Een dagje memory lane. Daar waar ik vroeger op vakantie met mijn ouders ook regelmatig naar toe ging. De eerste stop is Schaffhausen, om precies te zijn de watervallen daar.
Meer dan twee miljoen bezoekers reizen per jaar naar Schaffhausen af om de bruisende watermassa’s van de Rijn te zien. Daarom wordt Schaffhausen ook wel de ‘Rheinfallstadt’ genoemd. Het geraas is overweldigend en je kunt er maar beter niet in vallen. Over een breedte van 150 meter stort er gemiddeld ongeveer 700.000 liter water per seconde 23 meter naar beneden. In 1965 werd er zelfs 1,25 miljoen liter gemeten. Een gevaarlijk, natuurlijk schouwspel met een enorme aantrekkingskracht. Het is ook de grootste waterval van Europa.
Todtnau waterval
De waterval wordt gevormd door de Stübenbach ("Stiebender Bach"), die ontspringt in het Stübenwasen- gebied in het Feldberg-gebied . Het stroomt aanvankelijk door het hoge dal van de Todtnauberg , dat open is in het zuidwesten en wordt gekenmerkt door weilanden . Onder de Zinkens Hangloch is de valleibodem bebost en de stroom valt plotseling in een rotsachtige inkeping met twee treden van een paar meter hoog. Na een kort stuk water volgt een enorme, rommelende val van ongeveer 12 meter hoog. Met een lage helling en vertakkingen bereikt het dan de brede rand van de hoofdtrede, die ongeveer 60 meter hoog is, veel secties heeft en open is naar het zuiden. Boven en beneden zijn er loopbruggen die de beek oversteken. Na een laatste val van 4 meter hoog snelt de Stübenbach nog eens 140 meter, eerst steil naar beneden naar de Stiebenmatte en vervolgens naar de monding van de Schönenbach .
Op een afstand van 300 meter ten oosten van de bovenste valtrap bevindt zich de Schatzstein- monoliet . In deze steen zijn tekens uitgehouwen die nog niet duidelijk zijn geïnterpreteerd. Het enige dat bekend is, is dat er Markscheider- borden zijn over de locatie van de putten in het gebied boven de waterval. Halverwege een pad van Aftersteg naar de watervallen ligt een Mariagrot .
De Todtnau-waterval is tijdens de laatste ijstijden ontstaan door gletsjererosie op een geologische breuklijn . Oorspronkelijk stroomde het ijs van het Todtnauberger Hochtal naar de Schönenbachtalgletsjer , die op zijn beurt de Wiesentalgletsjer versterkte . De Stübenbachgletsjer had niet de kracht om zo diep in de vallei te snijden als de Schönenbachtalgletsjer, die honderden meters dik was. Zo ontstond boven de 170 meter hoge monding in het Schönenbachtal het huidige hangende dal . Het bestaat uit resistent metatexietgesteente , waarin de Stübenbach sindsdien alleen kleine inkepingen en treden heeft kunnen maken.
Triberg
Het grootste bosgebied in Duitsland is het Zwarte Woud, in het Duits Schwarzwald genoemd. Het is een middelgebergte gebied in het zuidwesten van Duitsland, in de deelstaat Baden-Württemberg, gelegen aan de rivier de Rijn en aan de Franse grens. Het grootste deel van het gebied is dichte bebossing. Er groeien voornamelijk dennen- en sparrenbomen.
Het hoogste punt van het gebergte in het Zwarte Woud is de Feldberg. De top bevindt zich op 1493 meter boven NAP. In het gebergte kunnen er mooie, lange wandelingen gemaakt worden. Er is veel te ontdekken en het is een erg rustige omgeving.
Het Zwarte Woud dankt deze naam aan de Romeinen. Dit volk noemde het donkere, bijna ondoordringbare woud, “Silva Nigra” wat Zwarte of Donkere Woud betekent. In het jaar 868 werd dit gebied voor het eerst Schwarzwald genoemd. Dit werd namelijk beschreven in een document van het Zwitserse klooster St. Gallen.
Tegenwoordig kennen heel wat mensen het Zwarte Woud uit de sprookjes van de gebroeders Grimm. Daarnaast is het Zwarte Woud één van de populairste vakantiebestemmingen in Duitsland.
Triberg im Schwarzwald
Het kleine stadje Triberg ligt op ongeveer 60 minuten rijden van Freiburg. Het stadje telt iets meer dan 4700 inwoners. In het centrum zijn veel souvenirwinkeltjes en restaurantjes te vinden. Op anderhalve kilometer van het stadscentrum bevindt zich de grootste koekoeksklok ter wereld. Deze klok is net zo groot als een huis.
De grootste trekpleister van Triberg zijn ongetwijfeld de 7 watervallen in het Zwarte Woud.
De watervallen van Triberg
Eén van de populaire bezienswaardigheden in het Zwarte Woud zijn de watervallen van Triberg. Deze watervallen behoren tot één van de grootste van Duitsland.
Door het Zwarte Woud kronkelt de rivier de Gutach. Bij de watervallen valt het water van de rivier van 872 meter hoogte tot een hoogte van 711 meter boven NAP. De Gutach loopt over een glooiend plateau om uiteindelijk in 7 grote stappen 163 meter naar beneden te storten tot in de V-vormige vallei van Triberg. In deze vallei bevindt zich ook het dorp Triberg.
De vallei van Triberg kenmerkt zich door de steile, granieten rotswanden. De watervallen zijn gevormd door een aantal breuken in het graniet en de latere gletsjers in het Pleistocene tijdperk. Bij de watervallen is een wandeling uitgestippeld. Deze wandeltocht is met 2,5 kilometer niet heel erg lang, maar is wel geschikt voor gezinnen met kinderen. Onderweg zijn enkele mooie uitzichtpunten aangelegd om te genieten van het schitterende uitzicht.
Freiburg im Breisgau
Freiburg is ontstaan toen Koenraad I van Zähringen in 1091 een burcht liet bouwen op wat nu de Schlossberg heet. In 1120 werden stadsrechten en marktrechten ontvangen. Restanten van de funderingen van deze burcht zijn bewaard gebleven in de kelder van hotel Zum Bären. Van 1218 tot 1368 was Freiburg hoofdstad van het Graafschap Freiburg. De laatste graaf was impopulair, en de burgers van de stad plaatsten zich vrijwillig onder bescherming van de Habsburgers.
Vanaf 1368 was de Breisgau en daarmee Freiburg zodoende in het bezit van de Habsburgers. In 1386 sneuvelden talrijke aanzienlijke Freiburgers in de Slag bij Sempach. In 1457 schonk Albrecht VI van Oostenrijk de stad haar universiteit. Het gebouw Gerichtslaube in Freiburg was de locatie, waar Keizer Maximiliaan I in 1498 de Rijksdag bijeenriep. In deze periode was het onrustig rondom Freiburg als gevolg van de mislukte, door Joß Fritz geleide Bundschuh-opstand. Freiburg was ook een van de steden, die tijdens de Duitse Boerenoorlog vanaf 23 mei 1525 enige tijd in handen van de opstandelingen waren; dezen forceerden in de stad de Reformatie, die direct na de overwinning van de Habsburgse troepen op de boeren, nog in 1525, weer ongedaan werd gemaakt. Freiburg bleef daarna overwegend rooms-katholiek gezind, ook in de voor de stad rampzalige Dertigjarige Oorlog (1618-1648); de jezuïeten namen in 1620 de universiteit over, die daarna lange tijd de enige rooms-katholieke universiteit in de regio was. Naast Wenen was Freiburg de enige Oostenrijkse universiteitsstad. In 1564 werd de stad zwaar getroffen door een pestepidemie, die tweeduizend mensenlevens kostte.
Vanaf haar verovering door troepen van Lodewijk XIV in 1677 tot aan de Vrede van Rijswijk in 1697, lag Freiburg in Frankrijk. In deze periode werden rondom de stad door de Franse vestingbouwmeester Vauban in 1677-78 moderne vestingwerken aangelegd. Eind 1713 heroverden de Fransen Freiburg voor korte tijd, maar Lodewijk XIV moest de stad bij de Vrede van Rastatt in 1714 aan Oostenrijk restitueren. In 1744 werd de stad voor de vierde keer door Frankrijk veroverd; ditmaal moest Lodewijk XV van Frankrijk in 1745 bij de Vrede van Füssen de stad weer aan Oostenrijk teruggeven.
Bij het Congres van Wenen in 1815 stond Oostenrijk de Breisgau af in ruil voor gebieden die wel aan het bestaande grondgebied grensden. Het kwam aan het tot de Duitse Bond behorende Groothertogdom Baden. In 1848 was Freiburg toneel van zware straatgevechten tijdens de zgn. Badische Revolutie. In 1871 kwam Freiburg aan het Duitse Keizerrijk.
Maak jouw eigen website met JouwWeb