Kerken

Gepubliceerd op 10 oktober 2018 om 14:32

Sint-Salvatorskathedraal

is gewijd aan de Verrezen Zaligmaker en aan Sint-Donatiaan en gelegen in Brugge, is de hoofdkerk van het bisdom Brugge.

Wilma de Krom in Brugge

Geschiedenis

Deze kerk werd niet gebouwd om kathedraal van de stad te worden. Ze nam deze status slechts in 1834 aan. Oorspronkelijk was Sint-Salvator een romaans stenen kerkje gesticht in de 9e eeuw. Toen was de Sint-Donaaskerk, in het hart van Brugge, op het Burgplein, een van de belangrijkste godsdienstige gebouwen van de stad. Op het eind van de 18e eeuw vertrok bisschop Felix Brenart in ballingschap. Het bisdom werd afgeschaft en de Sint-Donaaskathedraal werd als nationaal goed verkocht en gesloopt.

In 1834 werd het bisdom Brugge heropgericht en werd de Gentse hulpbisschop Frans René Boussen de nieuwe bisschop van Brugge. De Sint-Salvatorkerk werd officieel de Sint-Salvators- en Sint-Donaaskathedraal. Nochtans leek het gebouw niet helemaal op een kathedraal. Ze was minder indrukwekkend dan de nabijgelegen Onze-Lieve-Vrouwekerk. Sint-Salvator moest dus aan zijn nieuwe status aangepast worden. Dit gebeurde onder meer door de inwendige aankleding, waarbij uit de voormalige Sint-Donaaskathedraal afkomstige kunstwerken werden gerecupereerd.

Wilma de Krom in Brugge

Het gebouw

De romaans-gotische westertoren (79 m) heeft nog de onderbouw in tuf- en zandsteen van de romaanse kerk van 1127-1166. Dit is het oudste gedeelte van de kerk. Drie galmgaten, sporen van de Scheldegotiek, werden tijdens herstellingen in 1992-1993 ontdekt en terug open gemaakt.

De buitenkant geeft de indruk van een stoere burcht. Dit hoge gotische gebouw heeft geen luchtbogen maar wel zware steunberen. De zijwaartse druk van de gewelven wordt er opgevangen door de westertoren, zijbeuken en kruisbeuken; voldoende voor het relatief korte kerkschip. De hoektorentjes van de dwarsbeuken verwijzen naar de Scheldegotiek.

Karakteristiek voor de hooggotiek zijn de kruisbeuken, volledig opengebroken door de grote ramen met een rijk maaswerk, verdeeld in vier delen, waarlangs hier een galerij loopt.

Door de uitbreiding van 1480-1550 ontstond een ongewone verhouding tussen de delen van het gebouw. Het koor, de kruisbeuken en de kooromgang met de vijf straalkapellen, nemen meer dan de helft van de oppervlakte in. De Brabantse laatgotiek is aan de buitenkant te merken door de grote vensters met een verschillend verfijnd maaswerk en door de uitgewerkte kroonlijst.

Wilma de Krom in Brugge

Overzicht bouwgeschiedenis

Net als veel andere middeleeuwse gebouwen, heeft ook de Sint-Salvatorskathedraal vaak vernieuwingen en veranderingen ondergaan:

9de eeuw: romaanse kapel

Volgens de traditie bouwde Sint-Elooi omstreeks 646 een kapel. Historisch gezien is de kerk gesticht in de 9de eeuw door de oudere parochie Snellegem, die wellicht op Sint-Elooi teruggaat. De kleine kapel werd in 1089 tot parochiekerk verheven.

1127: romaanse kerk

Na een brand in 1116 begon in 1127 de bouw van een grote romaanse kerk, die door een nieuwe brand in 1166 werd verwoest. Daarvan is de benedenbouw van de toren bewaard.

1250-1350: gotische kerk

De hoofddelen hebben nog kenmerken van de Scheldegotiek, een overgangsstijl tussen romaanse en gotische stijl. Het koor, naar het voorbeeld van dat van Doornik, onderging een sterke invloed van de Franse hooggotiek.

1480-1550: kooromgang en straalkapellen

Na een derde brand in 1358 werd bij de herstelling de kerk uitgebreid. Jan van den Poele bouwde vanaf ca. 1480 de kooromgang met vijf straalkapellen in Brabantse laatgotiek.

1834: kathedraal

Naast de zuidbeuk werd vanaf 1837 een nieuw kapittelgebouw gebouwd. Het voorstel van Karel Verschelde om de toren te slopen en het schip van de kerk met drie traveeën te verlengen en met een nieuwe toren af te werken, ging niet door.

1839: brand en nieuwe toren

Na de brand van 1839 werd de toren hersteld en een hogere bovenbouw opgetrokken in neoromaanse stijl (1843-1846), naar een ontwerp van de Engelse architect Robert Chantrell, uitgevoerd door de Brugse architect Pierre Buyck. In 1871 werd de toren bekroond met een spits, naar een ontwerp door architect Eugène Carpentier.

Inwendig werden aanzienlijke verfraaiingswerken uitgevoerd, waarvan sommige op advies van architect Jean Bethune en in neogotische stijl (1874-1875).

1912-2010

In 1912 werd het kapittelgebouw uit 1838 gesloopt en werden naar een ontwerp van Adolf Duclos nieuwe kapittel- en museumzalen gebouwd.

In 1935 besliste bisschop Hendrik Lamiroy om liturgische redenen het doksaal en het orgel naar achter in de kerk te verplaatsen en hierdoor het koor open te maken.

Vanaf 1976 werd gedurende een kwarteeuw grondige restauratie en consolidatie uitgevoerd van de toren en de uitwendige kerk. Er vonden ook archeologische opgravingen in de kerk plaats.

In 2011 begon de grondige opknapbeurt binnenin de kerk, met uitgebreide schilderwerken en restauratie. In 2013 waren de herstellingen en het opfrissen van het schip en de zijbeuken voltooid. In 2014 begonnen gelijkaardige werken aan het koor, het transept, de kooromgang, de kranskapellen en de sacristie, voltooid in 2017. Nadien volgt nog de controversiële restauratie en ontdubbeling van het orgel tot twee orgels.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Orgels

In 2015 werd het dossier goedgekeurd voor de restauratie van de twee orgels in de kathedraal. Het dossier verduidelijkte de restauratie als volgt:

Het romantisch gedachte Klais-orgel zal achteraan op het doksaal worden opgesteld en het barokke Van Eynde-orgel op een doksaal voor de kooringang van het zuidelijke transept. Omdat het pijpwerk van het Van Eynde-orgel zich in het Klais-orgel bevindt, dient de restauratie van beide orgels gelijktijdig te gebeuren.

De restauratie van het Van Eynde-orgel is complex, omdat het historische binnenwerk ten gevolge van verwaarlozing veel schade heeft opgelopen: zo werden de 18e-eeuwse windladen van het hoofdwerk lange tijd buiten in weer en wind achtergelaten. Ook de restauratie van de orgelkast met overvloedige ornamentiek en talrijke beelden vereist intensieve en gespecialiseerde restauratiewerken. De ontwerpers verklaren dat het meesterwerk van Van Eynde opnieuw in zijn volle klankrijkdom en op een passende toonhoogte zal klinken.

Voor het Klais-orgel zal een grotendeels nieuwe kast worden gemaakt waarin een symfonisch orgel zal klinken: volgens de ontwerpers krachtiger en voornamelijk gedifferentieerder dan in zijn bestaande toestand. Het bestaande Klais-orgel is een van de meest monumentale in Vlaanderen, dankzij de imposante Van Eynde-kast, die er het centrale deel van uitmaakt. De nieuwe orgelkast zal nog iets groter zijn dan de bestaande kast, en voornamelijk meer diepte hebben zodat een passende ruimte vrijkomt voor uitklinken van het pijpwerk en voor onderhouds- en stemmingswerken. Het orgel zal in de nieuwe toestand eveneens bestaan uit een hoofdwerk, een positief, een zwelwerk en een pedaalwerk, samen goed voor 55 registers of spelen. Het totale aantal pijpen bedraagt 3562, waarvan de grootste meer dan 8 meter lang zal zijn. De uitvoering van pijpen en kast is hedendaags.

Wilma de Krom in Brugge

Karel de Grote (boven)

Voornaamste kunstwerken

De Sint-Salvatorskathedraal bezit heel wat kunstwerken, een aantal afkomstig uit de vernietigde voorganger Sint-Donatianus. Meest in het oog springend zijn de wandtapijten uit Brussel, die door Jasper van der Borcht in 1731 geweven werden naar het voorbeeld van de schilderijen van de Brusselse schilder Jan van Orley. Zij werden aangekocht door bisschop Hendrik Jozef van Susteren voor Sint-Donatianus. Sint-Salvator bezit ook de originele schilderijen die als kartons voor de wandtapijten werden gemaakt.

Vanuit het koor kan men het oorspronkelijke 17e-eeuwse maar in de twintigste eeuw verplaatste doksaal bewonderen waarbij tevens het kathedraalorgel het vermelden waard is. Het beeld van God de Vader centraal op het doksaal is van de hand van Artus Quellinus de Jonge. De kathedraal bezit 17 doeken van Jacob van Oost. Daarnaast is er ook werk aanwezig van Rogier Van der Weyden, Dirk Bouts, Jan Garemijn, Lanceloot Blondeel, Pieter Pourbus en Hugo van der Goes.

In de kerk hangt een portret van de in 1127 vermoorde graaf Karel de Goede, afkomstig uit de Sint-Donaaskathedraal.

In het museum (schatkamer genoemd) van de Sint-Salvatorskathedraal hangt het drieluik Marteldood van Sint-Hippolytus. Dirk Bouts schilderde het midden- en het rechterpaneel, Hugo van der Goes het linkerpaneel. Verder is er nog de Calvarieberg van omstreeks 1520.

Kunstroof

In november 2009 werden bij een spectaculaire kunstroof verschillende topstukken uit de collectie edelsmeedkunst gestolen. De dieven braken in langs de sacristie van de kanunniken en vernielden de beveiligde vitrines. Het alarmsysteem werkte onvoldoende. De geroofde stukken zijn van een moeilijk te schatten waarde.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Basiliek van het Heilig Bloed

Ook wel Heilig Bloedbasiliek genoemd, is een dubbelkapel in de stad Brugge, gelegen aan de Burg.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Heilig Bloedkapel

De Basiliuskapel en de Ivokapel werden de onderbouw van de gotische bovenkapel, de Heilig Bloedkapel, waar de relikwie wordt bewaard van het Heilig Bloed, die elk jaar op Hemelvaartsdag wordt rondgedragen in de Heilig Bloedprocessie. Ook de Heilig Bloedkapel was oorspronkelijk romaans, maar werd in de 15e eeuw in gotische stijl gerenoveerd. Tijdens de Franse Revolutie werd de bovenkapel grotendeels verwoest en in 1819-1839 opnieuw opgebouwd. Ze is thans een pronkstuk van neogotische aankleding.

De beide kapellen werden in 1923 tot basiliek verheven en bevatten heel wat kunstvoorwerpen.

Dagelijks worden er liturgische plechtigheden gehouden. De plechtige misvieringen, vooral op zondag, spannen zich in om door een aanzienlijke meertaligheid, de bezoekers van andere nationaliteiten aan te spreken. Elke laatste zondag van de maand vindt in de bovenkapel van de basiliek een mis in het Latijn plaats volgens de Tridentijnse ritus, verzorgd door een priester van de Priesterbroederschap van Sint Petrus.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Trappenhuis en Criminele Griffie

Het trappenhuis werd gebouwd tussen 1528 en 1532, mogelijk ter vervanging van een eenvoudige trap die toegang gaf tot de Heilig Bloedkapel. Het trappenhuis is een laatgotische stijl met renaissance-kenmerken gebouwd, net zoals de rechts aangebouwde Criminele Griffie. Tussen 1829 en 1839 worden het trappenhuis en de Criminele Griffie gereconstrueerd met hergebruik van de bouwmateriaal en het beeldhouwwerk, waarbij het gebouw vier meter achteruit wordt geplaatst. De gevels van de twee gebouwen worden pas tussen 1891 en 1894 afgewerkt, waarbij het beeldbouwwerk vernieuwd werd door M. D'Hondt, aangezien het bewaarde beeldhouwwerk sterk verweerd was.

Wilma de Krom in Brugge

Basiliuskapel

Beneden ligt de Sint-Basiliuskapel (1139-1149), de enige volledig bewaarde romaanse kerk van West-Vlaanderen, gewijd aan de Heilige Basilius. Dit was de huiskapel van de graven van Vlaanderen, meer bepaald van Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen (die het Heilig Bloed naar Brugge zou hebben gebracht).

Tussen het stadhuis en de Basiliuskapel ligt de kleine Sint-Ivokapel, die onder het ancien régime de bidplaats was van de Brugse rechtsgeleerden.

Wilma de Krom in Brugge

Museum

Het museum in de basiliek illustreert de rijke geschiedenis van de Heilig Bloedkapel en van het Heilig Bloed zelf op diverse manieren. De voornaamste blikvanger is het reliekschrijn van het Heilig Bloed dat in 1617 door de Brugse goudsmid Jan Crabbe werd vervaardigd uit ca. 30 kg goud en zilver, verrijkt met meer dan 100 edelstenen.

Verdere bezienswaardigheden zijn: een zilveren kroontje uit de 15de eeuw (een schenking van Maria van Bourgondië), diverse schilderijen uit de 15de en 16de eeuw (waaronder twee panelen van Pieter Pourbus uit 1556 met de leden van de Confrérie van het Heilig Bloed), zes eikenhouten medaillons van Hendrik Pulinx uit 1698-1781, die het leven van Christus uitbeelden, en een wandtapijt uit 1637.

In 2007 kon de Confrérie van het Heilig Bloed, met steun van de Koning Boudewijnstichting, een zogenaamde pareerkaars van het Heilig Bloed terug verwerven, die in de revolutietijd verdwenen was. Dit kunstwerk uit de vroege zestiende eeuw, dat jaarlijks werd meegedragen in de processie, maakt nu deel uit van de museumcollectie.

 

Archief

De Confrérie van het Heilig Bloed bewaart het rijke archief van de instelling. Het bevat niet alleen talrijke documenten uit de vroegere eeuwen, maar ook heel wat iconografisch materiaal.

Wilma de Krom in Brugge

Onze-Lieve-Vrouwekerk

Het is een van de oudste bidplaatsen in Brugge, en een toeristische trekpleister. Ze was tot op het einde van het ancien régime een collegiale kerk met een proost en een kapittel van kanunniken, nadien een decanale kerk.

De 115,6 meter[1] hoge, volledig in baksteen opgetrokken toren beheerst het Brugse stadsgezicht. De Onze-Lieve-Vrouwekerk, een van de hoogste gebouwen in België, is het op een na hoogste bakstenen gebouw ter wereld (na de 130,6 meter hoge Sint-Martinuskerk in Landshut, Duitsland).

Ze is een erkende parochiekerk binnen Brugge en maakt sinds het begin van de 21e eeuw deel uit van de parochiefederatie Sint-Donatianus. Sinds de jaren 1980 fungeert ze ook als toeristische 'onthaalkerk'.

Wilma de Krom in Brugge

Bouwgeschiedenis

Het eerste kerkje op deze plek, een Karolingische kapel, dateerde van circa 875. In de archieven van de kerk wordt de stichting gedateerd in het jaar 741 en toegeschreven aan Bonifatius, maar deze bewering is twijfelachtig, daar het oudste patronymicum teruggaat op diens gezel Hilarius. De kapel was afhankelijk van de Sint-Maartenskerk in Sijsele, die op haar beurt in het bezit was van de Dom van Utrecht. In 1116 maakte de kapel zich los van Sijsele en werd hoofdkerk van een zelfstandige parochie. Vermoedelijk werd het bouwwerk daarom herbouwd en uitgebreid onder Karel de Goede.

Vanaf ca. 1230 werd de bouw van de huidige kerk aangevat. Het oudste deel, de middenbeuk, werd opgetrokken in Doornikse steen, in de typische Scheldegotiek. Aan de voor- en de westgevel herkent men eveneens de invloed van de Scheldegotiek, met de twee typische traptorentjes en het gebruik van blauwsteen. Het koorgedeelte en de apsis, gebouwd tussen 1270 en 1280, stralen de klassieke Franse gotiek uit, maar dit volledig in baksteen. In 1370 kwam de noordelijke beuk er en in 1450 de zuidelijke. Omstreeks 1465 werd het Paradijsportaal opgetrokken in Brabantse gotiek.

De toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk is het hoogste gebouw in de stad Brugge. De eerste toren stortte in 1163 in en er werd herbouwd tussen ongeveer 1270 en 1340; de spits werd pas in de 15e eeuw toegevoegd en in de 19e eeuw herbouwd. Het gebruik van baksteen is typisch voor de kustgotiek. De kerk telt vijf beuken. Midden in de middenbeuk verdeelt het doksaal, dat uit drie delen bestaat, de kerk in twee delen: het hoogkoor en het schip. De apostelbeelden zijn van de 17e eeuw.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Praalgraven en koor

De kerk geniet onder meer bekendheid omdat Maria van Bourgondië er begraven ligt. Tijdens archeologisch onderzoek in 1979 werd haar stoffelijk overschot geïdentificeerd. Van haar vader, Karel de Stoute is hier enkel het praalgraf aanwezig. Zijn stoffelijke resten werden door keizer Karel V, een kleinzoon van Maria, vanuit Frankrijk naar Brugge overgebracht. Vermoedelijk werd hij in de inmiddels verdwenen Sint-Donaaskathedraal op de Burg begraven. Zijn lijk werd nooit teruggevonden. De praalgraven bevinden zich in het hoogkoor van de kerk.

Boven het hoogaltaar hangt een drieluik van de hofschilder van Margaretha van Oostenrijk, Bernard van Orley. Het is een passieverhaal met de kruisdood in het midden. Aan de voet van het altaar, onder de praalgraven, werden drie graven blootgelegd die rijk beschilderd zijn.

De loden kist in een van de graven (zichtbaar opgesteld) bergt het gebeente van Maria die in 1482 in Brugge overleed. Een inscriptie duidt aan dat het hart van haar zoon Filips de Schone, vader van Karel V, geborgen is in een apart loden doosje.

Het praalgraf van Maria en tevens het oudste, werd ontworpen door Jan Borman. Beide vorsten worden naar middeleeuwse gewoonte voorgesteld in liggende houding en gevouwen handen. Met geopende ogen zijn ze in aanschouwing van het eeuwige leven. Aan hun voeten fungeren leeuw en hond als symbolen van de mannelijke kracht en de vrouwelijke trouw.

Het gelaat van Maria van Bourgondië is ragfijn weergegeven, geboetseerd naar het dodenmasker. Haar kroon met edelstenen versierd, haar handen en haar weelderig golvende mantel zijn een miniatuurkunstwerk. Het grafmonument is nog volledig gotisch van concept en van geest.

Het praalgraf van Karel de Stoute is een halve eeuw jonger. De uitwerking is gedeeltelijk gotisch, gedeeltelijk renaissancistisch. De lijnen vallen veel strakker uit, maar de wapenrusting is kunstig en gedetailleerd weergegeven. Op beide zwarte sarcofagen zijn vooraan gedenkplaten aangebracht en op de zijwanden zie je de geëmailleerde familieschilden van de voorouders.

Foto's van de praalgraven zijn te vinden bij de artikels gewijd aan Maria van Bourgondië en Karel de Stoute.

Boven de koorbanken hangen dertig wapenschilden van ridders van het Gulden Vlies. Het eerste schild links is dat van Karel de Stoute, vlak tegenover dat van zijn schoonbroer Eduard IV van Engeland. De wapenschilden herinneren aan het kapittel van de Orde van het Gulden Vlies dat in 1468 in deze kerk werd gehouden.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Maria met Kind van Michelangelo

Het wereldbekende werk van Michelangelo, Madonna met kind, bedoeld voor het Piccolominialtaar van de Dom van Siena, is een van de voornaamste kunstwerken bewaard in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het werd in Italië aangekocht door de Brugse koopman Jan van Moeskroen (Giovanni di Moscerone) en in 1514 aan de kerk geschonken. Het familiegraf van de schenker ligt aan de voet van het altaar, vóór het beeld.

Het beeld werd in 1794 door de Franse bezetter en in 1944 door de Duitse bezetter weggehaald, maar kon telkens naar Brugge worden teruggebracht.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

Lanchalskapel

Pieter Lanchals (1440-1488) was de Brugse schout die om zijn trouw aan Bourgondië en aan Maximiliaan van Oostenrijk, door de Bruggelingen werd onthoofd. Zijn hoofd werd tentoongesteld aan de Gentpoort. Zijn grafmonument werd gedeeltelijk bewaard in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Volgens een in de 19e eeuw ontstane legende legde keizer Maximiliaan I, echtgenoot van Maria van Bourgondië, de stad op ten eeuwige dage 52 langhalzen of zwanen te onderhouden en in de reien te laten rondzwemmen.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge