Het Escorial (in het Nederlands ook Escoriaal of Escuriaal) (1563-1584) is een immens gebouwencomplex, gebouwd in opdracht van koning Filips II van Spanje. Het is een paleis, een abdij en een koninklijk mausoleum in één geworden
De eerste steen werd op 23 april 1563 gelegd. Het werk werd begonnen onder leiding van Juan Bautista de Toledo en voortgezet door Juan de Herrera. Filips wijdde het complex aan San Lorenzo (Laurentius van Rome), naar de Laurentiusdag waarop hij de Fransen had verslagen in de Slag bij Saint-Quentin. Het Escorial was bedoeld als monument om deze overwinning te gedenken in de Spaanse Nederlanden, alsook zijn streven naar godsdienstige en politieke hegemonie in Europa. bedekken de muren van de zaal als waren het wandtapijten. Zij beelden onder andere veldslagen uit, zoals de Slag bij La Higueruela (1431), de slag bij Saint-Quentin (1557) en de annexatie van Portugal. Het was onder meer de bedoeling indruk te maken op de bezoekers van de vorst in het Habsburgse paleis met fresco's die in de zaal van de veldslagen, tot in de 17e eeuw bekend als de Koningsgalerij, grote Spaanse militaire triomfen uitbeeldden. Deze fresco's, die aan het eind van de 16e eeuw werden uitgevoerd door de uit Genua afkomstige Nicolás Granello, Fabrizio Castello en Lazaro Tavarone, bedekken de muren van de zaal als waren het wandtapijten. Zij beelden veldslagen uit, zoals de overwinning op de Moren bij Higueruela in 1431, de slag bij San Quintín in 1557 (waarvan de overwinning werd geëerd met de bouw van het klooster) en de annexatie van Portugal. De werkzaamheden aan het complex werden officieel op 13 september 1584 beëindigd.
Het Escorial is een vierhoekig complex van 206 meter op 161 meter, op een eenzaam bergachtig terrein. Het voldeed aan alle noodzakelijke voorwaarden voor Filips' streng religieuze opvatting van het koningschap: een centrale binnenplaats beheerst door een kerk met een koepel, aan de ene kant geflankeerd door een klooster en aan de andere kant door een seminarie en koninklijke vertrekken.
Het complex is 13 hectare groot met meer dan 16 binnenpleinen, 16 kilometer gangen en 86 trapzalen, 4000 kamers, 1200 deuren en 2675 ramen. Ze zijn in een gebouw gegoten naar het model van het rooster waarop de heilige Laurentius geroosterd werd. De muren zijn uit graniet uit de Sierra de Guadarrama opgetrokken. De ornamenten lijken niet Spaans. Door de relatief korte bouwtijd kent het complex een grote eenheid van stijl.
Koninklijke vertrekken
De koninklijke vertrekken bevinden zich in het noordoostelijk deel van het complex. Vanuit de privévertrekken kon de koning discreet de eucharistie volgen: een venster geeft uit op het altaar van de kerk. De koning liet een deel van de vertrekken aankleden met topwerken uit zijn grote kunstverzameling. Deze verzameling, met onder meer religieuze werken van El Greco, Jheronimus Bosch, Titiaan en Vlaamse Primitieven zijn er nog steeds te bewonderen. Daarnaast voorzag Filips II een ruime kloosterbibliotheek voor 10.000 boeken. De wanden en plafonds van deze bibliotheek zijn met fresco's beschilderd. De bibliotheek had te lijden onder een brand in 1671 en plunderingen tijdens de Napoleontische oorlogen. Er worden nog meer dan 40.000 handschriften en oude drukken bewaard.
Na de Habsburgse tijd, onder de Bourbons, verbleef het hof nog zelden in het kloostercomplex. Het hof verkoos andere paleizen om te verblijven, en het kloostergebouw bleef quasi ongewijzigd.
Kerk en mausoleum
Filips II liet het Escorial bouwen als laatste rustplaats voor zijn vader Karel V, tevens als plek waar hij zich kon terugtrekken en in gemeenschap van geestelijken gebed voor zijn eeuwige rust kon beoefenen. Hij wilde in het Escorial ook alleen kunnen spreken met zowel God als met zijn vader; vaak leek het of hij die twee niet goed uit elkaar wist te houden. Achter het plein der koningen (Patio de los Reyes) ligt de kerk met een imposante koepel, die geïnspireerd is op de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. De kerk is versierd met fresco's van Luca Giordano en bevat schilderijen van Zurbarán, Titiaan, El Greco en Velázquez. Het Christusbeeld in wit marmer is van Benvenuto Cellini.
In de crypte onder het altaar bevinden zich de 26 graven van de Spaanse vorsten en hun eega’s, met uitzondering van enkelen. Ook zijn er de infantes (oorspronkelijk was het in het Spaans de term die voor een kind onder de 7 jaar werd gebruikt) begraven.
Fotograferen mag eigenlijk niet in dit complex, maar ach, het was niet druk en als er niemand even kijkt lukt het toch. Henk maar steeds op de uitkijk staan of voor afleiding zorgen.
De stad Ávila ligt op 108 kilometer van Madrid op de rechteroever van de Adaja-rivier in het woeste en rotsachtige landschap van de Spaanse Hoogvlakte (meseta) . Het is zelfs de hoogstgelegen grote stad van Spanje op 1132 meter hoogte. De stad is mede beroemd doordat het centrum volledig door middeleeuwse stadsmuren wordt omgeven en de gehele binnenstad staat dan ook op de UNESCO Werelderfgoedlijst. U vindt hier vele oud gebouwen als romaanse kerken, kloosters en de kathedraal van Ávila. De stad Ávila wordt ook wel de ‘Stad van Stenen en Heiligen’ genoemd en is een van de Spaanse steden met het hoogste aantal Romaanse en Gotische kerken per inwoner. Zo geniet de stad bekendheid als de geboortestad van de heilige Teresa, een van de belangrijkste hervormers van de katholieke kerk. Door de hele stad treft u historisch plekken uit het leven van de heilige Teresa. Zo ook haar lokale specialiteit, een ‘yemas’, een koekje van gesuikerde eierdooiers welke u op veel plekken in het centrum kunt verkrijgen.
Stadsmuren van Avila
De eerste bouw van deze 2,5 kilometer lange stadsmuur begon al in 1090 in opdracht van Alfons VI van León om de stad betere bescherming te bieden en diverse delen werden in de 12e eeuw herbouwd. Zo heeft de stadsmuur in Romaanse stijl maar liefst 88 halfronde torens en 2500 kantelen. Gemiddeld zijn ze 12 meter hoog, 3 meter dik en zijn er 9 toegangspoorten in de muur. De muren van Ávila zijn het grootste volledig verlichte monument ter wereld. Het is mogelijk om langs een groot deel van de stadsmuren en stadspoorten te wandelen en bij het toeristenbureau (Centro de Recepción de Visitantes) is het zelfs mogelijk een stuk bovenop de muur te wandelen.
Kathedraal
De bouw van deze Catedral de San Salvador is begonnen in de 12e eeuw, hoewel nog onduidelijk is wie nou echt met het ontwerp van de kathedraal is begonnen; Fruchel of Alvar Garcia de Estrella. Een zijde van de kathedraal van Ávila, de oostelijke apsis maakt als half fort en half kerk zelfs onderdeel uit van de stadsmuur en van binnen straalt de kerk echt een middeleeuwse sfeer uit.
Plaza Mercado Chico
Het middelpunt van de oude stad is de rechthoekige Plaza Mercado Chico, oftewel de Plaza Mayor. Niet zo indrukwekkend als pleinen in andere grote steden, maar het heeft zeker zijn charme en gezelligheid met zijn vele terrasjes. Aan de ene kant staat het stadhuis en aan de kan de kerk van San Juan Buatista.
Maak jouw eigen website met JouwWeb