Antwerpen geschiedenis

Gepubliceerd op 1 december 2020 om 13:07

Middeleeuwen

In 1008 kreeg Antwerpen zijn eigen stadszegel. Na de versterkte burcht besloot men in de 12e eeuw om ook het dorp te voorzien van wallen. In 1104 versterkte keizer Hendrik V van Duitsland de Burcht. De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter. De burcht van Kronenburg moest in die periode plaats ruimen voor de door Sint-Norbertus in 1124 gestichte Sint-Michielsabdij.

De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond. Hij volgt de verdwenen Boterrui, de huidige Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraat en de Holenvliet (nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot ca. 1200

Wilma de krom in Antwerpen

In 1250 kon de oorsprong van de naam "Antwerpen" niet worden achterhaald. De legende van Druon Antigoon ontstond. In 1312 bevrijdde Antwerpen zich van de heerschappij van de hertog van Brabant. In 1358 kwamen het markgraafschap Antwerpen en de heerlijkheid Mechelen even onder het graafschap Vlaanderen.

Jan Appelmans en nadien zijn zoon Pieter Appelmans begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, die duurde van 1352 tot 1521. Waarschijnlijk daarom kreeg Antwerpen stadsrechten. De noordelijke toren is tevens het belfort van de stad.

Door de uitvinding in 1398 van de donderbus werden er schietgaten in torens en muren van de Burcht aangebracht. In 1402 werd de poort Guldenberg aangebracht in de Mattestraat. De poorten van de Burcht als vesting in 1420 moesten 's avonds niet meer worden gesloten. De poort Vleeshuis werd gekapt in de Zakstraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen. In 1481 luidde het einde van de Burcht als vesting. Het diende nu uitsluitend tot gevangenis en verhoorplaats; m.a.w. de folterkamer. Het galgenveld lag toen buiten de stad, op de plaats waar nu het Hessenhuis en -plein is, en de Brouwersvliet (toen nog een watervliet, tot 1930; in 1930 werden alle vlieten gedempt en de Scheldekaaien rechtgetrokken). De Burchtgracht en de Palingbrug werden aan de stad Antwerpen verkocht.

De stad groeide uit tot een van de vier grootste steden van Brabant en werd een grote handelsstad, een concurrent van Brugge. De afzet van Engels laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden-Europa.

In het begin van de 16e eeuw bereikte Antwerpen zijn hoogtepunt. De grootste invoer was van Engelse lakens, Duitse metaalproducten en de Portugese specerijen.

Wilma de krom in Antwerpen

Gouden eeuw

Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een welvarende en belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich snel te ontwikkelen tot een van Europa's grootste handelssteden. In 1500 telde de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

Antwerpen was een van de eerste plaatsen waar het Lutheranisme voet aan de grond kreeg. Dat kwam door het Augustijnenklooster, waar enkele oud-leerlingen van de Saksische reformator woonden. Hun verkondiging vond gehoor, maar de overheid greep in. In 1522 werd het klooster gesloten en de monniken afgevoerd. De meesten herriepen hun dwalingen, maar een tweetal weigerachtigen werd op 1 juli 1523 in Brussel verbrand. Halverwege de 16e eeuw begon het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. En opnieuw reageerde de overheid met de brandstapel, te beginnen in 1551 voor de eerste gereformeerde predikant Jan van Oostende.

In 1555 begon Christoffel Plantijn met de drukkerij Plantijn, die zelfs het monopolie voor uitgave van missalen en brevieren voor alle landen onder de Spaanse kroon verwierf. In 1568-1572 werd door het huis Plantijn de Biblia Regia in vijf talen en in acht delen gedrukt.

Het einde van de Burcht als functie tot vesting, werd bekrachtigd door keizer Karel V in 1549. In 1561 begon de bouw van het Stadhuis van Antwerpen. In 1579 begon men aan de herbouwing van de Werfpoort. boven op de poort wordt Silvius Brabo geplaatst.

Hand in hand met de toenemende welvaart kende Antwerpen een ongekende culturele bloei. Vooral de schilderkunst nam een hoge vlucht in de 16e en 17e eeuw.

Wilma de krom in Antwerpen

De stad werd na de beeldenstorm op 20 augustus 1566 het brandpunt van antikatholieke woelingen: de "Antwerpse beroerten". Duizenden roomsen ontvluchtten de stad, totdat prins Willem van Oranje er de rust kwam herstellen.

Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de Katholieke Kerk.

De troebelen van de opstand tegen Spanje hadden de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8000 burgers vermoordden (Spaanse Furie). De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was na de inname van de Citadel van Antwerpen in 1577 gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. Dit tijdperk staat bekend als de Antwerpse Republiek onder calvinistisch bewind. Hoewel het er op leek dat de Spaanse stadhouder Alexander Farnese, prins (later hertog) van Parma, het op Antwerpen gemunt had, leverden hij en zijn troepen voorafgaand aan de inname slechts één opmerkelijke Slag bij Borgerhout. In 1585 werd Antwerpen door Farnese, veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd.

Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Duitsland, Frankrijk en Engeland, later ook naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. De Republiek 'sloot' de Schelde in 1587 voor de doorgaande zeevaart van en naar het toen Spaanse Antwerpen. Veel van de Antwerpse handel, kunsten en wetenschappen verplaatste zich naar elders in Europa. Ze werden onder andere verder ontwikkeld in de Hollandse Gouden Eeuw. De stadhouders van de Verenigde Provinciën trachtten nog verscheidene malen Antwerpen te heroveren voor de Opstand (1605, 1620, 1624, 1638 (Slag bij Kallo), 1646) maar dit mislukte.

In de volgende twee eeuwen zou Antwerpen niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde.

Antwerpen bleef een van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse en later Oostenrijkse Nederlanden. Het bracht in die periode grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Als rooms-katholiek bolwerk in de Contrareformatie kwamen er grootse kunst- en bouwwerken tot stand, voornamelijk in barokke stijl, zoals de Sint-Carolus Borromeuskerk.

Wilma de krom in Antwerpen

Scheldesluiting

Al vanaf het midden van de 16e eeuw boette de handel in Antwerpen sterk in aan belang. Vanaf 1548 was Antwerpen niet langer de stapelmarkt voor Portugese specerijen en in 1564 verlieten de Engelse wolhandelaars de stad. Hierdoor raakte de stad in een recessie. De Tachtigjarige Oorlog versterkte de neergang van de stad. Op 4 november 1576 werd Antwerpen geplunderd door de Spanjaarden tijdens de Spaanse Furie. In juli 1584 werd de Schelde ondanks hevig verzet van de Antwerpenaren gescheiden van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën tijdens het Beleg van 1584 tot 1585.

In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk 'opende' de Schelde weer, maar de napoleontische oorlogen beperkten de handel, en Antwerpen werd onder Napoleon een oorlogshaven, een "Pistool gericht op het hart van Engeland".Gaspard Monge richtte de zeevaartschool op. De Franse keizer liet de werken beginnen van de Bonapartesluis, le petit bassin, nadien Bonapartedok genoemd en iets later le grand bassin, nadien het Willemdok genoemd. De werken vorderden traag door tekort aan voldoende hout en arbeiders. Napoleon had toen ook al plannen om een zeekanaal te graven van Antwerpen, via Zelzate, Brugge naar Zeebrugge, eigenlijk waar nu de expresweg N49 loopt, wat uiteindelijk niet doorging.

Toen Antwerpen in 1830 met de Belgische Revolutie te maken kreeg, hield het Nederlandse leger onder leiding van baron Chassé de citadel van Antwerpen bezet. Beide partijen bestookten elkaar met artillerie. In 1831 werd de citadel door een Frans leger onder leiding van maarschalk Gérard veroverd op Chassé.

Het scheidingsverdrag tussen België en Nederland van 19 april 1839 gaf Nederland het recht op de historische Scheldetol, die al sinds de middeleeuwen geheven werd. Op 12 mei 1863 tekenden België en Nederland een verdrag waarbij die heffing werd afgekocht. Dit gaf aanleiding tot de 'Schelde vrij'-feesten in 1913, 1963 en 2013.

Wilma de krom in Antwerpen