Narbonne en Béziers

Gepubliceerd op 11 oktober 2021 om 08:14

Dag 7, 3 september 2021

Ik hou van de zon en de warmte, maar Henk nog veel meer. Die ligt het liefst de hele dag in de zon. Das net iets te veel voor mij. Bovendien was hij erg moe van de inspanningen van de afgelopen dagen. Ik wil dingen zien en ondernemen. Ook omdat het zonnetje in de ochtend niet scheen trok ik eropuit.  Gelukkig klaarde het in de loop van de ochtend op en kon Henk heerlijk aan het strand liggen. Ik daarentegen vertoefde een dag in Narbonne en Béziers.

Narbonne

Wilma de Krom in Frankrijk

Het hedendaagse Narbonne was de eerste Romeinse nederzetting in het huidige Frankrijk. De kolonie werd gesticht in 118 v.Chr. als Colonia Narbo Martius. De stad was strategisch gelegen aan de via Domitia en de via Aquitania. De Via Domitia, de eerste heirbaan in Gallië, liep van Italië naar Spanje en de via Aquitania liep van Narbonne via Toulouse naar Bordeaux aan de Atlantische Oceaan.

Narbonne lag in de Provincia Romana in Zuid-Gallië. Deze Provincia (waarvan de naam voortleeft in de naam Provence) werd in 22 v.Chr. Gallia Narbonensis genoemd naar zijn hoofdstad, Narbonne. De stad breidde aanzienlijk uit en bleef de hoofdstad van de provincie tot de 8e eeuw, ook in de tijd van de Visigoten toen de provincie Septimanië werd genoemd. In 725 werden Narbonne en Carcassonne veroverd door de Omajjade wāli (gouverneur) van Al-Andalus Anbassa ibn Suhaym al-Kalbi. Vanaf 747 werden in Narbonne emirs aangesteld. De eerste emir was Umar ibn Umar. De Frankische koning Pepijn de Korte heroverde de stad in 759 op de emir Abd ar-Rahman ibn Uqba. Hij installeerde er de Visigotische burggraaf Milo (ook al burggraaf van 752 tot 753). In 792 vond nog een kortstondige verovering plaats door de troepen van Hisham I en in 841 marcheerden moslimtroepen op naar Narbonne, maar werden door graaf Sunifried van Barcelona tegengehouden.

Wilma de Krom in Frankrijk

Zoals gezegd, de stad lag op een strategische locatie. Twee van de meest belangrijke wegen uit het Romeinse Rijk, de via Domitia en de via Aquitania liepen vlak langs de stad. De via Domitia liep via Italië naar Spanje, waar de via Aquitania de stad met de stad Bordeaux aan de Atlantische Oceaan verbond. Vanwege de gunstige ligging groeide Narbonne al snel in omvang. Het duurde dan ook niet lang voordat de plaats was uitgegroeid tot een kleine stad. In de veertiende eeuw stokte de groei van de stad. Dit werd onder andere veroorzaakt door de pest, die in deze regionen veel slachtoffers eiste. Een andere oorzaak was het feit dat de nabijgelegen rivier de Aude, die vanaf het begin belangrijk was geweest voor de handel, van koers veranderde. Vanaf de zestiende eeuw werd er door de bevolking van Narbonne hard gewerkt om een nieuw kanaal te graven dat in verbinding moest komen te staan met het Canal du Midi, om op deze manier de handelsroute weer te herstellen. Pas in 1776 was het kanaal klaar, en daarmee was de belangrijke verbinding weer hersteld.

Vandaag de dag is Narbonne een gezellig plaatsje aan het strand van de Middellandse Zee. In de stad zijn verschillende interessante bezienswaardigheden, zoals de kathedraal in de binnenstad. Ook het Horreum is erg interessant. Het Horreum was ooit een ondergrondse Romeinse opslagplaats. Vandaag de dag wordt het gebruikt als museum. In het midden van de stad zijn overblijfselen te bewonderen van de Via Domitia, de oude Romeinse weg. Ook is er een archeologisch museum, en het paleis van de Aartsbisschop. Dit paleis heeft een donjon die uitkijkt over de hele stad

Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk

Canal du Midi

Zowel de Romeinen als Leonardo Da Vinci hadden al het idee om een rivierverbinding te creëren tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Er was echter altijd een probleem. Zo moest er een manier gevonden worden om de 194 meter hoge heuvelrug Seuil de Naurouze te overwinnen. Door de eeuwen heen nam de druk toe. Er moest een kanaal worden aangelegd zodat de schepen van de Franse vloot de omweg van 2000 kilometer rond het vijandelijke Spanje niet hoefden af te leggen. Een kanaal dat de Atlantische Oceaan met de Middellandse Zee zou verbinden zou niet alleen een enorme tijdswinst opleveren. Ook ging men moeilijkheden met de Spanjaarden uit de weg. Het was uiteindelijk een ingenieur uit Béziers, Pierre-Paul Riquet genaamd, die op het idee kwam om een andere rivier die op de heuvelrug ontsprong, de zogeheten Fontaine de la Grave, om te leggen. Hierdoor zou een kanaal voldoende watertoevoer krijgen, waardoor er een kanaal om de heuvelrug heen gegraven zou kunnen worden. Koning Lodewijk XIV was zich bewust van de economische, politieke en militaire belangen van het kanaal, waardoor men in 1666 begon met de aanleg van het Canal du Midi. Tienduizenden arbeiders werkten 14 jaar aan de 328 bouwwerken die het Canal du Midi rijk is, zoals bruggen, aquaducten en bassins. In het jaar 1681 werd het kanaal opgeleverd. Pierre-Paul Riquet heeft het kanaal nooit in haar volledigheid mogen aanschouwen. Hij overleed een jaar voor de oplevering.

Wilma de Krom in Frankrijk

De sluizen van Fonseranes is een sluizencomplex bestaande uit oorspronkelijk acht sluiskamers in het Canal du Midi ten westen van de Franse stad Béziers. De bouw vond plaats tussen 1673 en 1680.

Wilma de Krom in Frankrijk

Béziers

Béziers is ontstaan als Keltiberische nederzetting en droeg de naam Betteris. De stad werd veroverd door de Romeinen en kreeg de naam Iulia Baeterrae. Uit die tijd resten nog ruïnes van een Romeinse arena. Béziers is historisch vooral bekend om het Bloedbad van Béziers op 22 juli 1209 tijdens de eerste Albigenzische Kruistocht. Op die dag konden de kruisvaarders onder leiding van Simon van Montfort onverwachts de stad innemen. Op de vraag hoe men de ketters kon herkennen van de katholieken, antwoordde de pauselijke gezant Arnaud Amaury "Tuez-les tous, Dieu reconnaîtra les siens." Dood hen allen, God zal de zijnen herkennen. Daarop werden 20.000 mannen, vrouwen en kinderen afgemaakt en de stad platgebrand. In de stad werden daarna concilies tegen de Katharen gehouden. In 1229 werd Béziers een kroondomein.

Wilma de Krom in Frankrijk

Eerdere pogingen de katharen te vernietigen waren op niets uitgelopen. Na de moord op Pierre de Castelnau besloot paus Innocentius III op 14 januari 1208 een kruistocht tegen de Katharen te beginnen. Graaf Raymond VI van Toulouse, heerser over een van de gebieden waar de kathaarse invloed zich het sterkst deed gelden, sloot zich hier bij aan. De kruisvaarders besloten de burggraafschappen aan te vallen waar de Katharen het sterkst vertegenwoordigd waren: Béziers, Razès, Albi en Carcassonne. Deze burggraafschappen werden geleid door Raimond-Roger Trencavel.

Toen de kruisvaarders te Montpellier aankwamen, reisde Trencavel daarnaartoe en vroeg een onderhoud aan met Amaury. Hij bevestigde nogmaals zijn trouw aan het katholieke geloof, en probeerde te onderhandelen om een aanval te voorkomen. De legaat eiste echter een totale onderwerping aan de pauselijke macht. De jonge burggraaf achtte dit verzoek onacceptabel en weigerde dit. Hij keerde daarop terug naar Béziers, bereidde deze stad voor op een belegering, en probeerde vervolgens in Carcassonne een hulpleger op de been te brengen. Toen de kruisvaarders kort daarna de stad benaderden ondernam de bisschop, Renaud de Montpeyroux, nog een laatste bemiddelingspoging. Arnaud Amaury eiste, dat de stad alle Katharen aan hem uit zou leveren. De bisschop stelde daarop een lijst met daarop 222 namen van vermeende ketters op. Het is niet helemaal duidelijk, waarop hij deze lijst gebaseerd heeft. De lijst bevatte:

  • óf alle aanhangers van het kathaarse geloof in Béziers
  • óf de hoofden van kathaarse families (hetgeen zou duiden op een duizendtal katharen in de stad)
  • óf alle leden van de kathaarse clerus (hetgeen erop zou duiden dat een derde tot de helft van de stad het kathaarse geloof aanhing)

De bisschop merkte op dat er enkele ethische en logistieke bezwaren kleefden aan het uitleveren van deze mensen. Amaury eiste daarop dat alle katholieken de stad zouden verlaten om niet hetzelfde lot als de katharen ten deel te vallen. De bevolking en hun vertegenwoordiging wezen dit af; ze voelden zich veilig in de omwalling van hun stad, en gaven aan solidair te zijn met hun kathaarse medeburgers. Alleen de bisschop en enkele andere katholieken verlieten de stad.

Vervolgens werden alle inwoners vermoord, onder het motto Tuez-les tous, Dieu reconnaîtra les siens ("Doodt hen allen, God zal de zijnen herkennen"). Het aantal slachtoffers wordt in kronieken geschat op 15.000 tot 22.000, maar dit aantal is waarschijnlijk sterk overdreven. Vermoedelijk woonden er in Béziers zelf niet meer dan 10.000 mensen, waarvan mogelijk de helft is omgekomen.

Wilma de Krom in Frankrijk
Wilma de Krom in Frankrijk