Gelegen boven op een hoogvlakte is Santarém een uitkijkpost op het vruchtbare land van de lezíria. De vallei van de Taag is bekend om zijn landbouw, veeteelt en ook om de stierengevechten.
Santarém omvatte ook de landerijen van de Christusorde, die de Portugese ontdekkingen financieel ondersteunde. Daarom maakte de stad een grote ontwikkeling door in die tijd. Dit is vandaag de dag nog goed te merken aan de talrijke monumenten die zo belangrijk zijn voor de geschiedenis van de Portugese kunst.
Julius Caesar noemde de plaats Scallabis Praesidium Iulium. Het werd gebruikt als administratief centrum voor de legioenen in de Romeinse provincie Hispania Lusitania.
In de lente van 714 werd de stad door Musa ibn Nusayr veroverd op de Visigoten. De moslims noemden de stad Xantarim of Shantarin (genoemd naar een 7de-eeuwse non Sint Iria uit Tomar). Raymond van Bourgondië, erfgenaam van Galicië, trok in 1093 Santarém en Lissabon binnen. De Almoraviden uit Marokko onder Sir ibn Abi Bakr heroverden de stad in 1110 en bedreigden de nieuwe christelijke vestigingen ten zuiden van de rivier de Mondego. Van 1144 tot 1145 was de stad de onafhankelijke taifa Santarém. De stad werd op 15 maart 1147 door koning Alfons I van Portugal met hulp van kruisridders uit Soure ingenomen. Volgens de overlevering vastgelegd in de expugnatione Scalabis, klommen in de nacht enkele mannen over de stadsmuur en openden vanuit de binnenkant de poorten. Vanuit militair oogpunt is de verovering van Santarém en later, in hetzelfde jaar, dat van Lissabon, cruciaal geweest voor de zogenaamde Reconquista van Portugal. In 1171 en 1181 doen de Almohaden uit Marokko een aanval op Santarém; zij omsingelen de stad, maar worden verslagen. In 1184 vallen de Almohaden met kalief Abu Yaqub Yusuf opnieuw Santarém aan, dat verdedigd werd door koning Alfons I van Portugal, die te hulp geschoten werd door Ferdinand II van León. De kalief stierf aan zijn verwondingen in Sevilla. In 1190 belegerde kalief Abu Yusuf Yaqub al-Mansur de stad op Sancho I van Portugal die met hulp van Engelse kruisridders de stad wist te behouden.
De manuelstijl vormt een verbinding van verschillende elementen tot een hogere eenheid van de laatgotische architectuur vermengd met Spaanse, Italiaanse en Vlaamse, Moorse en Indische elementen. Hij markeert in Portugal de overgang van de laatgotiek naar de renaissance.
De naam werd gegeven in 1842 door Francisco Adolfo de Varnhagen, de burggraaf van Porto Seguro, bij zijn beschrijving van het Hiëronymietenklooster in Belém in zijn boek Noticia historica e descriptiva do Mosteiro de Belem, com um glossario de varios termos respectivos principalmente a architectura gothica. Hij noemde deze stijl naar koning Emanuel I van Portugal, wiens regeerperiode (1495-1521) overeenkwam met de ontwikkeling van de manuelstijl.
De periode van de manuelstijl duurde niet erg lang (van 1490 tot ongeveer 1520), maar het speelde wel een belangrijke rol in de Portugese kunstgeschiedenis. Deze stijl kwam niet alleen voor in de architectuur (kerken, kloosters, paleizen, kastelen), maar ook in de beeldhouwkunst, de schilderkunst, het goud- en zilversmeedwerk, in geglazuurd aardewerk en in meubelontwerpen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb