Córdoba was ooit een van de belangrijkste steden ter wereld, in de 10de eeuw zelfs de op een na grootste, met een voor die tijd ongekend hoog inwonertal van rond de 500.000. Het was de hoofdstad van het middeleeuwse emiraat Córdoba, later het kalifaat Córdoba. Uit die tijd zijn talrijke monumenten overgebleven, waarvan de Mezquita het bekendste is.
De stad is de geboorteplaats van filosofen als Seneca, Averroes en Maimonides. In culinaire kringen is Córdoba bekend vanwege het gerecht Rabo de Toro, een stoofpot van stierenstaart.
Als gevolg van de Spaanse kolonisaties dragen op het Amerikaanse continent meer dan 1000 plaatsen de naam Córdoba. De belangrijkste daarvan is Córdoba in Argentinië.
Visigotische kerk
De Mezquita is een uniek architectonisch monument op de plaats waar ooit de Visigotische kerk Vincentius van Zaragoza stond, die op de fundamenten van een Romeinse tempel was gebouwd. Na de verovering van Córdoba in 711 door de Moren werd vanaf de achtste eeuw een moskee gebouwd. Nadat de Moren in de achtste eeuw de gebieden rond Córdoba veroverden, werd de helft van de Visigotische Sint-Vincentiuskerk - onder dreiging van onteigening - verkocht aan de aanwezige moslims. Toen die helft te klein bleek voor de groeiende islamitische bevolking, kochten de moslims ook de andere helft van de kerk, waardoor de katholieke gemeenschap genoodzaakt werd de kerk op te geven.
Moskee
Het oorspronkelijke kerkgebouw werd gesloopt en men begon met de bouw van de moskee. Abd ar-Rahman I (756-788) liet daarvoor rond 780 de marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s gebruiken. Deze waren echter te klein om de juiste hoogte te behalen. Door een tweede boog aan te brengen kon dit alsnog worden bereikt. De moskee heeft hieraan zijn unieke bouw te danken.
In 848 liet Abd ar-Rahman II een speciale gebedsruimte aanbrengen, de huidige Capilla de Villaviciosa. Al-Hakam II breidde in 961 de moskee uit, waarbij de mihrab werd aangebracht. Opmerkelijk is dat deze niet de qibla volgt; in plaats van 112 graden (richting Mekka) heeft men hier 150 graden gehanteerd. De reden is onbekend. Voor de eerste keer werd de gebedsrichting aangegeven met een nis in de muur, wellicht door christelijke of Romeinse beïnvloeding. De huidige omvang werd in 987 bereikt door de toevoeging van 8 extra beuken door Al-Mansoer. Daardoor ging een gedeelte van de symmetrie verloren en verloor de gebedsnis de centrale positie. De Mezquita was eertijds de grootste moskee van Europa, tweede grootste na die van Mekka en had een capaciteit om twintigduizend mensen te herbergen.
Kathedraal
Sinds de christelijke herovering van Córdoba in 1236 is de Mezquita als de kathedraal van het bisdom Córdoba in gebruik, gewijd aan de Maria-Tenhemelopneming. Koning Ferdinand III van Castilië en keizer Karel V lieten de kerk uitbreiden en verfraaien. In de loop der eeuwen hebben verschillende verbouwingen plaatsgevonden, zodat tegenwoordig zowel de Moorse als de christelijke invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Zowel het grondplan van een traditionele moskee als het Latijnse kruis voor een kathedraal zijn terug te vinden in het gebouw.
Oorspronkelijk stonden er zo’n 1200 zuilen in de gebedsruimte. Karel V gaf in 1523 toestemming aan de bisschop van Córdoba om het geheel om te bouwen tot een kathedraal. Architect Hermán Ruiz ontwierp daarop in het hart van de moskee een kathedraal, waarvoor ongeveer 400 zuilen werden verwijderd. De keizer was ontevreden over het resultaat en zou hebben verzucht bij het zien van de bouw: ‘U hebt iets gebouwd dat u of anderen overal gebouwd hadden kunnen hebben, maar u hebt iets verwoest wat uniek was in de wereld.’
Doordat het bouwen van de kathedraal erg lang duurde, is er een aantal verschillende bouwstijlen gebruikt. De Mezquita is door de diverse bouwstijlen beter bestand tegen aardbevingen.
Het gebouw liet een diepe indruk na bij de kunstenaar M.C. Escher. Onmiskenbaar is de invloed van de Mezquita op zijn werk.
Multireligieus gebouw
Moslims in heel Spanje hebben gelobbyd in de Rooms-Katholieke Kerk om hen in het complex te laten bidden, waarbij de Islamitische Raad van Spanje een formeel verzoek indient bij het Vaticaan. De Spaanse kerkautoriteiten en het Vaticaan zijn echter tegen deze beweging. Deze veldslagen over de kathedraal weerspiegelen het betwiste beeld van wat de Spaanse geschiedenis en de Spaanse identiteit vormt. Het bisdom van Cordoba zei in een verklaring: "We roepen politici en instellingen op om verantwoordelijkheid te tonen en deze valse controverse niet te voeden die alleen maar voor verdeeldheid zorgt." In juli 2019 sloot de nieuwe burgemeester van Córdoba, Jose Maria Bellido, een commissie die eigendomsrechten op de Visigotische kathedraal, een voormalige moskee, onderzocht en zei dat deze gereserveerd moest zijn voor de katholieke eredienst. Hij merkte op: "Er zijn geen administratieve taken die voortvloeien uit deze commissie en ik ben niet van plan deze opnieuw te activeren."
Hier dus het bedoelde recept van de vorige pagina. Lekker hoor.
De eerste permanente bewoners van het gebied rond Córdoba waren de Tartessos. Ze dolven er koper en zilver. In de loop van de jaren begonnen zij ook met het bebouwen van het land, wat later de basis van de economie zou vormen. Tijdens de opkomst van de Carthagen verscheen de eerste bekende naam van de stad: “Karduba”. Die naam was een samentrekking van Kart-Juba (Stad van Juba), naar een Numidische generaal genaamd Juba, die het leven verloor in de omgeving van de stad, rond 250 v.Chr.
De Romeinse Tijd
In het jaar 206 v.Chr. werd Karduba veroverd door de Romeinen na de Slag van Ilipa. Zij gaven de stad een nieuwe naam, namelijk “Corduba”. Rondom 113 v.Chr. had Corduba al een eigen Romeins forum en in het jaar 80 v.Chr. werden de eerste munten geslagen. In 49 v.Chr. gebruikte Julius Caesar Corduba als regeringscentrum voor de steden van het toenmalige rijk “Hispania Ulterior”. Na de strijd tussen Caesar en de Romeinse aristocraat Pompeius werden in 27 v.Chr. de Spaanse provincies compleet gereorganiseerd. Vanaf dat moment werd Corduba de hoofdstad van de provincie Hispania Baetica, wat neerkomt op de huidige Spaanse regio’s Andalusië en Extremadura. In de daaropvolgende eeuwen groeide de stad erg snel en kreeg ze haar eigen koninklijk paleis, amfitheater, tempel, circus, drie aquaducten met bronzen versieringen, verscheidene fonteinen en een groot theater. Door deze Romeinse productiviteit had Corduba rond 300 na Chr. meer belangrijke gebouwen dan Rome.
De belangrijkste Romeinse keizers die in deze tijd o.a. Corduba regeerden waren:
- Claudius
- Nero
- Domitianus
- Marcus Aurelius
In de 3de eeuw kreeg Corduba te maken met het christendom. De stad kreeg in die periode namelijk haar eerste eigen bisschop, de leider van het Concilie van Nicaea. Hij werd de rechterhand van keizer Constantijn de Grote en had daardoor veel invloed op het beleid van het gehele rijk. Deze christelijke aanwezigheid verklaart ook de weerstand van Corduba tegen de opkomst van de ariaanse Visigoten in de daaropvolgende eeuwen.
De Byzantijnse en Visigotische Tijd
In het jaar 411, na de val van het West-Romeinse Rijk en tijdens de Grote Volksverhuizing, werd Corduba tijdelijk bezet door Vandalen. Deze indringers gaven ook hun naam aan het huidige Andalusië, afgeleid van “Vandalucía”. Aan het begin van deze periode was Corduba een onafhankelijke stad, maar toch behielden de Romeinse instituties enigszins hun macht. In 550 werd Corduba echter veroverd door de Byzantijnse Justinianus I, en in 572 door de Visigotische koning Leovigild. Deze laatste werd de eerste Visigotische koning. Hij voelde zich dusdanig machtig dat hij munten liet slaan met zijn naam erop. In de 6de eeuw werd er een groot aantal Visigotische monumenten in de stad gebouwd, zoals de Byzantijnse kerk Santa Clara, de kerk van de Drie Heiligen en de basiliek van San Vicente Mártir.
Er was veel opstand tegen dit nieuwe bewind en de katholieke bevolking van Corduba had moeite met het accepteren van een niet-katholieke koning. Door deze onrust en instabiliteit verloor de stad een deel van haar oorspronkelijke macht en werd het oude Hispalis (het huidige Sevilla) aanzienlijk belangrijker.
Moorse Tijd
Vanaf 711 werd een groot deel van het huidige Zuid-Spanje veroverd door de Moren, onder leiding van Tariq ibn Zijad. Ook Córdoba wordt ingenomen. Het is politiek gezien zeer instabiel: in de 30 jaar tussen 716 en 747 regeerden in totaal 19 stadhouders in Córdoba. In 756 veranderde het oude Corduba in de hoofdstad van de “Emiraat van Córdoba”, een onafhankelijke staat die over het hele Moorse rijk Al-Andalus regeerde. Het werd opgericht door de Umayyadische prins Abd Al-Rahman, die de kleinzoon was van de Umayyadische kalief Hisham. In 912 veranderde de staat in het nog machtigere kalifaat Córdoba, opgericht door Abd al Rahman III (880 - 961). In het jaar 1000 was Córdoba uitgegroeid tot de grootste stad ter wereld met officieel 450.000 inwoners (volgens sommige bronnen meer dan 1 miljoen). Het was het belangrijkste financiële, commerciële en culturele centrum van de wereld. In die periode werd ook de indrukwekkende Mezquita gebouwd en de chique wijk Medina Azahara, nu een van de cultuurschatten van Spanje. Ook beschikte de bevolking van Córdoba over de grootste bibliotheek ter wereld met 400.000 boeken.
Aan de bloeiperiode van het rijk van Córdoba kwam een eind toen Abd al-Malik in oktober 1008 overleed. In 1013 werden in een pogrom duizenden Joden vermoord. Het kalifaat Córdoba eindigde op 30 november 1031, toen de laatste kalief Hisham III (1027-1031) afstand deed van de kaliefentitel, na verdreven te zijn uit Córdoba.
Katholieke Tijd
Op 29 juni 1236, in de tijd van de Reconquista, werd Córdoba veroverd door de katholieke koning Ferdinand III. Vanaf deze dag werden alle Moren de stad uitgezet met zoveel spullen als zij mee konden nemen. Een groot deel van de Romeinse gebouwen werd verdeeld onder de adel die had bijgedragen aan de verovering, waarvan velen afkomstig waren uit Noord-Spaanse regio’s zoals Burgos en Navarra. In de regeringsperiode van Koning Ferdinand III werden er veertien nieuwe kerken gebouwd en in 1241 werd Córdoba onderverdeeld in veertien wijken. Elke wijk had haar bijbehorende kerk. Onder het bewind van koning Alfons XI werden nog meer religieuze bouwwerken geconstrueerd, waaronder de Sinagoga de Córdoba en het Alcázar de los Reyes Cristianos; het laatste zou later worden veranderd in een koninklijk paleis. Ook werd Córdoba in de 15de eeuw de katholieke uitvalsbasis voor de verovering van Granada in 1478.
16de t/m 20ste eeuw
In 1523 werd begonnen met de bouw van de kathedraal van Córdoba, onder leiding van Hernán Ruiz I en zijn zoon Hernán Ruiz II. In 1571, onder het bewind van koning Filips II, werden de Arco del Triunfo en de Puerta del Puente gebouwd. In die periode, tot ver in de 17de eeuw, bleef Córdoba een belangrijke en machtige stad, waar moderne ideeën ontstonden. In de 18de eeuw kwam er echter een einde aan die macht en vechtersmentaliteit, onder meer door epidemieën, extreme droogte en slecht stadsbestuur. Ook het inwonertal van de stad daalde aanzienlijk en begon pas aan het begin van de 20ste eeuw weer langzaam te stijgen. Dit gold echter niet voor de economie, die pas na de val van de dictatuur van Francisco Franco in de jaren 70 weer bijtrok.
20ste en 21ste eeuw
Tegenwoordig is Córdoba een belangrijke cultuurstad van Spanje en een van de best bewaard gebleven steden van Europa. Het gehele historische centrum van de stad staat sinds 1984 dan ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Sinds 2012 staat ook het jaarlijkse festival van de Patios van Córdoba op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Córdoba was tevens kandidaat voor de titel Europese Cultuurstad in het jaar 2016, maar die titel ging naar San Sebastián.
Puente Romano
De Puente Romano is de Romeinse brug over de Guadalquivir van Córdoba. De 331 meter lange brug met 16 bogen is ruim 20 eeuwen oud en werd gebouwd door de Romeinen, maar is in de loop van de eeuwen geregeld herbouwd en de huidige structuur stamt vooral uit de middeleeuwen waarbij in 918 de Moren de brug flink hebben uitgebreid. De kasseien uit de 19e eeuw geven de brug Puente Romano echter weer een Romeinse indruk.
Midden op de brug Puente Romano staat een standbeeld uit 1651 van de beschermengel van de stad Córdoba, namelijk San Rafael. Aan beide zijdes van de Romeinse brug staan belangrijke bezienswaardigheden: aan de zijde van de moskee-kathedraal Mezquita en Joodse wijk vindt u de triomfboog Puerta del Puente en aan de andere zijde de toren van Torre de la Calahorra (een oude Arabische vesting).
Torre de la Calahorra
De Torre de la Calahorra is de toren op de linkeroever van de Guadalquivir aan het eind van de Romeinse brug. Gebouwd in de 12e eeuw, diende het als een belangrijke versterking om de stad te beschermen tegen invasies. Oorspronkelijk gebouwd door de Moren, werd het later uitgebreid door de christelijke heersers. In de Calahorra-toren zit tegenwoordig een museum over de cultuur van al-Andalus. Vanaf het dak van de toren kunnen bezoekers genieten van een panoramisch uitzicht op de stad, met name op de nabijgelegen Mezquita.
Maak jouw eigen website met JouwWeb