Parijs

Gepubliceerd op 18 januari 2021 om 13:26

Ik ben verschillende keren in Parijs geweest, maar de mooiste herinneringen heb ik aal de eerste keer (1986) en de meest recente (2023), daar tussen in was ik er voor mijn werk. Das toch anders dan.

Wilma de Krom in Parijs

Naar alle waarschijnlijkheid was het gebied waar het huidige Parijs ligt al gedurende het hele Neolithicum bewoond. Er zijn sporen gevonden uit de Chasseen-periode (4000 - 3800 v.Chr.) van een bewoner op het gebied aan de rechteroever van de Seine, waar nu het 12e arrondissement ligt. Ook zijn er resten teruggevonden van het zogeheten dorp van Bercy, dat zich ca. 400 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling op de plek waar nu Parijs ligt moet hebben bevonden. Deze resten zijn tegenwoordig te bezichtigen in het Musée Carnavalet.

Julius Caesar veroverde in 52 v.Chr. ondanks het verzet van Vercingetorix het dorp van de Parisii, waaraan hij vervolgens de naam Lutetia Parisiorum gaf. De plaats was strategisch van belang omdat er handelsroutes langs deze plek voerden. Waar de Gallische nederzetting zich voorheen precies bevond is niet bekend. Het is mogelijk dat dit niet op de plaats van het eigenlijke Parijs was, maar rondom het huidige Nanterre.

In de 1e eeuw is aan de linkeroever van de Seine volgens het schaakbordpatroon een nieuwe Romeinse stad gebouwd. Lutetia telde in die tijd vijf- à zesduizend inwoners. Het was daarmee niet meer dan een middelgrote Gallische stad, in tegenstelling tot sommige andere steden zoals Lugdunum, het huidige Lyon, die veel groter waren (in de 2e eeuw telde Lugdunum waarschijnlijk tussen de 50.000 en 80.000 inwoners).

Volgens de overlevering werd Lutetia in de 3e eeuw door Dionysius van Parijs omgedoopt tot een christelijke stad. Toen het Romeinse Rijk tegen het eind van de 4e eeuw in verval raakte, werd Lutetia overspoeld door de Grote Volksverhuizing, waarbij veel bewoners naar het versterkte île de la Cité vluchtten.

Parijs werd in de lente van 451 aangevallen door Attila de Hun. De Parisii en het meisje Genoveva of Geneviève, de latere patroonheilige van de stad, weerstonden de aanvallen van de Hunnen. Het beleg en de aanvallen van de Hunnen mislukten en zij dropen af naar Orléans.

Wilma de Krom in Parijs

Middeleeuwen

Koning Clovis I maakte in 506 van Lutetia de hoofdstad van het Frankische Rijk. Er werd in de 8e eeuw voor het eerst een kerk aan de andere kant van de Seine gebouwd, de Église Saint-Gervais-Saint-Protais. De eerste plunderingen door de Vikingen vonden in 845 plaats. Pas bijna een eeuw later, in 911, kwam met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte aan deze plunderingen een eind.

Frankrijk werd vanaf 987 door leden van het huis Capet geregeerd, die aanvankelijk Orléans als verblijfplaats boven Parijs verkozen. Parijs werd in de loop van de 11e eeuw steeds meer het belangrijkste centrum van het Franse onderwijs en de koninklijke macht. Lodewijk VI was de eerste Franse koning die zich definitief in Parijs vestigde. Filips II bouwde later zijn bekend geworden omheining om de stad. In deze periode werd Parijs ook steeds meer een internationaal handelscentrum, dankzij de rechtstreekse verbinding met de jaarmarkt in het nabijgelegen Saint-Denis.

Paus Alexander III legde in 1163 de eerste steen van de Notre-Dame van Parijs.

De rechteroever van de Seine, die tot dan toe moerassig was, werd in de 13e eeuw drooggelegd. In deze tijd werd onder koning Lodewijk IX steeds meer handel met de Hanze gedreven en werden de eerste provoosten aangesteld, waardoor er dus een dubbel machtssysteem ontstond.

De bloeiende handel maakte Parijs steeds belangrijker. Het inwonertal was in de loop van de 14e eeuw tot 200.000 gegroeid, waardoor Parijs groter dan Londen was geworden. Een hevige pestuitbraak in 1328 deed de bevolking echter weer een tijdlang afnemen.

Koning Karel V voegde bij het ommuren van Parijs het huidige 3e en 4e arrondissement aan de stad toe. De omheining was vooral nieuw op de rechter Seine-oever en strekte zich uit van Pont Royal tot aan Porte Saint-Denis.

Wilma de Krom in Parijs

Renaissance en Verlichting

Koning Frans I vestigde zich in 1528 in Parijs en bepaalde dat er voortaan moest worden onderwezen in de exacte wetenschappen en het humanisme. Hij richtte hiervoor in 1530 het Collège de France op. In dezelfde tijd steeg het aantal inwoners van Parijs naar 280.000, waarmee Parijs de grootste christelijke stad ter wereld bleef.

De Bartholomeusnacht vond op 24 augustus 1572 onder koning Karel IX plaats. Tijdens de Dag van de Barricaden van 1588 kwam de Katholieke Liga tegen Hendrik III in opstand, die vluchtte maar werd vermoord. Hendrik IV werd in 1594, nadat hij zich had bekeerd, de nieuwe koning .

Een nieuwe Dag van de Barricaden, in 1648, luidde het begin van de Fronde in, een periode die werd gekenmerkt door een economische crisis en wantrouwen jegens de koning.

Lodewijk XIV koos in 1677 Versailles als residentie. Vijf jaar later werd ook de Franse regering hier gevestigd, en nam Jean-Baptiste Colbert het bestuur over Parijs op zich. Tijdens zijn regeerperiode heeft Lodewijk XIV Parijs slechts 24 keer bezocht, wat zijn vijandigheid jegens de Parijse bevolking tekent. Ondanks een sterftecijfer dat hoger was dan het geboortecijfer groeide de Parijse bevolking door grootschalige immigratie vanaf het platteland in deze tijd toch tot 400.000.

Tijdens de Verlichting was Parijs een geliefde plaats voor salons. De bekendste salon uit die tijd was van Marie-Thérèse Rodet Geoffrin. Er was in dezelfde periode sprake van een sterke economische en demografische groei, waardoor Parijs aan de vooravond van de Franse Revolutie reeds 640.000 inwoners had.

Regent Filips van Orleans ruilde in 1715 Versailles voor het Palais-Royal in. De jonge Lodewijk XV vestigde zich aanvankelijk in het Tuilerieënpaleis, om later alsnog terug te keren naar het kasteel van Versailles. In die tijd vormde de Jardin du Luxembourg de oostelijke begrenzing van de stad. Louis XV besloot in 1749 de huidige Place de la Concorde in te richten, en in 1752 richtte hij een militaire opleiding op. Hij besloot in 1754 ook tot de bouw van een kerk, die later bekend is geworden als het Panthéon.

De bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 betekende het begin van de Franse Revolutie.

Wilma de Krom in Parijs

Toen de koning tijdens Honderdjarige Oorlog gevangen zat in Engeland maakte provoost Étienne Marcel van de ontevredenheid onder het volk gebruik om zelf meer macht te krijgen, door middel van zijn Grote Verordening van 1357 en de door hem uitgelokte opstand van 22 februari 1358. Prins-regent Karel verbleef niet in het centrum van de stad, maar in het later verwoeste Hôtel Saint-Pol en het Hôtel des Tournelles. Als reactie op de executie van Lodewijk I brak in 1407 de burgeroorlog tussen de Armagnacs en Bourguignons uit. Deze strijd zou tot 1420 duren.

Parijs werd vanaf 1420 door de Engelsen bezet. Het lukte Jeanne d'Arc in 1429 niet Parijs van de Engelsen te bevrijden. Karel VII en zijn zoon Lodewijk XI verbleven niet veel meer in Parijs omdat het een gevaarlijke stad was geworden. Daarvoor in de plaats kozen ze het Loiredal als voornaamste verblijfplaats. Het einde van de bezetting leidde opnieuw tot veel bouwactiviteit, waaronder de Pont Neuf en de Jardin du Luxembourg. De bevolking van Parijs nam tussen 1422 en 1500 toe van 100.000 naar 150.000.

Wilma de Krom in Parijs

Moderne Tijd

Tussen 1841 en 1844 werd Parijs voor de laatste keer door Thiers van een omwalling voorzien.

Tijdens de heerschappij van Napoleon III werd Parijs grondig verbouwd door Georges-Eugène Haussmann. In Parijs woonden veel mijnwerkers in kleine huizen. Wijk voor wijk werd afgebroken, waarna Parijs met brede boulevards, avenues en grote pleinen opnieuw werd opgebouwd. Dat maakte het ook gemakkelijker de bevolking van Parijs onder controle te houden. De bekendste van die nieuwe avenues is de Avenue des Champs-Élysées. De huizen in Parijs hebben allemaal een lichte kleur, omdat ze met kalksteen zijn gebouwd. In de buurt van Parijs waren veel kalksteengroeven.

Een van de zwartste dagen in de geschiedenis van Parijs was 28 mei 1871, toen 20.000 Parijzenaren het leven lieten tijdens een opstand die als de Commune van Parijs de geschiedenis is ingegaan.

Tijdens de Derde Republiek brak een bloeiperiode aan die bekend is komen te staan als de belle époque (zie verderop). Aan deze periode kwam met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een eind. Parijs werd tijdens deze oorlog niet bezet, maar de maatschappij raakte ontwricht en gedurende het interbellum waren de tegenstellingen tussen de maatschappelijke klassen heel scherp geworden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Parijs in juni 1940 door de Duitsers ingenomen. In 1944 beval Adolf Hitler zijn generaal Dietrich von Choltitz de stad te vernietigen, maar aan dit bevel werd nooit gevolg gegeven. Op 25 augustus 1944 werd Parijs bevrijd.

Parijs veerde tijdens de Vijfde Republiek weer op, zo werd het Établissement public pour l'aménagement de la Défense EPAD in 1958 opgericht, dat de ontwikkeling, iets buiten Parijs, van de zakenwijk La Défense zou coördineren. In 1963 werd begonnen met de aanleg van de rondweg van Parijs, de Boulevard Périphérique.

Onder burgemeester Jacques Chirac (1977-1995) en zijn opvolger Jean Tibéri (1995-2001) slopen er corrupte praktijken in het gemeentebestuur van Parijs. De overwegend conservatieve bevolking van Parijs kreeg daarvan zo genoeg dat zij in 2001 een socialist, Bertrand Delanoë, tot burgemeester verkoos, en dat ondanks het feit dat hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.

Er braken op 27 oktober 2005 ernstige onlusten in de Parijse banlieue uit, waar kansarme jongeren massale vernielingen aanrichtten en slaags raakten met de oproerpolitie. De rellen hielden meer dan twee weken aan.

Twee moslimextremisten in januari 2015 pleegden een aanslag op Charlie Hebdo en in november van datzelfde jaar werden in naam van Islamitische Staat zes gecoördineerde terreuraanslagen gepleegd,.

Er brak op 15 april 2019 een grote brand in de kathedraal Notre-Dame uit, die de kerk zwaar beschadigde.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

De belle époque is een periode in de Franse en Belgische en met uitbreiding Europese geschiedenis van het einde van de 19de eeuw tot het begin van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens die Grote Oorlog gingen velen de periode daarvoor als een gouden tijdperk beschouwen, gekenmerkt door algemene welvaart, een enorme ontplooiing van de kunsten en wetenschappen en een hoge mate van maatschappelijke rust. La belle époque vertaalt dan ook als het mooie tijdperk. De gruwel van de Eerste Wereldoorlog maakte daar op vreselijke wijze een einde aan. In culturele milieus wordt ook de term fin de siècle (het einde van de eeuw) gebruikt om deze periode te benoemen, al vormt het in deze context vooral de benaming van een stijlperiode, waarbij vooral de indrukwekkende toename wordt beschouwd van de verschillende kunstvormen en -stijlen die aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste tot bloei kwamen.

Hoewel de belle époque aanvankelijk vooral de Franse en Belgische geschiedenis besloeg, wordt het ook gebruikt als een algemene benaming voor de gehele Europese maatschappij die aan de 'Groote Oorlog' voorafging. De verschillende hyperkapitalistische ontwikkelingen die kenmerkend waren voor deze periode vonden namelijk over het hele continent plaats. De belle époque ging ook gepaard met een enorme opleving van handel, verkeer en toerisme tussen verschillende Europese staten.

Wilma de Krom in Parijs

Maak jouw eigen website met JouwWeb