Ieper

Gepubliceerd op 31 mei 2023 om 10:15

Dag 1, zaterdag 29 april 2023

Wilma de Krom aan de Somme

De grote Markt is het centrum van de stad. In 1187 werd aan de oostkant het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis opgericht. In de 13de eeuw werd aan de noordwestzijde de Lakenhalle met Belfort opgetrokken. De schepenen van de kasselrij Ieper huurden vroeger aan de noordzijde een middeleeuws steen, dat zij in 1503 kochten. Van 1456 tot 1792 bevond zich op de markt ook een schandpaal. Onder Frans bewind werd in 1689 in het oosten een marmeren fontein opgericht, maar dit verdween in 1806. Tot de 18de eeuw hadden nog meerdere huizen een houten gevel. Op het eind van het ancien régime werd het oude kasselrijgebouw in de eerste helft van de 19de eeuw een tijd als rechtbank gebruikt.

In de Eerste Wereldoorlog werd Ieper verwoest en ook de meeste gebouwen rond de Grote Markt werden vernield. Na de oorlog werd vanaf de jaren 20 de stad wederopgebouwd en ook de Grote Markt werd hersteld in een historiserende wederopbouwarchitectuur. Op de plaats van het vroegere Onze-Lieve-Vrouwgasthuis aan de oostzijde van de markt werd het gerechtsgebouw opgetrokken.

Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme

De Lakenhalle van Ieper is een van Europa's grootste burgerlijke gebouwen in gotische stijl. De oorspronkelijke lakenhal werd gebouwd tussen ongeveer 1230 en 1304 en vormde een van de vroegste grote gebouwen ten noorden van de Alpen. Het 70 meter hoge belfort werd gebouwd vanaf 1250 als teken van de macht der burgerij. Aan de oostzijde werd in 1360 het Gulden Halleke aangebouwd tegen het hallencomplex, in 1620 vervangen door het Nieuwerck.

Het gebouw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig vernield en is later weer opgebouwd. De gerestaureerde lakenhal werd in 1967 voltooid. De architecten, waaronder Jules Coomans, opteerden voor een getrouwe reconstructie van de vooroorlogse toestand. Onder aan de lakenhallen zijn de originele stenen nog zichtbaar, deze zijn de grootste. Hoe meer men naar boven gaat, hoe kleiner de stenen worden.

De lakenhallen werden vroeger gebruikt als verhandelingsplaats van laken. In elke deuropening onder aan het belfort werd het laken verkocht. Ieper was in de middeleeuwen zeer beroemd vanwege de goede kwaliteit van het laken.

Volgens een eeuwenoude traditie werden tijdens de Ieperse jaarmarkt een drietal katten levend van de belforttoren gegooid. Dit gebruik doofde uit in 1817 maar werd in 1938 hernomen tijdens de Kattenstoet, zij het dat de stadsnar sindsdien speelgoedkatten werpt.

Tegenwoordig is de Lakenhalle een door UNESCO beschermd monument als onderdeel van de gezamenlijke inschrijving van een groep belforten in België en Frankrijk.

In de belforttoren bevindt zich een beiaard met 49 klokken met een totaal gewicht van 11.892 kg. Om het kwartier speelt een automatisch spel het Iepers Tuindaglied. Kwart voor en kwart na het uur speelt een korte versie, op het half uur een langere, en op het uur zelf speelt het volledige lied.

Op de torenspits van het belfort staat een windwijzer in de vorm van een gouden draak die de naam Margriet draagt. Bij de restauratie van de stadsdraak in 2021 werd in haar buik een boodschap gestoken voor de toekomstige Ieperlingen, die luidt: "Ieperling daar, op de schubben van mijn lijf voel je de eelt van tijd, klauwen en krassen, verhalen van vechten en pijn. In mijn blik lees je herstel en hoop, veerkracht van generaties, heropbouw, pijn en kracht, trotse tentakels van strijd. Samen koesteren we elke steen van onze stad."

In de hallen zijn twee musea gevestigd: het In Flanders Fields Museum, sinds 1998, en het Yper Museum, sinds 2018.

Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme

De Menenpoort is een herdenkingsmonument in de Belgische stad Ieper. De stadspoort werd in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van de stad, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog sneuvelden en niet meer geïdentificeerd of teruggevonden werden. De naam verwijst naar de stad Menen, een stad waar men vanuit Ieper-centrum via de Menenpoort naartoe kan. De poort is een van de herdenkingsmonumenten voor vermisten van de Commonwealth War Graves Commission.

Op de Menenpoort staan de namen van 54.896 vermiste soldaten, onderofficieren en officieren van het Britse Gemenebest. De poort werd ontworpen door Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. Omdat er te weinig plaats bleek te zijn om alle vermisten te vermelden werden degenen die na 16 augustus 1917 sneuvelden vermeld op het Tyne Cot Memorial. Als scheidingsdatum tussen deze twee groepen werd de nacht van de Slag bij Langemark genomen. Vermisten van Nieuw-Zeeland en Newfoundland staan op aparte herdenkingsmonumenten. De stoffelijke overschotten van deze soldaten hebben geen bekend graf en liggen ofwel ergens verloren in de Ieperse velden, ofwel op een oorlogskerkhof rond Ieper met als vermelding op de grafsteen Known Unto God (alleen gekend bij God). Indien een lichaam geïdentificeerd wordt met een naam vermeld op de Menenpoort (of een ander monument voor vermiste gesneuvelden) wordt in principe zijn naam van de Menenpoort weggehaald.

 

Deze gedenksteen, die opgedragen werd aan Koning Willem I, werd in 1822 geplaatst boven de ingang van de Rijselpoort en verving de gelijkaardige steen die opgedragen was aan Lodewijk XIV (In feite staat de tekst van Willem I op de achterkant van de gedenksteen die opgedragen was aan Lodewijk XIV). Hij verwijst naar het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waar vanaf 1815 de Zuidelijke Nederlanden en dus de stad "Iprensem" toe behoorden. De vestingmuren werden grondig hersteld en aangepast tussen 1814 en 1822. De Menenpoort werd eind 19de eeuw afgebroken, enkel deze gedenksteen bleef bewaard. Hij is te bezichtigen aan de Rijselpoort.

 

Sinds 1928 (uitgezonderd 1940 tot 1944) wordt hier iedere avond, klokslag acht uur door een groep klaroenblazers van de Last Post Association de Last Post gespeeld opdat we niet vergeten hoe zij voor ons streden (Lest we forget ...).

De Menenpoort is sedert 14 september 2009 opgenomen in de inventaris van het Bouwkundig erfgoed.

 

De Menenpoort staat op de plaats waar er eeuwenlang reeds een ander exemplaar stond en die verscheidene namen droeg. Aanvankelijk heette ze de Hangwaertpoort om nadien te worden verbasterd tot Antwerpenpoort. Bij de aanleg van de vesten door de Sébastien Le Prestre de Vauban in de 17de eeuw werd de poort verbouwd in de Dorische stijl. Tijdens de Franse tijd noemde men ze de Napoleonpoort om vanaf 1815 als Menenpoort vernoemd te worden. In 1862 werd ze gesloopt en was de toegang tot de Meensestraat niet meer dan een opening van dertien meter in de vesten. De rijweg werd geflankeerd door twee stenen leeuwen, die tot 1848 bij de ingang van de Lakenhalle hadden gestaan. Deze eeuwenoude leeuwen werden in 1936 door de stad Ieper geschonken aan het Australian War Memorial in Canberra. Daar sieren ze na restauratie de hoofdingang van het museum.

 

Nog steeds worden, tijdens graafwerkzaamheden, in Flanders' Fields resten van soldaten gevonden. Zodra deze worden geïdentificeerd als die van een vermiste Brit, worden ze tijdens een officiële ceremonie herbegraven maar wordt de naam niet van de Menenpoort verwijderd, in tegenstelling tot het Thiepval Memorial, waar de naam van de gevonden soldaat met cement wordt opgevuld.

Op 12 juli 2007 werd de 80ste verjaardag van de bouw van de Menenpoort herdacht. De plechtigheid werd bijgewoond door de Britse koningin Elizabeth II en de Belgische koningin Paola, met daaropvolgend een plechtigheid op de Tyne Cot Cemetery in Passendale waarbij de 90ste verjaardag van de Derde Slag om Ieper werd herdacht. De Menenpoort kreeg een volledig nieuwe verlichting, na grondig onderhoudswerk. De lichten werden ingehuldigd op 12 juli 2007.

Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme

Saint George's Memorial Church is een Anglicaanse kerk in de Belgische stad Ieper, gebouwd om de 500.000 Britse soldaten te herdenken, die tijdens Eerste Wereldoorlog gestorven waren bij de drie gevechten aan de Ieperboog. Het is een ontwerp van de Londense architect Reginald Blomfield, de ontwerper van de Menenpoort. Het kerkje is gratis te bezoeken. In 1952 waren er slechts een 600-tal bezoekers, maar in 2000 liep het cijfer op tot 70.000.

Field Marshal John French was een voormalig opperbevelhebber van de Britse troepen in Ieper. Hij liet in Ieper, tijdens de wederopbouw in de jaren 20, plannen maken voor het bouwen van een Britse (Anglicaanse) herinneringskerk. Blomfield wilde de kerk bouwen op de Rijselpoort, waaronder het verkeer kon doorrijden. De locatie was niet toevallig. De Rijselpoort was de hoofdingang tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het aanvoer van gewonden en doden. Ook bevond er een "Signals Office" in de Rijselpoort en naast de Rijselpoort bevindt zich een Britse begraafplaats, de Ramparts Cemetery (Lille Gate). Maar er waren bezwaren voor de bouw van een kerk op de Rijselpoort, waardoor deze in de stad moest gebouwd worden. De stad schonk een perceel grond op de hoek van de Elverdingestraat en het Vandenpeereboomplein, en de bouw ging van start op zondag 24 juli 1927 toen Field Marshal Lord Plumer in aanwezigheid van de Belgische Koning Albert I de eerste steen plaatste. De kerk werd ingewijd op 24 maart 1929 door de Bisschop van Fulham.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verstopten mensen uit de buurt de inboedel van de kerk, alles werd weer teruggeplaatst toen de stad bevrijd werd. Volgens sommige meldingen werd de kerk soms voor de eredienst gebruikt door Duitsers.

Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme
Wilma de Krom aan de Somme

Maak jouw eigen website met JouwWeb