Le Marais en Bastille

Gepubliceerd op 3 januari 2021 om 18:30

Le Marais is een van de oudste buurten in Parijs en een van de leukste wijken van Parijs. Het is een zeer levendige wijk met veel bezienswaardigheden, uitgaansgelegenheden en historische panden. Je komt hier het meest dichtbij het Middeleeuwse Parijs. De pre-revolutionaire gebouwen en straten zijn nog intact, in tegenstelling tot de rest van Parijs. Place des Vosges is een van de mooiste pleinen in Parijs en is een heerlijke spot om even te relaxen tijdens je wandeling door de Marais. 

Een groot deel van Parijs werd met de grond gelijk gemaakt door Napoleon en Haussmann. Zij wilden enorme lanen en gigantische pleinen, zoals het Place Concorde bouwen. Dit zijn nu de glorie van Parijs, maar ze werden oorspronkelijk bedacht zodat legers en geschut konden worden verplaatst rond de stad. Le Marais is een buurt die nog intact is gebleven en dat is de reden dat de Marais nog erg knus en gezellig is.

Wilma de Krom in Parijs

De voorkant van het Louvre.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

De seine

Wie heeft niet langs de kaden van de Seine geslenterd, gevaren op het water of over de bruggen gelopen? De Seine is het hart van Parijs. Het licht op het water, de bruggen, de twee eilanden en de historische gebouwen langs de oever vormen een uniek stadsgezicht. Het gedeelte van de Seine en de kaden tussen de Pont de Sully en de Pont d’Iéna is door Unesco tot werelderfgoed verklaard.

De rivier verdeelt Parijs in twee delen: de rive gauche (linkeroever), waar het artistieke en wetenschappelijke leven tot uiting komt en de rive droite (rechteroever), de meer chique en commerciële kant van Parijs.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

De Bastille Saint-Antoine, bekend geworden onder de verkorte aanduiding La Bastille, was een burcht-gevangenis , die bekend werd door de bestorming ervan op 14 juli 1789, die wordt beschouwd als het begin van de Franse Revolutie.

Onder koning Filips II van Frankrijk (koning van 1180 tot 1223) werd een begin gemaakt met de versterking van de stad Parijs. In de ommuring werd een stadspoort geplaatst, waardoor de centrale Oud-Romeinse weg voerde, van het stadscentrum naar Meaux en Melun. Deze weg liep langs de abdij Saint-Antoine-des-Champs, waardoor de verbinding de naam Faubourg-Saint-Antoine kreeg. Aan de naam van dit klooster dankte de poort ook haar naam.

Door toedoen van de latere koning Karel V van Frankrijk (koningschap: 1364–1380) werd in 1356 een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe muur ter vervanging van de oude. Aan de bestaande poort van Saint-Antoine werden nog vijf andere toegangspoorten toegevoegd. De koning, die gevlucht was naar het Hôtel Saint-Pol, zijn paleis in Parijs, uit vrees voor een ophanden zijnde opstand die geleid werd door Étienne Marcel, verordonneerde de bouw van een versterkt kasteel ter bescherming van hemzelf en de stad. Hierop werd, onder toezicht van Hugues Aubriot, de Bastille gebouwd. De bouw startte op 22 april 1370 en werd in 1383 voltooid onder koning Karel VI van Frankrijk.

Door de groei van de stad werd een verdere uitbreiding van de fortificatie noodzakelijk. Onder Hendrik II van Frankrijk werd een triomfboog gebouwd in de buurt van de poort Saint-Antoine. Zoals een Romeinse keizer reed Lodewijk XIV van Frankrijk onder deze boog toen hij groots werd onthaald in de hoofdstad, na te zijn gekroond in Reims. Een soortgelijke intocht vond plaats na Lodewijks huwelijk in 1660. Hierop werd de poort tevens verfraaid.

Hoewel het gebouw al eerder sporadisch dienst had gedaan als gevangenis toen de bouwer Hugues Aubriot er had vastgezeten voor ketterij, sodomie en afpersing, werd het gebouw pas definitief een gevangenis door toedoen van kardinaal de Richelieu, onder de regering van koning Lodewijk XIII van Frankrijk. (zie De Bastille als gevangenis hieronder)

De functie van gevangenis zou de Bastille houden tot aan de bestorming van 1789, hoewel het aantal gevangenen toen al beperkt was. Het gebouw verkeerde in slechte staat en er waren al plannen geopperd om het gebouw definitief af te breken. Vlak na de bestorming werd een begin gemaakt met het slopen van het gebouw. Stenen van de Bastille werden als souvenirs verkocht. Het merendeel van het bouwmateriaal dat vrijkwam bij de sloop werd echter gebruikt voor de bouw van de Pont de la Concorde. De markies de la Fayette stuurde een van de sleutels van de Bastille naar George Washington, die nu nog wordt tentoongesteld in de Mount Vernon-residentie die ter ere van Washington tot een museum werd.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

De Tour Saint-Jacques is een gotische kerktoren. De 67 meter hoge toren is het enige restant van de afgebroken kerk Saint-Jacques-de-la-Boucherie.

De Saint-Jacques-de-la-Boucherie werd begin zestiende eeuw gebouwd als parochiekerk van het Parijse slagersgilde. De aan Jakobus de Meerdere gewijde kerk vormde het beginpunt van de zogeheten chemin de Compostelle, de Franse pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

De kerk werd in 1797, tijdens de Franse Revolutie, afgebroken. Alleen de nooit helemaal voltooide toren bleef staan. In 1856 kocht de gemeente Parijs de vervallen toren die tijdens de heerschappij van Napoleon III grondig werd gerestaureerd door Théodore Ballu. Ter versteviging plaatste hij de toren op een soort sokkel. Ook liet hij, in samenhang met de aanleg van de Rue de Rivoli een klein stadspark aanleggen rond de toren.

Midden onder de toren is een standbeeld van Blaise Pascal geplaatst ter herinnering aan zijn experimenten met luchtdruk die hij uitvoerde boven op de toren.

Sinds 1998 is de Tour Saint-Jacques als onderdeel van de Pelgrimsroutes in Frankrijk naar Santiago de Compostella opgenomen in de werelderfgoedlijst van UNESCO. Tussen 2006 en 2009 werd de toren gerestaureerd. Sinds augustus 2013 is de toren publiek toegankelijk in het weekend.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Het Centre Pompidou, officieel het Centre national d'art et de culture Georges-Pompidou ook bekend als Centre Pompidou of Beaubourg, is een toonaangevend centrum voor moderne kunst in Parijs. Het werd in februari 1977 geopend, waarmee een wensdroom van de voormalige Franse president Georges Pompidou gestalte kreeg. Hij wilde dat er in Parijs een groot publiekscentrum werd gebouwd waar alle vormen van moderne kunst en andere culturele uitingen een plek zouden kunnen krijgen.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Les Halles

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Panthéon 

De architect Jacques Germain Soufflot bouwde het monument in de 18e eeuw oorspronkelijk als een kerk gewijd aan Genoveva van Parijs (Sainte-Geneviève); het is sinds de Franse Revolutie bekend als begraafplaats van beroemde Fransen. Soufflot wilde een klassiek gebouw realiseren met de lichtheid van een gotische kathedraal. Bij de bouw werden de open muren massiever uitgevoerd omwille van structurele redenen.

In 1744 beloofde koning Lodewijk XV dat hij, als hij zou herstellen van zijn ernstige jichtaanval, op de plaats van de oude abdij van Sainte-Geneviève een nieuwe kerk zou bouwen. De Markies van Marigny, een broer van Madame de Pompadour, werd aangewezen om de belofte van de koning waar te maken. Soufflot, een beschermeling van Marigny werd aangesteld om een ontwerp te maken, en de bouw van het Panthéon begon.

Het ontwerp bestond uit een Grieks kruis met een portiek van Korinthische zuilen. Het beeldhouwwerk in het fronton was van de hand van David d'Angers. De afmetingen waren enorm, het gebouw moest 110 meter lang bij 84 meter breed worden, en 83 meter hoog. Hoewel de funderingen al in 1758 gelegd waren, werd het pas in 1789 voltooid. De naam Panthéon verwijst naar het Pantheon in Rome waar het op moest gaan lijken. Uiteindelijk vertoont het meer overeenkomsten met de St Paul's Cathedral (Londen).

Het midden van de verticale staaf van het kruis op het dak van het Panthéon is het nulpunt van de driehoeksmeting voor de Tranchotkaart. Deze kaart werd omstreeks 1810 gemaakt in opdracht van Napoleon voor het Franse leger. Vanuit dit punt werden alle andere punten gemeten.

Het nieuwe regime na de Franse Revolutie zag in het imposante neoclassicistische gebouw een soort tempel ter ere van Frankrijk, en veranderde de functie van kerk naar mausoleum voor beroemde Fransen. Daarna is nog enkele keren van functie gewisseld, maar in 1885 werd het officieel een 'tempel' voor de grote Fransen.

Er is één Nederlander in het Panthéon begraven, namelijk Jan Willem de Winter uit Kampen.

Slinger van Foucault

In 1851 hing de Franse fysicus Léon Foucault (1819-1868) een gewicht aan een touw in de koepel op. De slinger leverde het bewijs dat de aarde om zijn as draait. Het Musée des arts et métiers in Parijs stelde sinds 1855 de originele slinger permanent tentoon. Deze Foucault-slinger werd getoond als deel van de collectie, en werd in 1995 tijdelijk verhuisd naar het Panthéon vanwege renovatie in het museum. Voor de heropening in 2000 werd het origineel teruggegeven en hangt in het Panthéon een kopie. Jules Guyot heeft in het Panthéon met deze slinger geëxperimenteerd om de afplatting van de Aarde en de loodlijn te bestuderen.

Wilma de Krom in Parijs

Maak jouw eigen website met JouwWeb