele toespeling zijn op zijn scheepsbouwhandel en bron van rijkdom. De witte boeg van de boot komt tevoorschijn tussen de eerste en tweede verdieping en draagt ​​de initialen van Roeis. Het is rijk aan symboliek: de loggia heeft vijf ramen, elk representatief voor een van de vijf bewoonde continenten, terwijl een klein terras omsloten door een ijzeren balkon is voorzien van blikseminslagen die een storm op zee voorstellen.

Al heel snel na de bouw kreeg het gebouw door de Antwerpenaren onofficieel de naam “Het Bootje” (“het Bootje”). Tegenwoordig is het een uniek voorbeeld van versterkte art nouveau en een bewijs van een tijd waarin architectuur vreemd, wonderbaarlijk en leuk was.

Wilma de krom in Antwerpen

De Koninck

Stadbrouwerij De Koninck is een bierbrouwerij in de Belgische stad Antwerpen. Het bedrijf werd opgericht in 1833 door Johannes Vervliet, toen deze besliste om een bestaande afspanning om te bouwen. Vervliet was gehuwd met Elisabeth Cop, de weduwe van Joseph Henricus De Koninck die op diezelfde plaats in 1827 de afspanning had gekocht. De brouwerij werd aanvankelijk ook Brouwerij De Hand genoemd naar een grenspaal met een hand als grensteken. Dit teken waar heraldisch een bronsgroen schild met een zilverwitte opgeheven hand naar verwijst, ligt in de voormalige Warande (nu Koning Albertpark) aan de voormalige Pride- of Boomgaardbeek die sinds de overgang van de 7e naar de 8e eeuw (ten tijde van Pepijn van Herstal, Willibrord en Karel Martel) de grens vormt tussen Hanringrode (later behorend tot het district Antwerpen) en Berchem.

Wilma de krom in Antwerpen
Wilma de krom in Antwerpen

Maak jouw eigen website met JouwWeb