Jardin des Tuileries

Gepubliceerd op 8 januari 2021 om 18:51

De Jardin des Tuileries (of Tuin van de Tuilerieën) is een park in het centrum van Parijs (1e arrondissement). Het is gelegen tussen de Seine en de rue de Rivoli en tussen het Louvre en de place de la Concorde. Het gaat om de tuin van het nu verdwenen Tuilerieënpaleis.

Catharina de' Medici, die het Tuilerieënpaleis liet bouwen, heeft de tuinen in 1553 in een Italiaanse stijl laten aanleggen met onder meer prachtige fonteinen.

In 1664 werden de tuinen in opdracht van Colbert door de tuinarchitect André le Nôtre verfraaid met onder meer een brede laan en geometrische bloemperken. Sinds de afbraak van het Tuilerieënpaleis (1883) sluit het park aan met de tuin rond de de Arc de Triomphe du Carrousel, de triomfboog die Napoleon I in 1808 liet oprichten. In de 20ste eeuw voorzag men de Tuilerieën met beeldhouwwerk van Aristide Maillol, Giacometti, Dubuffet en Roy Lichtenstein. In 1990 vroeg de Franse president François Mitterrand aan Jacques Wirtz een nieuw tuinontwerp te maken voor de Jardin des Tuileries, de tuin rond de Carrousel.

Het ontwerp komt neer op een strakke formele tuin met een waaierpatroon van twaalf radiaal verlopende hagen en verhoogde groene kamers aan beide zijden van de triomfboog. Deze hagen zijn geplaatst in een verzonken tuin die beschermd wordt tegen het drukke verkeer en lawaai van Parijs. De hagen omkaderen de kleine triomfboog als een poort naar de Jardin des Tuileries.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Het Tuilerieënpaleis of kortweg de Tuilerieën, was een paleis in Parijs op de rechteroever van de Seine dat bestond van de 16de tot de 19de eeuw en meermalen de residentie van koningen en staatshoofden was.

Het paleis had een lengte van 266 meter. Met het nabijgelegen Louvre, waarmee het eerst door één, later door twee galerijen verbonden werd, vormden de Tuilerieën het grootste paleiscomplex van Europa. De galerijen met de twee paviljoenen die aan de uiteinden van het paleis stonden, zijn blijven bestaan. Ze vormen nu het meest westelijke deel van het Louvre. Het paleis zelf, dat zich tussen beide paviljoenen uitstrekte, is volledig verdwenen.

De naam leeft voort in de aanliggende Jardin des Tuileries. De Axe historique, de rechte lijn van lanen door het westen van Parijs, liep dwars door het midden van de Tuilereën.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Tijdens de Franse Revolutie

Op 10 oktober werd koning Lodewijk XVI gedwongen om met zijn gezin Versailles te verlaten en zich in Parijs te vestigen. De koning, zijn vrouw Marie Antoinette en hun twee kinderen, net als zijn zuster Elisabeth, gingen in diverse delen van het paleis wonen. Er werden meubels van Versailles overgebracht. Zeker na de mislukte vlucht naar Varennes werden ze er bewaakt. Op 10 augustus 1792 werd het paleis bestormd door een menigte die zich tegen de koning keerde. De koninklijke familie was toen al weggevlucht, maar in de onlusten werden 600 leden van de Zwitserse Garde gedood. Die gebeurtenis leidde de val van het koningschap in.

Op 10 mei 1793 nam de Nationale Conventie (de revolutionaire volksvertegenwoordiging) haar intrek in het paleis, dat omgedoopt werd tot Palais national en voorzien van republikeinse symbolen. De Conventie vergaderde in de Salle des Machines. Het Comité de salut public – die de feitelijke regering vormde – vestigde zich in de zuidervleugel. Onder het Directoire (1795-1799) was het paleis de zetel van de Raad van Ouden, een van de wetgevende kamers.

Begin 1800, vlak na de instelling van het Consulaat, werden de Tuilerieën aan de drie consuls toegewezen. Eerste consul Napoleon Bonaparte installeerde zich in de voormalige koninklijke appartementen. De derde consul, Charles-François Lebrun, bewoonde het Pavillon de Flore, terwijl de tweede consul een ander gebouw in Parijs betrok.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Het einde

Tijdens de Commune van Parijs werden de zalen van de Tuilerieën gebruikt voor feesten en concerten. Op 23 mei 1871, tijdens het neerslaan van de Commune, plaatsten een dertigtal communards buskruit en brandbaar materiaal op diverse plaatsen van het paleis, goten petroleum op de muren en staken het in brand. De Tuilerieën zouden drie dagen branden. Na afloop van de brand stonden alleen nog de muren recht.

Nadien deden verscheiden architecten voorstellen om het paleis te herstellen, onder meer Viollet-le-Duc. De regering keurde een plan goed om enkel het centrale gedeelte, dat overeenstemde met het paleis van Catharina de' Medici, te restaureren. Charles Garnier achtte de technische problemen echter te groot en wilde een nieuw gebouw oprichten. Uiteindelijk koos het parlement voor afbraak, wellicht ook omdat de republikeinse meerderheid weinig respect voelde voor de voormalige vorstelijke residentie.

In 1883 werden de ruïnes gesloopt. Enkel het Pavillon de Flore en het Pavillon de Marsan werden gerestaureerd. De overblijfselen van het paleis belandden op de meest diverse plaatsen. Met een groot deel van de stenen werd het kasteel van La Punta in Alata (nabij Ajaccio op Corsica) gebouwd.

Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs
Wilma de Krom in Parijs

Maak jouw eigen website met JouwWeb