Dag 13, 9 september 2021
Vandaag staat een bezoek aan het Uffizi Museum op het programma. Het museum waar we elke ochtend en avond naar kijken als we voor het raam zitten te genieten van een glas wijn. Ik heb er hoge verwachtingen.
Maar we kunnen er pas om twee uur in, dus de ochtend op een andere aangename manier doorbrengen.
Santa Croce
De Basilica di Santa Croce (Kerk van het Heilig Kruis), gelegen aan het Piazza Santa Croce, is een van de belangrijkste kerken van Florence en wordt beschouwd als een van de mooiste gotische basilieken van Italië. Het is de grootste franciscaner kerk ter wereld. Door de vele grafmonumenten in het interieur fungeert de kerk als pantheon van Florence.
De bouw van de kerk werd begonnen in 1294 op de plaats van een oudere franciscaner kerk, door de Florentijnse architect Arnolfo di Cambio. Volgens de legende is de voorloper van deze kerk in 1222 gesticht door Franciscus van Assisi zelf. Bij de bouw was een van de uitgangspunten de afmetingen van de Santa Maria Novella te overtreffen van de concurrerende Dominicanenorde, waar men 50 jaar eerder mee begonnen was. Het kerkgebouw is gebouwd in gotische stijl en is vooral opvallend vanwege de zestien kapellen, waarvan de meeste door de school van Giotto zijn gedecoreerd. Het grondplan van de kerk is een Egyptisch kruis (een hoofdletter T) en het interieur is verdeeld in drie beuken. De kerk is 114,45 meter lang.
Een belangrijke toevoeging aan het complex is de beroemde Pazzi-kapel van architect Filippo Brunelleschi.
In 1560 werd de kerk, op last van Cosimo de' Medici, ingrijpend gerestaureerd door Giorgio Vasari waarbij veel kunstwerken in het interieur verloren gingen. De huidige campanile van de kerk is gebouwd in 1842, nadat een eerder exemplaar door de bliksem was getroffen. De façade is lange tijd ongedecoreerd geweest. Tussen 1857 en 1863 is deze alsnog door architect Niccolò Matas bekleed in de, zich door meerkleurig marmer kenmerkende, laat-middeleeuwse gotische bouwstijl van Florence.
Het interieur van de kerk karakteriseert zich door een grote breedte en helderheid. De dakconstructie is, zoals bij veel Franciscaanse kerken open. Bij binnenkomst wordt, door deze architectuur, de aandacht meteen gevestigd op het rijk gedecoreerde koor.
In 1966 raakte de kerk ernstig beschadigd door de overstroming van de Arno. Hierbij stroomde veel water, modder en olie de kerk binnen. In een gang in de kerk is een overzicht van de restauratie te zien, die enkele tientallen jaren heeft geduurd.
In oktober 2017 stortte een deel van het plafond in. Hierbij kwam een man om het leven
Dan lekker lunchen.
En vervolgens op weg naar het museum.
Het Uffizi werd ontworpen door architect Giorgio Vasari en was in eerste instantie bedoeld als een reeks overheidskantoren voor de magistraten van Florence. De bouw van deze kantoren (uffizi) vond plaats in opdracht van Granduca Francisco de’ Medici, zoon van Cosimo I de' Medici. Het Uffizi werd tussen 1560 en 1581 relatief snel gebouwd.
Francisco richtte op de bovenste verdieping van het gebouw een galerij in. De collectie werd daarna steeds verder verrijkt door leden van de De’ Medici familie. In 1743 werden de ‘kantoren’, samen met de De’ Medici-kunstcollectie, aan de stad nagelaten door Anna Maria Luisa, de zuster van de laatste De’ Medici-groothertog: Gian Gastone. Zij was de laatste erfgenaam van de De’ Medici familie. De groothertogen van het gebied Lorraine volgden de De’ Medici familie op en herorganiseerden en vergrootten de collectie. Uiteindelijk kwam de galerij in bezit van de Italiaanse staat. Het gebouw is U-vormig. De museumzalen bevinden zich op de bovenste verdieping.
In 1993 werd een deel van het paleis verwoest door een autobom, waardoor ook enkele schilderijen werden vernietigd en enkele andere zwaar beschadigd. Vijf mensen kwamen bij de aanslag om. Wie de daders zijn is nog steeds onduidelijk, al wordt wel vaak de maffia genoemd.
Vanwege het grote aantal schilderijen dat nog in het depot stond, werd de oorspronkelijke 8000 m² expositieruimte in 2006 uitgebreid tot bijna 13.000 m². Het Uffizi vormt een van de belangrijkste bezienswaardigheden in Florence.
Caravaggio schilderde het ca 1597 na een eerste versie in 1596. Het schilderij was een opdracht van Kardinaal Francesco Maria del Monte die het schild cadeau deed aan groothertog Ferdinando I de' Medici. De Medici gebruikten de mythe van Medusa (wie haar aankeek, versteende) als symbool voor hun eigen afschrikwekkende militaire macht.
Het dubbelportret van de hertogen van Urbino is een tweeluik, olieverf op paneel, met de portretten van de echtgenoten Federico da Montefeltro en Battista Sforza , een werk van Piero della Francesca daterend uit ongeveer 1465-1472
De Geboorte van Venus (Sandro Bottecelli) Het beeldt de godin Venus uit die oprijst uit de zee als een volgroeide vrouw, zoals deze beschreven wordt in de Griekse mythologie. De naam van het werk is echter niet helemaal in overeenkomst met de gebeurtenis die erop staat afgebeeld, aangezien Venus volgens de legende uit het zeeschuim zou zijn geboren. Deze afbeelding toont echter haar aankomst in Cyprus, staande op een schelp. De westenwind Zephyros blaast de schelp naar de kust van Cyprus. Waarschijnlijk draagt Zephyros in zijn armen Aura, de godin van de zachte ochtendbries. Rechts op het schilderij geeft een van de Horen, godinnen van de seizoenen, een mantel aan Venus.
Er zijn ook verschillende verwijzingen naar Ovidius' Metamorphosen en Fasti en naar Angelo Poliziano's "Verzen".
Dit schilderij werd in opdracht van Lorenzo de’ Medici gemaakt voor Lorenzo di Pierfrancesco de’ Medici's Villa di Castello, rond 1483 of vroeger. Sommige specialisten beweren echter dat de Venus bestemd voor Pierfrancesco en het werk vermeld door Giorgio Vasari in zijn Vite twee verschillende schilderijen zouden zijn, waarbij er een verloren zou zijn geraakt. Anderen denken dan weer dat het een ode aan de grote liefde van Giuliano di Piero de' Medici, Simonetta Vespucci, zou zijn.
In de klassieke oudheid was een schelp een metafoor voor een vagina.
De pose van Botticelli's Venus doet denken aan de Venus de Medici, een marmeren sculptuur uit de klassieke oudheid in de Medicicollectie, die Botticelli had bestudeerd.
La Primavera (De Lente) is een schilderij van de Italiaanse kunstschilder Botticelli. Het is geschilderd in diens typische, heldere stijl met scherpe contouren en sierlijke vormen. Botticelli schilderde verfijnde, haast precieuze, bevallige en bijna gewichtloze gestalten die uit de klassieke mythologie komen. Het schilderij is een voorbeeld van profane kunst. Het is in circa 1482 geschilderd, en is vrijwel zeker besteld als geschenk door Lorenzo de Medici 'Il Magnifico', voor zijn achterneef Lorenzo di Pierfrancesco de' Medici. Het schilderij is halverwege de 19de eeuw voor het eerst voor het grote publiek tentoongesteld.
Het schilderij is 203 × 314 cm groot, een formaat dat voorheen was voorbehouden aan godsdienstige schilderijen. Bij tapisserieën waren dergelijke formaten wel gebruikelijk met wereldse onderwerpen, maar die waren veel duurder dan schilderijen. La Primavera kan oorspronkelijk heel goed bedoeld zijn als een goedkoop surrogaat. De vlakke compositie heeft iets tapijtachtigs, evenals de met bloemen bestrooide grond. Het schilderij heeft een mythologisch onderwerp met Venus in het midden en de geblinddoekte Cupido die boven haar hoofd zweeft. De andere figuren zijn, van links naar rechts, Mercurius, de drie gratiën, Flora, de godin van de bloemen en van de lente, de aardnimf Kloris en Zephyros, de westenwind. Het is geen voorstelling van een specifiek tafereel uit de klassieke mythologie en men heeft dan ook een ontstellend groot aantal interpretaties aangedragen. De meest aannemelijke interpretatie is humanistisch, wat het Florentijnse denken van die tijd typeert. Venus vertegenwoordigt de menslievendheid waarin zij onderscheid maakt tussen het materiele en het spirituele. Zeer opmerkelijk aan het schilderij zijn de bloemen: er zijn meer dan vijfhonderd verschillende soorten afgebeeld, vaak tot in het kleinste detail. Deze bloemen bloeien overigens niet allemaal in de lente; wat dat betreft heeft Botticelli enige artistieke vrijheid genomen.
De schilder en theoreticus Giorgio Vasari omschrijft la Primavera eenvoudig als “Venus die door De drie gratiën met bloemen wordt getooid; aanduiding van de lente”. Hierop doorgaand vertonen wetenschappers de neiging om verschillende wegen in te slaan - een aanwijzing dat de renaissancistische bedenkers van allegorieën tot op zekere hoogte geslaagd zijn in de kunst van het verhullen van betekenissen.
Madonna del Magnificat (Sandro Botticelli). Het was destijds waarschijnlijk zijn beroemdste madonna, want er zijn vijf replica's van gemaakt. Botticelli beeldt Maria schrijvend af.
Ze staat op het punt de laatste Latijnse regels op de rechterbladzijde van een boek te voltooien dat voor haar wordt vast gehouden.
Met een elegant gebaar brengt ze haar hand met de schrijfpen naar de inktpot om de tekst af te maken.
Het Kind Jezus lijkt haar te dicteren door zijn rechterarmpje op haar onderarm te leggen, terwijl zijn vingertjes de tekst aanraken.
In zijn linkerhandje houdt hij samen met zijn moeder een granaatappel vast, symbool van vruchtbaarheid en koninklijkheid.
Als appel is het tevens een verwijzing terug naar het Paradijsverhaal.
De puistrode pitten erop wijzen vooruit naar het lijden van Christus, in overeenstemming met het theologische concept dat door de kruisdood van Christus de zondeval teniet werd gedaan. Door de openvallende blauwe bovenmantel van Maria lijkt hij uit haar naar voren te treden.
De Aanbidding der Wijzen is een schilderij van de Italiaanse Renaissance schilder Filippino Lippi . Het is ondertekend en gedateerd in 1496.
Het paneel werd geschilderd voor het klooster van San Donato in Scopeto, ter vervanging van het paneel dat in 1481 werd besteld door Leonardo da Vinci , die het onvoltooid liet. In 1529 werd het verworven door kardinaal Carlo de' Medici en in 1666 werd het onderdeel van de Uffizi-collectie.
Filippino Lippi volgde de setting van Leonardo, met name in het centrale deel van het werk. Veel van zijn inspiratie was duidelijk ontleend aan Botticelli 's Aanbidding der Wijzen (ook aanwezig in Uffizi), dit is duidelijk in de dispositie van de personages aan beide zijden, met de Heilige Familie afgebeeld in het midden eronder. Net als Botticelli's werk portretteerde Filippino ook tal van leden van de Medici- cadettenlijn, die zich hadden aangesloten bij de Savonaroliaanse Republiek in de periode waarin het werk werd uitgevoerd. Aan de linkerkant, geknield en vasthoudend met een kwadrant , staat Pierfrancesco de' Medici, die 20 jaar eerder was overleden. Achter hem staan zijn twee zonen Giovanni, met een beker, en Lorenzo, van wie een page een kroon verwijdert.
De algemene stijl is die van Filippino's late carrière, gekenmerkt door een grotere zorg voor details en door een nerveus ritme in de vormen, beïnvloed door de kennis van buitenlandse schilderscholen (evenals in het landschap van de achtergrond).
Adam en Eva (Cranach il Vecchio)
Tondo Doni (Heilige familie) is een schilderij van de Italiaanse kunstschilder Michelangelo uit 1504. Michelangelo maakte deze tondo voor de koopman Agnolo Doni en zijn vrouw Maddalena Strozzi.
Het werk bevindt zich nog in de originele vergulde houten lijst, die versierd is met vijf hoofden.
Afgebeeld is Maria met haar benen onder zich getrokken op de grond. Zij leunt achterover tegen de knie van Jozef om de kleine, levendige Christus uit zijn stevige greep te pakken. Opvallend zijn de koele en heldere kleuren. Ook de gespierde bovenarmen van Maria zijn een eigen visie van Michelangelo.
Giuditta decapita Oloferne (Artemisia Gentileschi). De weduwe Judith is met haar bediende op listige wijze de tent van de vijandelijke legerleider Holofernes binnengedrongen. Daar onthoofdt zij hem, wat zal leiden tot het einde van de belegering van Judith's stad.
Gentileschi koos voor een zeer realistische weergave van het tafereel. Het werd zodoende wel een bijzonder bloederig schilderij.
Het is een knappe compositie, met een fraai driehoekje van de drie figuren, verbonden door hun armen.
De houding van Judith komt overeen met die in het gelijknamige werk van Caravaggio, uit 1599. Het is niet onwaarschijnlijk dat de jonge Gentileschi dat schilderij heeft gezien, in Rome.
Natuurlijk ontbreekt Rembrandt ook niet.
En ter afsluiting wat gedronken op het boventerras van Uffizi.
En natuurlijk 's avonds eten.
Maak jouw eigen website met JouwWeb