Markt en de Brug

Gepubliceerd op 5 oktober 2018 om 15:11

De Brugse Markt trok al van in de 10e eeuw veel volk en rond 1200 werd de eerste internationale jaarmarkt gehouden.

De eerste halle ontstond rond 1220 als verkoopplaats van goederen van kooplui. Het waren kleine houten gebouwen aan de zuidkant van de markt. Rond 1240 kwam er een groter gebouw met een houten toren. In 1280 werd dit vernield door een brand en vanaf 1291-1296 terug opgebouwd in steen.

Er werd ook beslist om vlakbij, aan de oostkant van de markt, een Waterhalle te bouwen over de Reie. De Waterhalle was een overdekte los- en opslagplaats voor de boten vanuit Damme. Vóór de Waterhalle er stond, werden de goederen aan de Reiekaai op de markt in open lucht geladen en gelost.

Van vishandel op de markt is al sprake sinds 1396. Het ambachtshuis van de visverkopers stond aan de noordkant van het plein, vlak bij de Sint-Christoffelkerk. In 1709 werd er een soort ijzeren vismijn gebouwd, die in 1745 samen met de vismarkt naar de Braamberg verhuisde, waar de vismarkt nu nog steeds is. De korenmarkt werd in dezelfde periode verplaatst van de Braamberg naar de markt.

Er werden op de markt grote evenementen, steekspelen en toernooien gehouden, maar ook terechtstellingen gedaan, die een groot publiek trokken.

Op de kaart van Marcus Gerards uit 1562 staan namen waarvan in 1562 nog geen sprake was. De korenmarkt staat op de kaart al aangegeven op de markt en de vismarkt op de Braamberg. Ook de naam "Spinolarei", naar Ambrogio Spinola (geboren in 1569), bestond nog niet. De reden hiervoor is dat de afbeeldingen niet afkomstig zijn van de oorspronkelijke koperplaten, maar wel van een lithografische kopie uit 1900. De stenen, die in het Brugse stadhuis bezichtigd kunnen worden, zijn gegraveerd door Gustaaf Roels.

In de periode tussen 1807 en 1810 heette het plein "Place Napoléon", daarna "Grote Markt". De hernoeming naar "Markt" vond plaats in 1936.

Wilma de Krom in Brugge

De oostkant van de Markt (foto boven) wordt gedomineerd door het Provinciaal Hof. Omdat de Waterhalle haar oorspronkelijke functie had verloren en in slechte staat verkeerde, besliste de centrale overheid in Brussel in 1787 het gebouw af te breken. De Reie werd overwelfd en er kwam een blok classicistische huizen, waarvan vanaf 1850 het middelste deel als Provinciaal Hof gebruikt werd. In 1878 werd het middengedeelte vernield door een brand en in 1887 begon men met de bouw van een nieuw Provinciaal Hof en ernaast van een postgebouw in neogotische stijl.

Het Provinciaal Hof, in witte steen en afgewerkt in 1892, is de zetel van de West-Vlaamse provincieraad, met vooral een officiële en representatieve functie. Het wordt gebruikt voor exposities, muziekwedstrijden, academische zittingen, recepties enz. Rechts ervan staat het postgebouw, in rode baksteen, afgewerkt in 1891.

Het grijze gebouw links van het Provinciaal Hof werd later gebouwd, met een voorgevel in arduin en een traptoren die doet denken aan die van de Poortersloge. Rechts onder de toren is er een galerij met banken, die op de eerste verdieping overgaat in een loggia. Het gebouw was bedoeld als residentie voor de gouverneur, maar is nooit in die functie gebruikt geweest. Er werden vanaf de bouw tot op het einde van de twintigste eeuw er verschillende openbare besturen in ondergebracht. Het gebouw werd door de overheid verkocht en er werd een historische belevingsattractie in ondergebracht, het Historium. Bij graafwerken in 1910 voor de bouw van dit gebouw werden op de hoek van de Philipstockstraat en de Markt pilaren van de Waterhalle gevonden, waarvan er nu twee in het Arentshof staan.

Wilma de Krom in Brugge

De halle is een burgerlijk gebouw in baksteen in vroeggotische stijl die gedomineerd wordt door het 83 meter hoge belfort (klokkentoren). Aan de voet van het gebouw, naast de twee groene frietkoten, staat een maquette van het belfort voor blinden, met een brailletekst in vier talen – een geschenk van Kiwanis Brugge in de jaren 1980.

Een belfort was typisch voor Vlaamse steden in de middeleeuwen. Het was een symbool van vrijheid, rijkdom en stedelijke macht. De privileges en de stadskas werden erin bewaard.

Er waren verschillende bouwperiodes van de toren:

  • 13e eeuw: het onderste gedeelte, tot aan de platte hoektorentjes.
  • 14e eeuw: het middelste gedeelte, tot aan de spitse hoektorentjes.
  • 15e eeuw: het bovenste, achthoekige gedeelte met de beiaard. Vroeger stond hier nog een 15 meter hoge houten spits bovenop, maar nadat deze in 1741 voor de tweede maal was afgebrand, werd ze niet meer herbouwd. In 1822 kwam er uiteindelijk een laatgotische kroon op de toren.

Het Mariabeeld boven de poort is gemaakt door Lanceloot Blondeel.

Vanop het binnenplein, waarrond de halle gebouwd werd, kan men de toren met 366 treden beklimmen tot aan de klokken. In de hallezalen worden beurzen, tentoonstellingen en allerlei bijeenkomsten georganiseerd.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

De noordkant van de Markt wordt gekenmerkt door de typische huizen met trapgevels. Op de plaats van het neoclassicistische huizenblok links van de Geernaartstraat stond vroeger de Sint-Christoffelkerk, die in 1786 afgebroken werd. Het is duidelijk te zien waar de kerk stond (de zijmuur van de kerk is trouwens nog zichtbaar achter sommige van de huidige gebouwen), want de gevels van de betreffende huizenblok staan meer naar voor dan die van de huizen rechts van de Geernaartstraat. In deze laatste huizenrij bevinden zich o.a. Le Panier d'Or ("De gouden mande"), het ambachtshuis van de tegeldekkers, en La Civière d'Or ("De gouden berrie"), het ambachtshuis van de vissers en visverkopers.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge

De Burg is een plein en voormalige vesting in Brugge. Oorspronkelijk was hij omwald en voorzien van toegangspoorten. Hij behoort tot de oudste kern van de stad. De versterkte burcht was gelegen op het knooppunt van de mogelijk Romeinse weg Oudenburg-Aardenburg (de "Zandstraat") en de Reie. De burcht had een oppervlakte van circa 1 ha. Arnulf I (889-965) bouwde de Brugse burcht uit tot een machtscentrum met keizerlijke allures, een gebied van 1,5 ha. Van de 11de tot het einde van de 13de eeuw bevond zich aan de westzijde van het plein een van de residenties van de graven van Vlaanderen, Het Steen. Binnen de versterking werd in het noorden de burchtkerk opgetrokken, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Donaas. Later werd het bijhorend kapittel van kanunniken gesticht. Hieraan ontleende de burcht zijn tweeledige functie: de zuidelijke helft had een burgerlijke functie en de noordelijke helft een kerkelijke. Toen Brugge in 1559 een bisdom werd, werd de Sint-Donaaskerk een kathedraal.

Het huidige plein wordt omringd door verschillende historische gebouwen, zoals het vroegere Landhuis van het Brugse Vrije, de voormalige Civiele Griffie, het stadhuis, de Heilig Bloedbasiliek en Sint-Basiliuskapel en de voormalige Sint-Donaasproosdij. In de kelders van het Crowne Plaza Hotel is een deel van de fundamenten van de in 1799 afgebroken Sint-Donaaskathedraal te bezichtigen.

Sinds de sloop van de kathedraal is het plein zowat verdubbeld in oppervlakte tot circa 1,1 hectare, en daarmee groter dan de Grote Markt. Het blijft echter opgesplitst in twee herkenbare op elkaar aansluitende delen.

Tussen de Burg en de Philipstockstraat loopt een korte straat, die Burgstraat heet.

De Burg is vandaag – naast een favoriet decor voor verschillende voorstellingen en optredens – een belangrijke toeristische trekpleister.

Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge
Wilma de Krom in Brugge